This page contains a Flash digital edition of a book.
ject en daarmee steeds een stap verder komen in de ontwikkeling van innova- ties. Innoveren gaat ook om het ‘samen doen’ en juist niet over het ‘wij’ en ‘zij’. Wanneer bedrijven daarbij in de gele- genheid worden gesteld risico’s te kun- nen beïnvloeden en ook nemen, cre- eer je een goede bodem voor innovatie. Binnen Mourik is dit ook voortdurend een punt van aandacht. De wil is er dus wel, en stap voor stap komen wij verder, maar het gaat erom hoe we het samen het beste kunnen oppakken.”


Anders aanbesteden


Maar is er ook voldoende geld beschik- baar om innovatie daadwerkelijk door te kunnen voeren? Schlangen: “Ik denk het wel, alleen het is er niet altijd op het juiste moment. Het werkt bij overheden nu nog zo dat zij eerst zelf bedenken wat er ongeveer moet komen, vervol- gens gaan uitrekenen hoeveel geld dat gaat kosten, en dan wordt het budget vastgesteld. Maar daarna ga je natuur- lijk pas de concurrentie in, de aanbeste- ding doen en pas dan komt het moment dat er ideeën kunnen ontstaan over hoe het misschien slimmer kan. Als zo’n voorgestelde innovatie dan initieel duur- der uitvalt omdat bepaalde onderdelen eerst uitgeprobeerd moeten worden, past dat vaak niet meer binnen het be- schikbaar gestelde budget. Het zou dus beter zijn als zo’n budget op een later moment wordt vastgesteld, nadat dui- delijk is wat de markt kan leveren. Dat betekent echter een andere manier van aanbesteden, maar ook daar wordt sa- men met de brancheverenigingen bin- nen de Taskforce Deltatechnologie over nagedacht.”


Concurrentiepositie Bouwens brengt nog een ander punt naar voren wat ook onder de aannemers leeft en waardoor echt grote stappen voorwaarts in innovatie worden afge- remd. Dat betreft het ontbreken van een veilige setting die de overheid in samen- werking met de betrokken partijen zou moeten creëren: “Dat is elke keer een lastige discussie. We merken dat ook bij projecten van Rijkswaterstaat, waarbij steeds wordt opgeroepen tot innovatie en samenwerking met ‘de markt’. Aan het enthousiasme van de markt ligt het niet en er is voldoende potentie om for-


36 Nr.8 - 2015 OTAR


se stappen voorwaarts te maken, maar innovatie gaat ook samen met commer- cie. Nu is iedereen nog een beetje in zijn eigen omgeving bezig. We zijn een beetje marginaal aan het zoeken naar vernieuwingen en zo blijven grootscha- lige innovaties, waar we allemaal naar toe willen, uit. Zolang er geen veilige omgeving wordt gecreëerd en de kans groot is dat de ene partij er vandoor kan gaan met de innovatie van de ander, is de kans groot dat iedereen de kaarten zoveel mogelijk voor de borst houdt. In het belang van innovatie en zeker in het belang van de BV Nederland en onze exportpositie in de internationale wa- termarkt, zou de overheid bijvoorbeeld een ‘landelijke studio’ moeten inrichten waar alle partijen die de kennis in zich hebben, bij elkaar zitten. Daar zou het vraagstuk moeten worden neergelegd waar in gezamenlijkheid vervolgens een aantal basisoplossingen worden aan- gedragen. Daarna kan elke partij verder met het doorontwikkelen van een inno-


vatie. Dan wordt het ook een verdien- model wat veel interessanter voor alle partijen is. En wat een daadkracht gaat er dan ontstaan aan kennis en innova- tie! Dan komen er echt nieuwe ideeën naar boven. Dat brengt de waterveilig- heid ook verder en juist dan worden de exportkansen voor alle partijen groter.”


Onderscheiden Voor Franki Grondtechnieken - onder- deel van Franki Foundations uit België dat inmiddels onderdeel is van de Be- six Group – dat de boorpalen binnen het project KIS voor zijn rekening neemt, is de roep om meer innovatie als koren op de molen. Directeur Jan-Wim Verhoeff: “Wij zijn een gespecialiseerde funde- ringsaannemer en moeten ons onder- scheiden door slimmer te zijn dan ande- ren. Dat betekent dat wij altijd denken in alternatieven en slimmere oplossingen bij het toepassen van funderingstech- nieken. Wat dat betreft zit innoveren in ons bloed.”


Hoogwaterbeschermingsprogramma


De werkzaamheden aan de Lekdijk vloeien voort uit het Hoogwaterbescher- mingsprogramma (HWBP) dat onderdeel is van het nationale Deltaprogramma. In het rivierengebied zullen tot 2050 verreweg het grootste deel van de dijkver- sterkingen uit het HWBP worden uitgevoerd om het gebied afdoende te kun- nen beschermen tegen de hoge waterstanden die als gevolg van klimaatver- anderingen kunnen gaan optreden. Naar verwachting zal daar zo’n 500 km rivierdijken op de schop moeten. Instabiliteit en piping vormen er het grootste probleem en daarom zullen de werkzaamheden, behalve verhoging van de dij- ken voornamelijk bestaan uit het aanbrengen van extra binnendijkse steunber- men en het fixeren van het dijklichaam in de ondergrond.


Watergezant Henk Ovink en deltacommissaris Wim Kuijken(r)


Foto: Olav Lammers


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70