search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Werkgroep ‘B’ Tom van Eck: “Voorafgaand aan de Taskforce Infra was door de sector een lijst van ‘kansrijke vernieuwbouwprojec- ten’ opgesteld, waar de markt moge- lijkheden voor versnelling zag. Die lijst vormde de basis voor de discussies in werkgroep ‘B’. We hadden het dan over een lijst met 67 projecten vanuit alle branches. Centraal stond de vraag: welke beperkingen zijn er om deze projecten te versnellen? Bijvoorbeeld bestuurlijk, stikstof, PFAS, geld, capaci- teit, of planologische- of onteigenings- procedures. Als er beperkingen waren, is nagegaan of er onderdelen van een werk, die niet onder beperkingen vielen, alvast naar voren gehaald konden wor- den.” Theo Winter: “De beoordeling of een project geknipt kon worden gebeurde door de IPM-teams van Rijkswaterstaat,


die daar een grote mate van zelfstandig- heid in hadden. Een goed voorbeeld is het project Zuidasdok, dat helaas door allerlei omstandigheden is


vertraagd.


Vanuit de overweging om op onderdelen te versnellen heeft de projectdirecteur aangegeven wel mogelijkheden te zien om de ov-terminal naar voren te halen.” Tom:


“De filosofie was om projecten


op te knippen in onderdelen die wel en niet stikstof/PFAS gevoelig zijn. De niet-


stikstof /PFAS gevoelige onderdelen zou je dan naar voren kunnen halen. Op die manier hadden we 17 projecten in beeld gebracht, de zogenaamde ‘locomotie- ven’. In een brief van 20 mei aan de Vaste commissie I&W van de Tweede Kamer hebben we de locomotieven ingediend met de vraag om een vraagimpuls en het opheffen van beperkingen vanuit stik- stof, PFAS, financiën of personeel. Een volgend issue was het versnellen van de aanbestedingen zelf. Ook daar kan een deel van het probleem mee worden opgelost. Rijkswaterstaat heeft in het kader van de nieuwe Marktvisie al aan- gegeven te gaan werken met het twee- fasen-proces. Dat betekent dat voor de meest risicovolle onderdelen van de bouwfase pas prijsafspraken worden gemaakt wanneer risico’s beter zijn in te schatten. Daarmee kunnen duidelijkere afspraken over de risicoverdeling wor- den gemaakt en kunnen projecten snel- ler op de markt worden gebracht.”


Onzekere toekomst Theo Winter: “Vooropgesteld, we zijn heel blij met de samenwerking tussen de sector en Rijkswaterstaat. De uitkomst zal ons helpen om de schade door de cri- ses enigszins te beperken. Maar er moet worden bewaakt dat we er wel redelijk ongeschonden doorheen kunnen gaan komen. Het Rijk is slechts één van onze


Centrumplan - gemeente Losser


opdrachtgevers. Gemeenten en pro- vincies zijn onze grootste opdracht- gevers en daar is niet mee gesproken. Daarom hopen wij dat wij ook met de gemeenten, provincies en waterschap- pen een dergelijke samenwerking kun- nen optuigen. Onze grootste zorg ligt bij de gemeenten, omdat het werk bij de gemeenten kort-cyclisch is en nu al aan het opdrogen is. Gemeenten geven al aan door de coronacrisis in financiële problemen te komen. Behoudens verho- ging van de onroerendezaakbelasting hebben gemeenten geen mogelijkheden om hun begroting te verruimen. Finan- ciële tegenslagen moeten daarom wor- den opgevangen met bezuinigingen. Dat kan alleen in het sociale domein of in de infra. Dat biedt dus weinig perspectief. Uit de miljoenennota en Rijksbegroting zal op Prinsjesdag duidelijk worden wat de Taskforce Infra feitelijk heeft opge- leverd. Wat de Taskforce in ieder geval heeft opgeleverd is een groter vertrou- wen tussen markt en Rijk. Wij zouden dit overleg graag een structureler karakter willen geven. Toch zijn we er nog niet gerust op dat de schade voor de sec- tor beperkt kan blijven. Vooral door de stikstofcrisis is nog steeds sprake van een giftige cocktail, die kan leiden tot het


verdwijnen van werkgelegenheid


en continuïteit. Voor de sector geldt daarom nog steeds code rood.”


OTAR Nr.4/5 - 2020 15


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64