This page contains a Flash digital edition of a book.
, redeneer dan terug naar techniek


harder gaan. De 10,3 miljard die minister Schultz van Haegen en staatssecretaris Mansveld nu hebben aangekondigd te willen investeren in infrastructuur, is in- ternationaal gezien geen klein bedrag. De lidstaten van de Europese Unie be- sloten bij de opmaak van het Europese budget 2014-2020, om het bedrag dat naar infrastructuurprojecten gaat - de Connecting Europe Facility - drastisch te verminderen. Het budget voor ener- gie-infrastructuur is verminderd met 45 procent - van 9,1 miljard naar 5,1 mil- jard euro. Het is dus nog afwachten of alle geplande projecten uitgevoerd kun- nen worden.”


“We zien de trend dat mensen liever producten uit de eigen omgeving, of zelfs van eigen teelt willen eten, geen boontjes uit Kenia. Dan heb je die grote bulkcarriers niet nodig. Als er veel min- der producten moeten worden vervoerd, heeft dat gevolgen voor je infrastructuur. Ik pleit voor integraal kijken. Juist wan- neer je dat samen aanpakt geeft dat veel effi ciëntie.”


“De Europese vaarwegen moeten beter, efficiënter worden gebruikt. Het is kli- maatvriendelijker. Maar dat is niet main- stream. Er is bijvoorbeeld geen verbin- ding tussen de Schelde en de Seine. Wel zijn er mogelijkheden om die ver- binding te maken. Als we maar samen- werken. Daar zie ik kansen. Soms blijkt zo’n ramp als met die as-wolk van de IJslandse vulkaanuitbarsting, toen het hele vliegverkeer plat lag, een eyeope- ner. We merkten dat er geen secundair netwerk voorhanden is. Er was geen en- kel alternatief. Als je waterwegen beter gebruikt, kan je daar een stap maken. Dus misschien moet je investeren in wa- terwerken.”


“Ik denk eerlijk gezegd dat Nederland


het redelijk goed doet op het gebied van openbaar vervoer. Natuurlijk is het ge- doe rondom de Fyra-treinen een heikel punt. Ook voor mij persoonlijk. Ik reis minstens vier keer per week tussen Ne- derland en Brussel. Ik ga het liefst met de trein. Maar soms is dat niet mogelijk. Ik kan niet altijd twee uur wachten. Dan moet je wel de auto pakken. Maar Brus- sel is een van de meest dichtgeslibde steden, met helse fi letijden. Om Brus- sel uit te komen kost voor een paar hon- derd meter zomaar een half uur.”


“Ik ben al een tijdje bezig met de ver- duurzaming van het vervoer. De elektrische auto gaat een belangrijke rol spelen in de toekomst. We zien heel veel verschillende initiatieven, in Dene- marken, Portugal, en in Nederland na- tuurlijk ook. Maar geen van de landen is er echt al helemaal klaar voor. In enke- le steden, bijvoorbeeld in Amsterdam, zijn er al heel wat oplaadpunten. Maar in sommige andere steden is er echt nog helemaal niets. Dit betekent dat we toch sterker moeten inzetten op regionaal beleid. Het kan niet zo zijn dat elke re- gio het verschillend aanpakt. Nederland zou de aanvraagprocedures voor privé- laadpunten bovendien veel eenvoudiger moeten maken. Makkelijkere procedu- res zijn echt van belang om de aanschaf van een elektrische auto aantrekkelijker te maken. Het is ook noodzakelijk dat de leverancier van het oplaadpunt niet gekoppeld hoeft te worden aan de ener- gieleverancier.”


“Elektrisch rijden vraagt ook om ande- re infrastructurele voorzieningen. Als bij een oplaadpunt een hele nacht één auto een plek bij een lader bezet houdt, ter- wijl hij dan allang opgeladen is, wordt dat lastig voor anderen daar ook op te laden. Dit heeft dus gevolgen voor het


inrichting-beleid van de steden. Je moet echt nadenken hoe je je openbare ruim- te voor elektrisch rijden indeelt. Je moet je ook rekenschap geven dat in een his- torische binnenstad grote oplaadpunten minder aantrekkelijk zijn.”


“Systemen zouden ook beter gebun- deld kunnen worden. Het is net een beetje zoals met de mobiele telefoon. Tot voor kort had iedere organisatie een ander stekkertje. Gelukkig zijn daar nu Europese afspraken over. Wat elektrisch auto’s opladen betreft, is het echt van belang dat het gestandaardiseerd, ge- uniformeerd is. Dat had natuurlijk allang afgerond moeten zijn.”


“Bouwbedrijven, managers in de infra- structuur en lokale overheden zullen verder moeten kijken dan alleen naar morgen. Ze moeten innovatief zijn, nu al nadenken over hoe onze infrastruc- tuur er over honderd jaar uit zal gaan zien. We bouwen vaak voor de korte- re termijn. Met elektrisch vervoer zullen we zien dat er meer deelauto’s komen. Van die constructies zoals greenwheels. Ook hybriden hebben een toekomst. Ik denk dat daar meer op moet worden in- gespeeld. Voor het bedrijfsleven zou het bijvoorbeeld interessant kunnen zijn om garagebedrijven te bouwen, naast op- laadpunten. Ook wat energie betreft: Kijk verder, wees innovatief! In Duitsland heeft men bijvoorbeeld gekeken naar de mogelijkheid om energie via de bo- venleiding van het spoornetwerk te ver- plaatsen. Dat soort initiatieven vind ik heel interessant.”


REAGEREN?


Mail naar info@otar.nl Nr.7/8 - 2013 OTAR


O Nr.7/8 - 2013 TAR 33


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72