search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
van de weg. Ook hun inzet wordt ver- der geautomatiseerd met een pilot in Midden-Nederland. Fred vertelt: “Met een druk op de knop in plaats van een telefoontje, gaat nu een bericht naar het Landelijk Centraal Meldpunt (LCM). Het bericht wordt daar, eveneens automa- tisch, omgezet in een opdracht aan de berger. De berger ontvangt vervolgens een bericht op zijn smartphone of com- puter. Het scheelt


allemaal handelin-


gen en daarmee tijd.” Het LCM fungeert bij incidenten met personenauto’s als alarmcentrale en verzorgt de inschake- ling van bergingsbedrijven.


geactiveerd wordt. Maak je geen zor- gen, we zullen nooit weten wiens air- bag wordt geactiveerd, alleen dát er een airbag wordt geactiveerd en waar die zich bevindt”, aldus Fred. “We voegen niet alleen bronnen toe, maar voorzien ook bestaande bronnen van algoritmes, waardoor die databronnen meehelpen met het detecteren van incidenten en files. Bijvoorbeeld algoritmes die Floa- ting Car Data en lusdata combineren en interpreteren met behulp van machine learning algoritmes.”


Bergers Een belangrijke plek in het incidentma- nagement is weggelegd voor bergers. Zij halen defecte voertuigen die (een deel van) de rijbaan blokkeren, immers


Leren Pilots zijn er om van te leren. Zo zijn er altijd wel situaties te bedenken waar algoritmes en systemen nog niet mee om kunnen gaan. Fred: “Het is zaak om tijdens de pilots zo veel mogelijk van dat soort situaties boven water te krijgen en daar een oplossing voor te verzinnen. We zien bijvoorbeeld dat het systeem moeite heeft met eigen waarnemingen van weginspecteurs. Als een wegin- specteur een incident ziet gebeuren en dus direct ter plaatse is, is hij per saldo ook ter plaatse gemeld in het systeem nog vóórdat het incident überhaupt in het systeem is geregistreerd door een wegverkeersleider. Dan zouden er een negatieve aanrijtijden ontstaan en dat begrijpt het systeem niet. Dit zijn kleine praktische dingetjes die we nog verbete- ren aan de algoritmes. Wat wel zo pret- tig is, is dat we de pilots draaien binnen de beveiligde, zo cybersecure moge- lijke systemen van Rijkswaterstaat. Ook als het straks komt van landelijke uitrol,


hoeven we voor beveiliging niets aparts meer op te tuigen”, sluit Fred af.


Inzicht De lopende pilots geven blijk van de toegevoegde waarde van het gebruik van (geanonimiseerde) data en automa- tisering voor het bekorten van incident- duur. Maar het levert meer op dan dat. Tanja Jellesma: “Door het digitaliseren en automatiseren krijgen we heel fijnma- zig inzicht in onze eigen processen. Dat maakt het nog makkelijker om op rede- lijk continue basis de thermometer erin te steken; doen we het nog goed, waar kan het beter of sneller?”


Landelijke uitrol De pilots in Midden-Nederland met de slimme inzet van weginspecteurs en de automatisering van communicatie tus- sen de verkeerscentrale en de wegin- specteurs en bergers lopen nog tot het einde van het jaar. Het koppelen van nog meer databronnen aan de Front Office en het verder automatiseren van de communicatie met en inzet van bergers, en dan vooral met vrachtautobergers, moet begin 2021 zijn beslag krijgen. Tanja: “Zoals gezegd draaien de pilots nu alleen nog in Midden-Nederland. We hopen dit jaar de plannen klaar te heb- ben voor een landelijke uitrol. De verdere doorontwikkeling van de Front Office blijft draaien met Midden-Nederland als voorloper-regio.”


Flexibele organisatie Rijkswaterstaat bouwt nu kennis, kunde en ervaring op in het automatiseren van processen, datagedreven werken en de uitrol ervan. Dat maakt de organisatie flexibeler. “De weg van analoog naar digitaal en naar datagedreven werken is in volle vaart ingeslagen, dat valt niet te ontkennen. Hoe die weg loopt en waar die eindigt, is ongewis. De vraag is dan of je als organisatie kunt omgaan met vragen waarvan je nu nog niet weet dat ze gaan ontstaan. Ik geloof dat we daar als Rijkswaterstaat steeds beter voor gesteld staan en dat we dat met zoiets zichtbaars als incidentmanage- ment heel mooi kunnen laten zien”, sluit Tanja af.


Meer informatie www.rws.nl/incidentmanagement


OTAR Nr. 4/5 - 2020 21


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64