This page contains a Flash digital edition of a book.
K


etensamenwerking, ketenintegratie, het sturen op output, het terugdringen van de faalkosten en het aanjagen van innovatie zorgen voor nieuwe samen- werkingsvormen en contractsoorten in de bouw. Belangrijk hierbij is de rol van de opdrachtgever: activiteit-gestuurd op- drachtgeverschap verandert in een regievoerend opdracht- geverschap. Bij grote opdrachtgevers zoals Rijksgebou- wendienst (RGD), Rijkswaterstaat (RWS), Dienst Vastgoed Defensie (DVD), provincies, grote gemeentes, waterschap- pen en havenschappen is door reducties in het personeels- bestand de aanwezige expertise niet meer vanzelfsprekend. Een acceptabele kwaliteit zal een vaste waarde blijven omdat objecteigenaren ook in de toekomst de eindverantwoordelijk- heid dragen.


Dit betekent dat opdrachtgevers zich bezinnen op de invul- ling van hun rol. Daarbij buigen zij zich ook over de vraag op welke wijze een aangepaste rolinvulling zo effectief mogelijk kan worden doorgevoerd. Concreet betekent dit een andere belegging van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkhe- den binnen de infrastructuur- en vastgoedprocesketen. Eige- naren zullen, bijvoorbeeld in integrale dienstverleningscon- tracten, steeds meer met kwaliteitsmanagementplannen de procesvoortgang bewaken.Normalisatie speelt hierbij een be- langrijke rol.


De infrastructuur- en vastgoedketen De beheerders in sectoren als Bouw & Utiliteit (B&U), Instal- latie en de Grond- Weg- & Waterbouw (GWW) kennen (tech- nische) waardebepalingmethoden die worden gebruikt in alle fasen van de levenscyclus van een bouwwerk, te weten: de behoefte- / initiatieffase; de ontwerpfase; de realisatiefase; de exploitatiefase en de sloopfase. Binnen de bouwwereld zien we dat aan deze fase-indeling een vrij strikte, disciplinaire benadering ten grondslag ligt. De GWW-sector kent haar eigen onderscheidende benadering t.o.v. de B&U-sector. Ook zijn vaak geheel andere partijen ver- antwoordelijk voor het nieuwbouw- / realisatieproces dan voor het exploitatieproces. Er treden echter verschuivingen op. De wijzigende rollen van opdrachtgevers, opdrachtnemers en serviceproviders vragen om herijking van de bouwproceske- ten. De beleidscommissie Methoden & Technieken van NEN heeft deze (h)erkend en aangegeven dat zij de bouwnormali- satie ziet als een integraal geheel. Bij integraal bouwen kun- nen we twee niveaus onderscheiden:


1. Integrale objectbenadering Bij een integrale benadering van het bouwproces (gebouwen, installaties en infrastructuur) moeten in alle levensfasen ver- bindingen worden gelegd tussen de verschillende (technische) onderdelen die samen het bouwwerk vormen. Passend bin- nen de strategische kaders van een opdrachtgever dient niet alleen de integrale technische en functionele kwaliteit op orde te zijn, maar moet ook worden voldaan aan wet- en regelge- ving, kwaliteitsverklaringen, onderhoud- en bedieningsvoor- schriften, enz. Zo dienen bijvoorbeeld klimaatinstallaties goed te passen binnen de constructieve opzet van een gebouw om de comfort- en kwaliteitseisen van de betreffende ruimten te


36 Nr.7/8 - 2013 OTAR


behalen. En voor de brandveiligheid is het van belang dat er een goede balans wordt gezocht tussen de installatietechni- sche componenten van blus- en alarmeringsinstallaties in re- latie tot de functionele context zoals de toegang tot het ge- bouw. Pas als al deze verbindingen tussen directe omgeving, gebouw en installaties (incl. (ondergrondse) kabels en leidin- gen) goed zijn gelegd kan men spreken van een optimaal in- tegraal bouwwerk.


2. Ketensamenwerking / integrale bouwprocesbenadering Een andere voorwaarde die leidt tot een goed bouwwerk is de ketensamenwerking in de diverse fasen van de levenscyclus van (infrastructurele) bouwwerken. Het gaat hier om de sa- menwerking tussen diverse partijen die samen het bouwwerk en het gebruik ervan vormgeven. Deze levensfasen volgen el- kaar continu op zoals weergegeven in fi guur 1.


Behoefte/Ini tiatief


Sloop


Normalis atie


Beheer en onderhoud


Realisatie en uitvoering


Levenscyclus van een gebouw 1 Figuur 1. Levenscyclus van een object Ontwerp


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72