This page contains a Flash digital edition of a book.
ge leiding van 1,22 meter in doorsnede gaat door twaalf ge- meenten in Noord- en Zuid-Holland heen. Er moeten sleuven worden gegraven van 2,5 tot 3 meter diep, pijpstukken ge- last tot een streng, boorgangen gemaakt. De transportleiding gaat onder wegen, spoorwegen, kanalen, waterkeringen en rivieren en zelfs onder een start- en landingsbaan op Schip- hol door. Geen sinecure. Het project, dat van start ging op 1 april 2013 en gereed moet zijn op 1 oktober 2014, wordt dan ook zorgvuldig en gestructureerd aangepakt. Het traject kent vijf afzonderlijke fasen. Na bodemonderzoek vanwege moge- lijke explosieven of archeologische schatten wordt de grond bouwrijp gemaakt. Om verspilling van agrarisch waardevol- le grond te voorkomen, wordt de vruchtbare bovenlaag aan de zijkant van het werkterrein opgeslagen voor de duur van de werkzaamheden. Het werkterrein wordt bedekt met zand of schors. Dan worden de pijpstukken gebracht en tot stren- gen aan elkaar gelast, met lasverbindingen die uit verschillen- de lagen bestaan. Vervolgens wordt een sleuf gegraven waar de leidingstrengen in worden gelegd en ook weer aan elkaar worden gelast. Op verschillende plaatsen, bijvoorbeeld waar een weg of een kanaal moet worden gekruist, is het werken met een sleuf echter niet mogelijk. Daar moet dus worden ge- boord of moet de leiding er onderdoor worden geperst.


Aandacht voor water Als een van de twee hoofdaannemers is A. Hak Leidingbouw verantwoordelijk voor ongeveer tweederde van het tracé. Een van de grote uitdagingen waarmee het bedrijf te maken heeft is de waterhuishouding. Projectleider Jan Verhoeven legt uit: “Het is van het grootste belang dat de waterhuishouding blijft zoals hij is. Je hebt bijvoorbeeld te maken met veel tuinders, voor wie niet alleen het peil van het grond- en oppervlakte- water heel belangrijk is, maar ook de kwaliteit en samenstel- ling van dat water. Het water dat we oppompen bij het bema- len kunnen we dan ook niet zo maar overal kwijt. Soms bevat het zout en ijzer, op het gebied waarvan vergunningverleners strenge lozingseisen stellen. In de planning moet je daar reke- ning mee houden, je kunt bijvoorbeeld het water terug in de bodem injecteren, zout water op het Noordzeekanaal lozen of ontijzeringsinstallaties plaatsen. Het houdt vaak in dat het wa- ter over grote afstanden verplaatst moet worden.”


Ook de ligging van het tracé - het gebied ligt ver onder NAP - vereist specifi eke maatregelen en verschillende bemalings- technieken van A.Hak Leidingbouw en haar onderaannemers. “Door de opwaartse druk van het water kan de grond bijvoor- beeld openbarsten als je gaat graven”, licht Verhoeven toe. “In de voorbereiding is een geo-hydrologisch rapport opgesteld. Door proefboringen en –bemalingen en veel interactie met de waterschappen wordt uiteindelijk de uitvoering bepaald. Hier- door moet veel van de detailengineering op het werk worden gedaan om nauwkeurig aan de eisen die in Nederland gelden, te kunnen voldoen. De voortgang is dan ook sterk afhankelijk van de bemaling.”


Kunstig boorwerk Een andere uitdaging die de aanleg van de gastransportlei- ding met zich meebrengt, zijn de vele rivieren, wegen en an-


dere obstakels die het werken met sleuven onmogelijk ma- ken. Daar komt dus kunstig boorwerk bij kijken. Alleen al het tracé waarvoor aannemer A.Hak Leidingbouw verantwoorde- lijk is, bevat een direct-pipe boring, twaalf schildboringen en twaalf horizontaal gestuurde boringen. Bij deze laatste tech- niek kan men de leiding over een grote afstand en een grote diepte leggen. Een traject van 1.500 meter lang en 25 meter diep is zelfs nog geen probleem bij deze diameter. Gestuurde boringen lenen zich bijvoorbeeld goed voor het traject onder belangrijke vaarwegen die in de toekomst zullen worden uit- gebaggerd. Ook voor kwetsbare gebieden, die men liever niet met zware voertuigen belast, is deze aanpak heel geschikt. Maar er zijn gebieden die om technieken op maat vragen. Dat is bijvoorbeeld het geval bij Moerkapelle, waarvoor de andere hoofdaannemer, Visser & Smit Hanab, een unieke ‘boogbo- ring’ toepaste.


De situatie bij Moerkapelle kent verschillende obstructies die het standaard boorproces ondoenlijk maken. De gastrans- portleiding moest daar onder respectievelijk de Noordeindse- weg, de Ringvaart en de Julianaweg door. Traditionele boring was hierbij geen optie, omdat daarvoor veel meer ruimte, dat wil zeggen: boorlengte, nodig is. Bovendien ligt er al van al- les onder de grond, zoals diepliggende damwandconstruc- ties, kabels en leidingen die niet eenvoudig te traceren zijn. Die leidingen zouden moeten worden opgespoord en omge- legd, wat veel extra werkzaamheden en dus veel kosten met zich zou meebrengen en bovendien veel overlast voor de om- geving zou veroorzaken. Daarbij zou het standaard boorpro- ces het risico van beschadigingen aan het dijklichaam ge- ven. Maar al deze bezwaren konden worden omzeild met een techniek die aannemer Visser & Smit Hanab (V&SH) op maat van dit traject ontwikkelde. Het is een speciale Horizontal Di- rectional Drilling (HDD) techniek, ofwel horizontaal gestuurde boring, die boogboring wordt genoemd. Er werden in drie fa- sen drie voorgebogen strengen in een boog van vijfenveertig graden onder het traject Noordeindseweg-Ringvaart-Juliana- weg door getrokken over een lengte van 165 meter. Willem Roest is constructiemanager bij V&SH. Hij legt uit: “We heb- ben deze techniek al eens eerder toegepast; alleen was dat op veel kleinere schaal en met een kleinere leiding. Om de in- trekboog van de boogboring mogelijk te maken hebben we van te voren verschillende buizen gebogen, ter plekke op het werk. Die buizen van achttien meter lengte lasten we in drie Nr.7/8 - 2013OTAR


O Nr.7/8 - 2013 TAR 59


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72