This page contains a Flash digital edition of a book.
nieuw asfalt wordt opgelegd. Er gaat dan steeds als het ware een heel circus door Nederland om onderhoud te ple- gen. Maar het zou veel beter zijn om het onderhoud toe te spitsen op plekken waar dat daadwerkelijk nodig is.”


Van Lint geeft als voorbeeld een weg- gedeelte waar veel bijna-ongelukken plaatsvinden. “Je kunt daarover heel veel data verzamelen uit bijvoorbeeld voertuigen en met camera’s. Al die bij- na-ongelukken kunnen aanleiding zijn om lokaal te kijken of er iets mis is met de kwaliteit van het asfalt of de belij- ning. Dan kun je be- slissen of de infra- structuur daar toe is aan een beurt. Op deze manier kun je veel effi- ciëntere en veili- ger schema’s ma- ken voor onderhoud, in plaats van te werken met een voorgekauwd onder- houdsschema.”


Kuilen in de weg? Enthousiast is Van Lint over de app Streetbump, waarmee het Amerikaanse Boston in kaart brengt waar kuilen in de wegen zijn. De gegevens worden door- gestuurd vanaf de mobieltjes van au- tomobilisten, die de kuilen registreren. “Een mooi voorbeeld van een manier om onderhoud van infrastructuur vraag- gerelateerd te maken. Met hulp van bur- gers en het gebruik van big data kun je publieke ruimtes en services ontwerpen


en onderhouden. Dit soort toepassin- gen schieten nu als paddenstoelen uit de grond.”


Van pilot naar proces Maar simpel is het delen en gebrui- ken van big data niet. “Je moet wel eerst de goede vraag hebben”, al- dus Van der Ster. “Daarna moet je de relevante data bij elkaar zien te krijgen. En vervolgens moet je er- voor zorgen dat het geen eenmali- ge exercitie wordt, maar een proces. Een pilot is zo gedaan, maar het op- schalen ervan en integreren in de organisatie is lastig. Voor beheer en onderhoud wor- den steeds vaker langlo- pende contracten weg- gezet in de markt. Maar als je met big data din- gen anders gaat doen, dan moet je dus ook de werkwijze aanpassen.”


Het is volgens Van der Ster verstandig om te beginnen in


kleine stappen, met concrete vragen. “Niemand zit te wachten op een plank met tien briljante oplossingen waar je uiteindelijk niks mee kunt.”


Proef


vaarwegmarkering Rijkswaterstaat heeft bijvoorbeeld een pi- lot gedaan met vaar- weggebruikers, die via een app feedback kon- den geven op de vaarweg- markering. En ook een proef waarbij een drone werd ingezet


om vluchtwegen in beeld te brengen bij een overstroming. “Ik verwacht de ko- mende jaren meer pilots en proeven met big data bij Rijkswaterstaat en wegbe- heerders. Dat betekent ook dat we ac- tief nieuwe en onverwachte samenwer- kingsverbanden aangaan. Bijvoorbeeld direct met burgers die georganiseerd zijn in online communities.”


Slimme sluis


Rijkswaterstaat is ook verantwoordelijk voor de waterwegen en watersystemen. Ook hier is informatievoorziening erg belangrijk. Wordt er bijvoorbeeld een hoge waterstand op een rivier verwacht, waardoor een schip beter even niet onder een brug door kan varen? Of is het door problemen op de vaarroute misschien efficiënter om af te meren en de lading op de trein te zetten? De juiste informa- tie op het juiste moment kan veel tijd schelen. Een voorbeeld is sluisplanning.nl. Bij sluizen kan per shift maar een beperkt aantal schepen mee. Door gegevens over de positie van een schip te combineren met een vooraf opgegeven vaarrou- te, kan er automatisch een planning worden gemaakt. De schippers kunnen op sluisplanning.nl zien hoe laat ze zijn ingedeeld. Ze kunnen dan kiezen: doorva- ren en tijd besparen, of langzamer varen en brandstof besparen.


De toepassingen zijn on- derdeel van de i-Strate- gie van Rijkswaterstaat en passen in het brede Ontwikkelplan Anders Omgaan met Data van het Ministerie van Infra- structuur en Milieu. De inzet is om met behulp van big data de beschikbaarheid en kwaliteit van civiele infrastruc- tuur te meten, aldus Van der Ster. “Je kunt bijvoorbeeld sensoren in een dijk plaatsen om de stabiliteit te bewaken. Ook daar is al eens een proef mee ge- weest. Het Internet of Things maakt het mogelijk dat sensoren en actuatoren via internet automatisch de toestand kun- nen doorgeven of via internet kunnen aansturen. Je kunt sensoren in de in- frastructuur aanbrengen. Dan hoef je er niet meer naartoe om te controleren of er onderhoud nodig is, want dat meldt de infrastructuur zelf. De winst is dat het efficiënter en effectiever is. Dat le- vert kostenbesparingen op en een gro- tere beschikbaarheid van de infrastruc- tuur voor gebruikers.”


28 Nr.8 - 2015 OTAR


Iedere minuut


worden er 204 miljoen e-mails verstuurd, 1,8 miljoen Facebook- likes gegenereerd, 278


duizend Tweets verstuurd en 200.000 foto’s op Facebook geüpload.


in de wereld is in de afgelopen twee


90% van alle data


jaar gecreëerd. Bron: Big Data Bernard Marr


zoekopdrachten per seconde.


Google verwerkt meer dan 40.000


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70