This page contains a Flash digital edition of a book.
N


u de economie aantrekt, neemt ook het aantal fi- les gestaag weer toe. Het woon-werkverkeer is de grootste boosdoener in de ochtend- en avondspits,


maar doordeweeks overdag en in het weekeinde is het even- eens steeds drukker op de wegen. Volgens Robin van Haas- teren is de reden dat reizen voor veel mensen steeds norma- ler is geworden. “Even een paar dagen weg met het vliegtuig naar Barcelona of Rome is tegenwoordig vrij gangbaar. In de belevingswereld van mensen worden afstanden daardoor klei- ner. Dus om even vanuit de Randstad een middag te gaan wandelen op de Veluwe doet men nu wat makkelijker dan voorheen.” Zijn collega


Willem Hartman vult aan: “Tel daarbij op het toegenomen goe- deren-vervoer, onder meer door de bezorg- en pakketdien- sten die vanwege het online winkelen de wegen in toenemen- de mate doorkruisen. Dit samen verklaart een groot deel van de toegenomen drukte op de wegen.”


Infrastructuur beter benutten Van Haasteren en Hartman gaan er eens goed voor zitten. We gaan het namelijk hebben over trends en ontwikkelingen bin- nen mobiliteitsvraagstukken, bij uitstek hun expertisegebied. Van Haasteren, die zich binnen Vialis onder meer bezighoudt met het vinden van nieuwe oplossingen en verdienmodellen binnen nieuwe en bestaande markten, vertelt dat de eerste trend die zij hebben waargenomen een grotere behoefte is aan mobiliteit. “Mensen willen steeds vaker van A naar B, ook steeds sneller, met een betrouwbare reistijd.”


Reële kans of utopie?


Daar hebben we gelijk de eerste bottleneck te pakken, zo lijkt het, want steeds drukkere wegen en dan ook nog sneller op de plaats van bestemming op een betrouwbare aankomsttijd?


WE WILLEN VAKER, SNELLER EN DUURZAAM REIZEN


Is dat geen utopie? Van Haasteren: “Dat lijkt op het eerste oog inderdaad zo, zeker als je beseft dat de uitbreidingsmo- gelijkheden van de bestaande infrastructuur zeer beperkt zijn. Bovendien is er vanuit de maatschappij steeds meer vraag naar duurzaamheid. Alles moet richting energieneutraal en CO2-neutraal, met daarbij zo min mogelijk negatieve neven- effecten, zoals geluidsoverlast. Dat zie je ook terug in de kli- maatverdragen. De oplossing die overblijft is de huidige infra- structuur zo slim mogelijk benutten zodat de capaciteit van de wegen op een effectieve en zo schoon mogelijke manier wordt benut. Dat is de puzzel waar wij ons mee bezighou- den.”


Intelligente verkeerssystemen


Het is dus de uitdaging concepten te bedenken die enerzijds de doorstroming op de wegen bevorderen en anderzijds de energieslurpende en milieuvervuilende optrek- en stopbewe- gingen van het gemotoriseerde verkeer verminderen. Willem Hartman, verantwoordelijk voor de software- en productont- wikkeling bij Vialis, knikt instemmend. “Een van onze speer- punten is het ontwikkelen van nieuwe, intelligente verkeers- systemen.


Data verkeersdeelnemers Voor steden ontwikkelen wij bijvoorbeeld een platform (in het kader van het Partnership ‘Talking Traffi c’) dat via apps en na- vigatiesystemen communiceert met aankomende fi etsers, au- tomobilisten en vrachtverkeer. Hiervoor gebruiken we zowel data die we zelf genereren via de verkeersregelinstallaties als data die we van de verkeersdeelnemers ontvangen via hun mobiele telefoon, navigatiesysteem of on-board unit.


Optimale doorstroming Op basis van deze data passen wij de regelingen van de ver- keerslichten aan zodat het verkeer optimaal kan doorstromen. Een automobilist hoeft bijvoorbeeld niet onnodig voor een rood verkeerslicht te wachten. Of als er een grote groep fi et- sers in aantocht is, zijn de groentijden langer. Zware vracht- wagens hoeven in de stad minder te stoppen en op te trek- ken, omdat de verkeerslichten zware transporten herkennen en tijdig op groen springen. Dat geeft een besparing in tijd, brandstof en CO2. En dat is natuurlijk goed voor de leefbaar- heid, verkeersveiligheid en bereikbaarheid van onze steden.”


Robin van Haasteren


Regierol overheid De tweede trend in mobiliteitsvraagstukken heeft betrekking op de rol van de overheid. Die trekt zich steeds meer terug, focust zich op haar kerntaken. “Kennis en expertise die vroe- ger bij de overheid zat, wordt overgebracht naar de markt”, al- dus Van Haasteren. “De overheid gaat steeds meer toe naar een regierol, waarbij een functionele uitvraag naar marktpar- tijen wordt gedaan. De marktpartijen moeten hierop anticipe- ren en aantonen dat ze voldoen aan de functionele behoefte.


40 Nr.8 - 2017 OTAR


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68