This page contains a Flash digital edition of a book.
bunker en later door de EOD onschade- lijk gemaakt. Er was ook wel vals alarm: zo werd de knalpijp van een brommer voor een granaat aangezien.


Hinderbeperking


“De aanpak bij het in kaart brengen en ruimen van gevaarlijke explosieven was een van de punten waarop de Vries & van de Wiel de aanbesteding van het project heeft gewonnen”, vertelt Dood- eman. “Een van de andere eisen was dat de hinder minimaal zou zijn, daar hebben we bij de aanbesteding ook op gescoord. Dat is ook gelukt: we kregen alleen maar positieve reacties bij een klanttevredenheidsonderzoek.”


“We konden alle werkzaamheden doen zonder stremmingen voor weg-, trein- en fietsverkeer. De scheepvaart heeft soms een minuut of vijf vertraging op- gelopen, omdat er moest worden ge- wacht op een ander schip. We hebben scheepvaartbegeleiding ingezet om vei- lig voorrang te regelen.”


Veerpont


Een mogelijk probleem vormde een veerpont met kabel over de Maas. De aannemer overwoog eerst een deel van het werk ’s nachts uit te voeren, zodat de pont overdag kon blijven varen, maar dat bleek niet nodig. Verlaan: “De ex- ploitant van de pont is creatief en mee- denkend geweest. Door het verleggen van het anker kon de pont door blijven varen terwijl de Vries & van de Wiel de werkzaamheden uitvoerde.”


Communicatie De Vries & van de Wiel houdt schippers en omwonenden gedurende het hele project op de hoogte over de werkzaam- heden via een elektronische nieuwsbrief. Dat wordt gewaardeerd. Ook Rijkswater- staat zorgt voor informatievoorziening, onder meer met achtergrondstukken en berichten via sociale media.


“Klachten over geluid zijn er niet binnen- gekomen”, laat Doodeman weten. “Het geluid valt reuze mee. We werken over- dag en niet in het weekend. En omwo- nenden zijn al het geluid gewend van de scheepvaart. Zij ervaren het geluid van onze werkzaamheden niet als hinder.”


Voor de start van het project organiseer- de de aannemer twee informatiebijeen- komsten voor omwonenden, maar de belangstelling bleek gering. “In Tegelen hadden we vier bezoekers, in Venlo een stuk of zes”, vertelt Doodeman. “Daar- van waren er drie van de kanovereni- ging, die bezorgd waren over een eve-


64 Nr.8 - 2017 OTAR


nement dat ze wilden organiseren. We hebben kunnen regelen dat het gewoon kon doorgaan.”


Archeologisch onderzoek Een deel van de werkzaamheden is ge- daan onder begeleiding van een ar- cheoloog. Doodeman: “De vaargeul is


Kansen voor binnenhavens in Limburg


Het goederenvervoer over de Maas neemt flink toe. Volgens het CBS groeide vervoer via de bin- nenvaart in de periode 2010-2015 met 41%. Vooral de hoeveelheid overgeslagen goederen in zeecontainers in de haven van Venlo is sterk toegenomen, zo meldde het CBS in april.


Door het verdiepen en verbreden van de Maas tussen Maastricht en Weurt is de rivier straks geschikt voor grote schepen van klasse 5b. Dat biedt ook kansen voor de binnenhavens in Limburg.


Havennetwerkvisie Rijkswaterstaat Zuid-Nederland en de provincie Limburg werken nauw samen bij het verder ont- wikkelen van multimodale logistieke knooppunten in Limburg. Leidraad is de Havennetwerkvisie Limburg 2030, die is opgesteld in samenwerking met de Limburgse havengemeenten.


Containervervoer De afgelopen jaren is fors geïnvesteerd in containerterminals in Venlo, Born, Wanssum, Roermond en Weert-Budel. De havens spelen in op de tendens dat de regie van containerlading verschuift van rederijen in zeehavens naar verladers in het achterland.


“Containervervoer over het water is een sterk groeiende markt die we willen faciliteren”, aldus Jules Lamour van Rijkswaterstaat. “Door de vaarweg geschikt te maken voor grotere schepen, kunnen ook containerterminals profiteren.” Lamour tekent wel aan dat containervervoer slechts een bescheiden deel is van de totale hoeveelheid vracht die in Limburg over water wordt ver- voerd.


Maatwerk Niet alle havens in Limburg zijn geschikt voor de grotere schepen die straks over de Maas kun- nen varen. Sommige hebben aanpassingen nodig. Jules Lamour: “Maar niet elke haven hoeft alles te kunnen verwerken. Elke haven heeft een eigen karakteristiek en deelmarkt. Het is maat- werk. Sommige gemeenten anticiperen op die grotere schepen door te investeren, andere gemeenten niet. Het is een keuze van lokale overheden, Rijkswaterstaat heeft vooral een facilite- rende rol.”


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68