search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
RUNDVEEHOUDERIJ ACTUEEL Vorst zorgt voor uitstel van bemesting


De vorst in de grond maakt be- mesten onmogelijk en is verboden. Veehouders moeten na dooi wach- ten op draagkracht bij uitrijden van mest.


Vanaf dinsdag 16 februari mag er weer drijfmest worden uitgereden op grasland. Maar zolang er vorst in de grond zit, is dat nog verboden. Als het vanaf maandag 15 februari gaat dooien, met vorst in de nacht, zit de vorst nog wel in de grond en dat blijft waarschijnlijk nog een poosje. Uitrijden is dan geen optie. Zeker niet als de bovenlaag ontdooid is, maar de onderlaag nog niet. “Behalve dat het verboden is, rij je in die situatie ook de hele bovenlaag aan gort”, geeft Mark de Beer, ruwvoerexpert bij Groeikracht aan. “Ook moet je niet over gras rijden dat nog bevroren uit de nacht komt. Het gras breekt dan af, of beschadigt in elk geval zo, dat je die sporen nog weken- lang terug ziet.”


Eerst vorst uit de grond Wacht tot de vorst helemaal uit de grond is en het smeltwater zo diep weg is dat de draagkracht machines toelaat. Wat dat betreft zijn de weerkaarten gunstig, want na 18 februari is er een grote kans op rustig winterweer zonder al te veel neerslag.


Waak ervoor dat, zelfs met brede banden en lage druk, de toplaag niet kapot wordt gereden. Het gras beschadigt of breekt af en de sporen zijn nog wekenlang terug te zien.


Als er door omstandigheden voor langere tijd geen mest kan worden uitgereden en de temperatuursom klimt, dan kan het zijn dat bij gedeelde bemesting of bij gebruik van voorjaarsmeststoffen, de eerste gift kunstmeststikstof eerder gegeven wordt dan de dierlijke mest. Dat is niet helemaal uitzonderlijk. Vorig jaar gebeurde dat ook op meerdere plekken, als gevolg van veel neerslag in de maanden februari en maart.


De Beer: “Als het moment van toedienen van drijfmest en kunstmest dicht bij elkaar valt, geef dan eerst de kunstmest, gevolgd door de drijfmest. Andersom wordt het ook een smeerboel.” Toch blijft de voorkeur om drijfmest, daar waar het kan, zo vroeg mogelijk te geven. Als het gras dan wil gaan groeien, beschikt het in elk geval over de benodigde nutriënten in de bodem.


Alternatieven voor hogere gewasopbrengst op zandgrond


De Marke test op drie proefvelden mengteelt gras met wintergraan.


Agro-innovatiecentrum De Marke in Hengelo (Gld.) gaat drie proefvelden aanleggen waarin verschillende teelten worden getest, met als doel de gewasopbrengsten op zand- grond te verhogen. Verbeteren van de opbrengst is nodig omdat de laatste jaren extreem droog en warm waren waardoor de opbrengsten tegen vielen. Daarbij valt op dat het voorjaar vaak vroeg is, het na- jaar langer en de winters in het algemeen mild. Dat betekent dat er meer groeidagen zijn


38


buiten het normale groeisei- zoen. Centrale vraag is hoe deze dagen benut kunnen worden. Daarom worden er aanpassin- gen gemaakt in het teeltsys- teem waarbij het realiseren van een goede mineralenbenutting en veel eiwit van eigen land be- langrijke uitgangspunten zijn. De drie proefvelden op De Marke zullen de volgende omschrijving en teeltdoelen krijgen. Ten eerste zal in het najaar een proefveld bestaand grasland doorgezaaid worden met wintergraan. Het achter- liggende doel hiervan is het realiseren van hogere gewas- opbrengsten in de eerste en tweede snede.


Bij herinzaai van grasland in


gewasopbrengsten van de eer- ste en tweede snede. Daarnaast zorgt het wintergraan voor een snellere bodembedekking, waardoor onkruiden minder kans krijgen.


De Marke wil bestaand grasland als proef doorzaaien met winter- graan om zo de opbrengst in het voorjaar te verhogen


het najaar zal ook een winter- graan mee gezaaid worden met het gras. In deze proef zal gevarieerd worden met de zaaihoeveelheden. Ook hier is het doel het oogsten van hogere


BOERDERIJ 106 — no. 21 (16 februari 2021)


Het derde experiment bestaat uit het zaaien van wintergraan en Italiaans raaigras tussen maisteelten in en bij maisvruchtwisseling. Hierbij wordt een vergelijking gemaakt tussen het wel en niet bemesten en oogsten van het tussengewas. De opbrengst van het tussengewas wordt ge- meten evenals het effect op de maisopbrengst. Naast alle ge- wasopbrengsten wordt in elke proef, en variaties daarop, de mineralenbenutting bepaald.


FOTO: MICHEL VELDERMAN


FOTO: HENK RISWICK


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76