search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
FOTO: DIEDERIK VAN DER LAAN


ONDERNEMEN


Bemonstering van grond op aanwezigheid van chitwoodi-aaltjes. Aanwezigheid van aaltjes is één van de zeventien bodemindicatoren.


ingedeeld zijn in de categorieën organische stof, fysisch, chemisch en algemeen (zie kader). De afgelopen zomer gepresenteerde BLN-versie is een samengestelde lijst van de meest relevante indicatoren waarmee de bodem- kwaliteit van landbouwbodems breed vastgesteld kan worden. Volgens Saskia Visser van WUR was het samen- stellen een flinke klus: “Bodems zijn heel divers, de ene bodem is de andere niet. Een universele set indicato- ren bepalen is al lastig, nog lastiger is het bepalen van streefwaarden. Dat moet dan ook nog verder ontwikkeld worden.” De vraag is ook welke meetmethoden het beste bij de indicatoren passen: “Meten is duur, zeker als je alle zeventien indicatoren wilt meten. Daarom hebben we gekeken voor welke indicatoren er goedkopere alter- natieven zijn voor de klassieke en vaak dure methoden. Zo kan NIRS (nabij-infrarood spectroscopie) uitkomst bieden.”


Lange termijn Volgens Janjo de Haan van WUR is NIRS een snelle en goedkope meetmethode, maar zijn de meetresulta- ten van mindere kwaliteit. “Dat kan een uitkomst zijn voor indicatoren waarbij een indicatie voldoende is, afhankelijk van het doel. Hij noemt organische stof als voorbeeld: “Als die gemeten wordt in het kader van landbouwproductie, hoeft dat niet zo precies. Maar als het gaat om het bepalen van de opslag van koolstof in de bodem, moet dat wel heel exact.” De bodemindicatoren


Instrument voor bodemkwaliteit pacht


In het nieuwe pachtbeleid dat minister Schouten in maart 2019 aankondigde, komt meer aandacht voor bodemkwaliteit en langdurige pacht. In het huidige pachtbeleid wordt


het toenemende areaal kortduren- de pacht, vooral door de pachters, gezien als boosdoener voor bodem- kwaliteit. Volgens de verpachters stelt kortdurende pacht de verpach- ters juist in staat eisen te stellen aan het beheer van de bodem door de pachter. Het areaal reguliere pacht neemt al jaren af, het areaal geliberaliseerde pacht met een termijn van zes jaar of korter neemt juist toe. Verpachters van reguliere pachtgrond hebben op dit moment te weinig mogelijkheden eisen te stellen aan goed bodem- beleid, zo stelt de minister. Het is wettelijk geregeld dat de bodem na


8


aflopen van het pachtcontract in dezelfde staat moet worden opge- leverd, maar dat is nu in de praktijk moeilijk te handhaven. Schouten wil kortdurende pacht


in het nieuwe pachtbeleid ontmoe- digen en de mogelijkheden om zicht te hebben op de bodemkwaliteit in pacht vergroten. Daarbij kan gedacht worden aan het stellen van eisen aan de bodemtoestand. “Wenselijk zou zijn om precies vast te stellen wat de kwaliteit van de bodem is en hoe die zich heeft ontwikkeld”, zo schrijft de minister in haar Kamerbrief. Ook daarvoor is een meetinstrumentari- um dat objectief de bodemtoestand kan vaststellen nodig. “Een dergelijk meetinstrumentarium zou in de toekomst de mogelijkheden kunnen vergroten voor verpachters om eisen te stellen aan bodembeleid”, aldus de minister.


zijn een begin, een wetenschappelijke basis, en moe- ten nog verder ontwikkeld worden, aldus De Haan. De indicatoren worden verder ontwikkeld in de PPS Beter Bodembeheer. Volgens de onderzoekers van WUR duurt het nog zeker enkele jaren totdat er voldoende bekend is om alle indicatoren betaalbaar in te zetten.


Indicatoren voor bodemkwaliteit indicator


Organische stof organischestofgehalte en koolstofgehalte stabiele fractie organische stof heet water extraheerbare koolstof


Fysisch


watervasthoudend vermogen aggregaatstabiliteit textuur indringingsweerstand droge bulkdichtheid


Chemisch


zuurgraad (pH) N-totaal potentieel mineraliseerbare stikstof fosfaatstatus kalistatus


Biologisch


aaltjes, diversiteit en aantallen (inclusief plantpara - sitaire aaltjes) bacterie- en schimmelbiomassa regenwormen, aantallen en diversiteit


Algemeen visuele beoordeling (fysisch-chemisch-biologisch)


WUR heeft in opdracht van het ministerie van LNV een lijst van indicatoren vastgesteld die een basis moeten bieden voor een eenduidig meetinstrument voor bodemkwaliteit. De indicatoren en bijbehorende streefwaarden worden komende tijd verder doorontwikkeld.


BOERDERIJ 105 — no. 10 (3 december 2019)


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84