This page contains a Flash digital edition of a book.
Werkplaats van vernieuwing. Dat is de slogan waaronder De Bouwcampus in Delft opereert. In De Bouwcampus werken opdrachtgevers en opdrachtnemers samen met kennisinstellin- gen aan innovatie in de woning- en utiliteitsbouw, infrastructuur en openbare ruimte. Majo- rie Jans geeft leiding aan dit praktijkgerichte laboratorium.


Tekst: Joost Zonneveld S


oms is een negatieve ervaring no- dig om verandering in gang te zetten. De bouwfraude was zo’n situatie voor de bouwwereld. Daar is in- middels veel over gezegd en geschre- ven, maar het zette volgens Majorie Jans ook iets positiefs in gang. “Al ja- ren werd over innovatie binnen de sec- tor gesproken, maar vernieuwing kwam nauwelijks van de grond. Er moest iets gebeuren.” De Bouwcampus wil de om- geving zijn waarin opdrachtgevers en opdrachtnemers in het brede veld van de bouw samen met kennisinstellin- gen samenwerken. Dat betekent een concreet gebouw in Delft waar partij- en elkaar niet alleen kunnen ontmoe- ten, maar ook concrete opgaven agen- deren, analyseren en bedenken hoe die het beste aangepakt kunnen worden. In de afgelopen twee jaar is het open con- cept van De Bouwcampus ontwikkeld waarin samengewerkt wordt aan maat- schappelijke opgaven. Dat biedt voor opdrachtnemers het voordeel dat zij kunnen meedenken over de grote opga- ven waar opdrachtgevers mee worste- len en zo goed op de hoogte blijven van potentiële opdrachten. Opdrachtgevers kunnen gebruik maken van de kennis en kunde van kennisinstellingen en op- drachtnemers. Maar hoe gaat dat in de praktijk? En wat levert samenwerking in De Bouwcampus op?


Wat zijn belangrijke vraagstukken die u in de komende tijd in De Bouwcampus verwacht? “We willen dat onze partners zelf met vragen of problemen komen die zij aan de orde willen stellen. Eén belangrijke, die we van verschillende kanten horen en waar eigenlijk alle gemeenten mee


te maken hebben, is de vervanging van natte kunstwerken. Als we dat op de oude manier zouden aanvliegen, dan zou je al snel toegaan naar een advies waarin gesteld wordt dat ze één op één vervangen moeten worden. Rijkswater- staat vroeg zich af of daar eens op een andere manier naar gekeken kon wor- den. Daar is De Bouwcampus de aan- gewezen plek voor.”


Waarom kan dat goed in De Bouwcampus? “Het is denk ik verstandig om over zo’n grote opgave eens goed na te denken voordat begonnen wordt met de aanbe- steding. Welke partijen kunnen ons hel- pen? Zijn dat ook andere bedrijven dan we normaal gesproken aan zouden trek- ken? En kunnen we ook gebruik ma- ken van innovaties uit andere sectoren? Voor ons is zo’n proces geslaagd als, in dit geval Rijkswaterstaat, overweegt an- dere ideeën op te pakken.”


En gebeurt dat ook? “Tachtig partijen hebben gereageerd om over de opgave van renovatie of ver- vanging van natte kunstwerken mee te denken en dat heeft ook tot nieuwe per- spectieven geleid. Of Rijkswaterstaat het ook anders aan gaat pakken, is niet aan ons. Wel willen we aan de hand van concrete voorbeelden onderwerpen be- spreken. Dit geval hebben we de Maas als case genomen. Daar staan zeven stuwen in die op niet al te lange ter- mijn grondig onderhoud nodig hebben. De vraag is of ze alle zeven nog wel no- dig zijn. Bij het bespreken van zo’n on- derwerp betrekken we dan ook partijen als Logistiek Nederland, partijen uit de energiesector en bijvoorbeeld Eric Lui- ten, rijksadviseur Landschap en Water.


Naast de vraag of alle kunstwerken nog wel nodig zijn, is uitgebreid gesproken over de vraag in hoeverre de kunstwer- ken ook een meer iconische uitstraling kunnen krijgen, waardoor iets aan het landschap teruggegeven kan worden. En de Maas heeft bijvoorbeeld ook po- tentie als energiecorridor.”


Liggen dit soort oplossingen niet voor de hand?


“Dat zou je soms misschien denken. Maar het is niet altijd vanzelfsprekend over de grenzen naar andere sectoren te kijken. En het is van belang te bedenken dat keuzes gemaakt worden voor de ko- mende honderd jaar. Nu hebben we de mogelijkheid na te denken en in te spe- len op de behoeftes van de toekomst. Door vragen op te werpen en buiten de gebaande paden te kijken, hopen we opdrachtgevers nieuwe perspectieven mee te geven.”


In hoeverre doen de eindgebruikers mee in De Bouwcampus? “De rol van de opdrachtgevers is groot, maar ik vind de gebruiker van essentieel belang. Daarom hebben we ook partijen in ons netwerk die zich daar op richten. Het Center for People and Buildings bij- voorbeeld, of Vereniging Eigen Huis die sterk gericht zijn op het gebruik en de woon- en werkomgeving van mensen.”


De Bouwcampus werkt met vragen die de partners inbrengen. Welke grote thema’s spelen nog meer in de sector naast de vervangingsopgave van natte kunstwerken? “De belangrijkste thema’s hebben we geïnventariseerd en in een agenda van


Nr.8 - 2015 OTAR O Nr.8 - 2015TAR 7


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70