This page contains a Flash digital edition of a book.
rd voor het landelijk gebied’


“Ik beoordeel de resultaten die minis- ter Schultz van Haegen heeft bereikt heel positief. Ik zou bijvoorbeeld het door de Tweede Kamer loodsen van de omgevingswet willen noemen. Ook op een aantal andere dossiers maakt ze voortgang. Zoals wegverbreding. Ze geeft zelf aan dat er nu een traject aan- komt waar het wat moeilijker zal wor- den. Want als je nu wat wilt doen in de infra, zal je niet meer kunnen volstaan met verbredingen. Er zullen verbindin- gen tussen wegen moeten worden ge- maakt. Dan kom je nou eenmaal situa- ties tegen waar mensen zich verzetten, dat heeft soms nogal wat voeten in de aarde. Maar ja, dezelfde omwonenden die bezwaar maken tegen meer wegen, maken er ook gebruik van. Dan vind ik toch dat je als samenleving reëel moet zijn, dat een klein beetje minder natuur en een beetje meer asfalt moet kunnen.”


“Doordat het economisch weer wat aantrekt, zullen we meer wegen nodig hebben. Ik vind het mooi dat Nederland voorop loopt in de ontwikkeling van zelfrijdende auto’s. De minister zegt dat onze infrastructuur daarvoor geschikt is. Ik hoop dat die mogelijkheid snel kan worden uitgerold, want daardoor zullen snelwegen beter benut kunnen worden, omdat die techniek van ‘zelfrijdendheid’ impliceert dat auto’s dichter op elkaar kunnen rijden. In plaats van meer asfalt zullen wegen beter benut kunnen wor- den. Dat betekent niet dat er niet meer asfalt op andere plekken moet worden aangelegd.”


“Ik vind in het algemeen dat er niet be- zuinigd moet worden op infrastructuur. Zeker ook niet waar het vaarwegen en kunstwerken betreft. Op dit gebied vind


ik dat de minister een probleem heeft. Er zit spanning, noemt de minister dat, tussen het aantal opdrachten en het budget. Dat kan een gezonde spanning zijn. Je hoeft niet alles wat technisch af- geschreven is, ook meteen te vervan- gen. Maar je moet wel kijken naar de veiligheid. Er is een zekere flexibiliteit mogelijk, maar we zullen wel met elkaar moeten kijken dat we niet alleen het on- derhoud van wegen en spoorwegen, maar ook van de vaarwegen op orde te hebben.”


“Vanuit het noorden van ’t land wordt gelobbyd om in de Eemshaven meer mogelijk te maken. Het zou mooi zijn als deze haven naast Rotterdam en Amster- dam meer mogelijkheden krijgt. Ook de nieuwe sluis in IJmuiden kan een mooie nieuwe impuls zijn. Ik heb waardering voor het ondernemerschap dat in de havens zichtbaar is. Ook gaat het goed wat betreft de samenwerking tussen overheden op dit gebied.”


“Als er nou toch bezuinigd moet wor- den, kijk dan naar de uitvoering. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat er minder ’s nachts aan wegen zal worden gewerkt maar veel meer overdag. Dat heeft als consequentie dat het meer overlast geeft. Het is een ontwikkeling waarvan ik denk, als het niet anders is, dan moet het maar.”


“Wat luchthavens betreft vind ik het van belang te kijken dat Schiphol zich kan blijven ontwikkelen. Ter ontlasting van Schiphol zijn Lelystad en de ontwikke- lingen rondom Eindhoven zeker van be- lang. Ook daar moet je natuurlijk reke- ning houden met omwonenden, en met hen kijken naar oplossingen die recht


doen aan het woongenot. Je ontkomt er niet aan dat daar gemeenschapsgeld naartoe gaat. Dat moet de gemeen- schap ook willen omdat zo’n ontwikke- ling voor het hele land van belang is.”


“Ik ben een voorstander van het gebruik van zonne-energie. We hebben kilome- ters spoorlijn, en natuurlijk zijn er veel gebieden waar stations zijn, en wissels, maar er zijn ook hele stukken waar al- leen maar rails en bielzen zijn en voor de rest niets. Daar zou je volgens mij van alles kunnen doen met zonnecol- lectoren. Dat is zomaar een gedachte. Ik las iets over mogelijkheden om rails te overkappen en daar zonnecollectoren te maken, maar dat lijkt me nogal veel geld kosten. Wellicht is dit een goedko- pere oplossing, met bijvoorbeeld fl exi- bele zonnecollectoren. Dat zou ik wel eens uitgezocht willen hebben. Ik heb de minister dan ook gevraagd hier naar te kijken.”


REAGEREN?


Mail naar info@otar.nl Nr.8 - 2015 OTAR


O Nr.8 - 2015TAR 33


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70