search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
MARKT ALGEMEEN


koe kost. Voor € 2,7 miljoen krijg je onge- veer 200 koeien en 110 hectare. Deense melkveebedrijven zijn wel zwaar gefinancierd. De grootste bedrijven hebben slechts 6 à 7% eigen vermogen. Jongsma: “Het is scherp zeilen langs de wind en dat vraagt om een continue optimalisering van de kostprijs. Je kunt hier vliegen of neerstorten. Maar de rente is laag en boe- ren kunnen rentes nu tegen een iets hoger percentage voor 30 jaar vastzetten. Die les is geleerd na de crisis.”


Een Deens melkveebedrijf past nauwe- lijks weidegang toe en heeft gemiddeld 70% grond in eigendom. Er wordt dus meer gepacht dan in Nederland. Dit zijn meestal korte contracten van één tot vijf jaar. Er is voldoende grond beschikbaar, maar je moet telkens weer opnieuw op zoek. Deense voordelen zijn er zeker ook. Door de schaalgrootte zijn de meeste veehouders zelfvoorzienend qua ruwvoer en kunnen ze relatief goedkoop krachtvoer inkopen. Het begrip fosfaatrechten bestaat niet, welstandscommissies zijn er nauwelijks en mestafzet is op transport na gratis. Overal zijn akkerbouwers in de buurt. Al wordt de mestnorm strenger; 30 tot 35 kilo fosfaat per hectare. Loonbedrijven zijn een andere plus. Denemarken kent grote percelen en dito loonwerkers. Bijna al het landwerk wordt uitbesteed. “De Deense melkveehou- der is bovenal koeienboer en manager”, aldus Jongsma.


Zetmeelaardappelen in Jutland Deense akkerbouwers telen vooral winter- tarwe en gerst. 75% van alle telers heeft ook een varkenstak en tarwe wordt dan voor de eigen dieren gebruikt. De gemiddelde hectareopbrengst is 6 ton op zandgrond


De Deense grondprijzen stijgen de laatste jaren niet hard meer; gemiddeld met 2 à 3% per jaar


en 9 à 10 ton op de betere klei. Vanwege de gunstige vruchtwisseling wordt ook steeds vaker koolzaad geteeld.


Aardappelen zitten vooral in Jutland in het bouwplan. Daar zijn drie moderne zetmeelfabrieken er is een goede markt voor. Van belang is wel dat het land niet te heuvelachtig is en er niet te veel stenen in zitten. Ook moeten telers voldoende kun- nen beregenen. Fritesaardappelen en uien zijn vaak te risicovolle gewassen en worden sporadisch in het bouwplan opgenomen. Voor emigranten biedt een Deens zetmeelaardappel- en granenbedrijf kansen, maar er zijn wel haken en ogen. Een gemiddeld bedrijf heeft tussen de 200 en 300 hectare en 35% eigen vermogen is vaak gewenst. In de startfase zijn de kosten hoog. Ook is de combinatie akkerbouw/ varkens zeer gangbaar in Denemarken. Dat is niet voor iedereen weggelegd. Daar staat tegenover dat middelengebruik weliswaar onder druk staat (grondwater), maar niet in dezelfde mate als in Nederland.


Meeste kans met gesloten bedrijven Voor emigranten is het niet eenvoudig om een varkensbedrijf in Denemarken


te kopen. Bedrijven zijn er groter en in tegenstelling tot in Nederland ligt er al snel 100 tot 200 hectare rond het bouwblok. Het voordeel: voer van eigen land en geen problemen met mestafzet. Het nadeel: het forse prijskaartje van zo’n bedrijf. Zeker als een koper ook nog 35% van het aankoopbe- drag moet kunnen financieren. Daarbij komt dat de Deense varkenske- ten behoorlijk onder druk staat. De huidige


In Denemarken zie je veel biogasinstallaties. Er worden steeds vaker biogasinstallaties gebouwd. De reden: er zijn gunstige overheidssub- sidies voor.


108


Denemarken kent grote percelen en grote loonwerkers. Melkveehou- ders besteden hun landwerk grotendeels uit. Ze zijn vooral koeien- boer en manager.


BOERDERIJ 105 — no. 28 (7 april 2020)


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88  |  Page 89  |  Page 90  |  Page 91  |  Page 92  |  Page 93  |  Page 94  |  Page 95  |  Page 96  |  Page 97  |  Page 98  |  Page 99  |  Page 100  |  Page 101  |  Page 102  |  Page 103  |  Page 104  |  Page 105  |  Page 106  |  Page 107  |  Page 108  |  Page 109  |  Page 110  |  Page 111  |  Page 112  |  Page 113  |  Page 114  |  Page 115  |  Page 116  |  Page 117  |  Page 118  |  Page 119  |  Page 120  |  Page 121  |  Page 122  |  Page 123  |  Page 124