This page contains a Flash digital edition of a book.
kosten met eenvoudige maatregelen met liefst veertig procent teruggebracht kunnen worden. Uiteindelijk moet een kentering ontstaan in de relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer waarin op vertrouwen gerichte samenwerking een grotere rol moet gaan spelen. Realistische risico’s voor aannemers moeten er voor zorgen dat het aantal onnodige faillissementen beperkt wordt en dat projecten geen onnodig oponthoud krijgen doordat het werk stil komt te liggen. Gezien het grote aantal provincies en gemeenten blijkt het nog lastig algemene en praktische af- spraken te maken.


Vervanging


Volgens Groot kan op het gebied van werkprocessen en samen- werking nog een hoop winst behaald worden. “Door meer sa- men te werken in de keten, kunnen faalkosten verminderd wor- den.” De EMVI-aanpak bij aanbestedingen is volgens hem op zich veelbelovend. “Maar de gevraagde uitgebreide plannen van aanpak leiden tot hoge kosten bij opdrachtnemers en ‘kwaliteit’ telt toch uiteindelijk maar beperkt mee: bij projecten die op EMVI worden gegund is het gewicht van kwaliteit in bijna de helft van de gevallen minder dan dertig procent.”


Momenteel lopen er gesprekken tussen onder meer Bouwend Nederland en Rijkswaterstaat om dit soort problemen in de toe- komst te vermijden. “Problemen over de schutting gooien, is zo- wel voor opdrachtgever als opdrachtnemer niet de oplossing. We willen naar een situatie toe dat we op een volwassen manier samenwerken,” zegt Mulder. Met Rijkswaterstaat is afgesproken de nieuwe marktvisie in de praktijk te testen. Daarbij wordt ge- streefd naar meer duidelijkheid over de rollen van opdrachtne- mer en opdrachtgever en over het aanbestedingsproces. Mulder hoopt dat ProRail, de waterschappen en provincies het voor- beeld van Rijkswaterstaat volgen, waarmee de totale tender-


Orderportefeuille grond-, weg-, en waterbouw 2011-2015, bron EIB


De aanleg van nieuwe wegen zal ook in de toekomst nodig blij- ven, maar de algemene verwachting is dat de vraag grotendeels zal verschuiven naar onderhoud en vervanging. Momenteel geldt dat al voor veertig procent van de omzet van de sector. Wegen, en vooral ook kunstwerken die in de jaren zestig en zeventig Ne- derland in rap tempo klaar maakten voor vervoer met de auto, zullen aangepakt moeten worden. “Het is een grote opgave waar alle overheden mee te maken krijgen. Over tien tot twintig jaar zijn die aan het einde van hun levensduur gekomen. Uit een en- quête die we hebben gehouden, blijkt dat in de gemeenten die meegedaan hebben, bijna vijftig procent van de bruggen een matige tot slechte kwaliteit te hebben,” zegt Mulder.


Gezien de overheidsbezuinigingen en de grotere verantwoorde- lijkheden van gemeenten op het gebied van onder meer de zorg, is er wel bezorgdheid of voldoende rekening gehouden zal wor- den met de noodzaak om de bestaande infrastructuur aan te pakken. Mulder: “Wij wijzen overheden er op goed te inventa- riseren hoe hun infrastructuur er voor staat en een meerjaren- plan te maken voor noodzakelijk onderhoud met bijbehorende budgetten. Er is een visie nodig op vervanging of levensduur verlengend onderhoud. Dat ontbreekt nogal eens.” Groot: “Als overheden in kaart hebben hoe hun infrastructuur ervoor staat, moeten zij zich goed afvragen wat dat dan betekent met beperk- te budgetten. Meer door marktpartijen laten doen? Innovaties stimuleren? Differentiëren in de tijd? Door druk op de gemeente- lijke budgetten is het echter de vraag of de opgaven op dit punt voldoende kunnen worden gerealiseerd.” Niet alleen wegen, via- ducten en bruggen zullen in de komende jaren aangepakt moe- ten worden, hetzelfde geldt voor het elektriciteitsnetwerk. Dat is niet geschikt om energie terug te leveren op het moment dat Nederland echt een slag maakt met zonne-energie. Ook de in- frastructuur onder de grond, met drinkwater-, riolerings- en gas- leidingen is op veel locaties aan vervanging toe. Groot: “Vervan- ging van bestaande infrastructuur is de grootste opgave in de komende jaren.”


Productie grond-, weg-, en waterbouw 2011-2015, bron EIB 14 Nr.8 - 2015 OTAR


Groeimarkten Ondanks de magere jaren in de infrastructuur zien zowel Mul- der als Groot mogelijkheden in de aantrekkende woningbouw en vernieuwing van bestaande infrastructuur. Voor de woning- bouw geldt wel dat de verwachte nieuwbouwgroei tot 2040 zal afvlakken. Bovendien verwacht het EIB grote regionale verschil- len, met een concentratie van nieuwbouw in de Randstad. Een opgave die in de komende decennia van belang zal blijven, is binnenstedelijk bouwen. Groot: “De druk op de stedelijke infra-


Paul Groot, EIB


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70