search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Aardappelen laden voor de fritesindustrie in Flevo- land. De alsmaar groeiende verwerkingscapaciteit in Nederland en België maakt dat er behoefte blijft aan groter aardappelareaal.


plan te halen. Veel minder last van trichodorus die dat virus overbrengt. Dat zijn wel verbeteringen.” In de Wieringermeer ging het om het effect van een proef met inundatie, het perceel onder water zetten, op het chitwoodi-aaltje. Die maatregel blijkt zeer effectief. “Bij de WUR is in het onderzoek verruiming van de aardappelrotatie niet aan de orde. Ook niet in de redelijk experimentele Proeftuin Agroecologie & Technologie, waarin strokenteelt, agroforestry en dergelijke aan de orde komen.”


Volumekrimp niet navenant


Overigens moet gezegd dat áls het areaal aardappelen door bouwplanverruiming zou dalen, dat de krimp van het geproduceerde aardappelvolume niet navenant hoeft te zijn. Als er überhaupt al sprake zou zijn van minder tonnen. Uit berekeningen van Aeres Hogeschool blijkt dat als de rotatie zou verschuiven van 1-op-3 naar 1-op-4, de productie per hectare met 15% zou moeten stijgen. Bij een 1-op-4-rotatie neemt het consumptie- areaal af van 76.200 hectare tot ongeveer 71.300 hectare. Om dan toch 4 miljoen ton consumptieaardappelen te produceren, moet de hectareopbrengst stijgen van 52,5 ton tot gemiddeld 56,1 ton. Lector Aardappelketen Peter Kooman bij Aeres acht dat geen onoverkomelijke opgave.


gaan telen. In de biologische akkerbouw zie je 1-op-6. Maar ga je als gangbare akkerbouwer zo extensiveren dan is dat niet rond te rekenen.” Waarbij Molendijk dan ook de vraag opwerpt welke tussengewassen je dan zou moeten kiezen. “Als je gaat verruimen van 1-op-3 of 1-op-4 naar 1-op-5, wat zet je er dan tussen, tulpen, een boomkwekerijgewas? Maar dat gebeurt nu ook al. Land wordt al in een 1-op-6- of 1-op-8-rotatie verhuurd voor tulpenland. Daar is niet altijd meer vraag naar. Er is niet meer afzet voor die extra tulpen. Waar je dan op uitkomt, is de aloude zoektocht naar een goed salderend gewas. Als je eiwitgewassen voor de Nederlandse markt zou gaan telen, ga je de concurrentie aan met wat er in Rotterdam wordt aange- voerd.”


En qua aaltjes is verruiming van de aardappelrotatie niet automatisch een verbetering. “Het gaat behalve om aardappelaaltjes ook om polyfage aaltjes die verschillen- de gewassen als waardplant hebben en die ook aardap- pelen aantasten. Meer graan met grasgroenbemester maakt de situatie niet per se beter. Graan bijvoorbeeld is lastig qua pratylenchus penetrans, omdat het tussen- gewas er een goede waardplant voor is. Ik was trouwens gisteren op een bijeenkomst in de Wieringermeer over virusproblematiek in pootgoed. Die is verkleind door graszaad en groenbemester en kunstgras uit het bouw-


Anders is het in de zetmeelaardappelen. Daar is 66% van het areaal 1-op-3 of intensiever. Bij verruiming naar 1-op-4 daalt het gezamenlijk teeltareaal van 44.000 hectare naar zo’n 31.000 hectare. Voor de compensatie hiervan moeten ze een gemiddelde opbrengst realiseren van 61,2 ton per hectare. Nu ligt het gemiddelde nog onder de 45 ton.


In die zin is de teelt van zetmeelaardappelen een geval apart. In een recent interview in Boerderij noemt Avebe-directeur Bert Jansen de intensiteit van de teelt, als het gaat om duurzaamheid van de 1-op-2 teelt, een bedreiging. “Een nauwe gewasrotatie heeft risico’s, onder meer ten aanzien van bodemgebonden ziekten en plagen.” Behalve dat Avebe zoekt naar nieuw areaal over de grens in Duitsland, mikt de coöperatie ook op verla- ging van de milieu-impact bij gelijktijdige verhoging van de opbrengst. Het gaat dan ook om betere rassen. Leendert Molendijk demonstreert een soort professi- onele irritatie als het gaat om extensivering om duur- zaamheidsproblemen op te lossen. “Eigenlijk, als ik nu weer hoor over intensief versus extensief, dan denk ik: O jee, daar gaan we weer. Iedere tien jaar komt het onderwerp wel een keer voorbij. Misschien zit ik al te vol met oordelen. Ik laat me graag verrassen. Maar extensi- vering als langetermijnoplossing, daarvan zeg ik: vergeet het maar. Een integrale aanpak, waarbij het hele bedrijf systematisch wordt doorgelicht en die maatwerkoplos- singen biedt, daarin zie ik veel meer heil.”


BOERDERIJ 105 — no. 10 (3 december 2019) 33


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84