search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
VARKENSHOUDERIJ


worden verbanden aangegeven, zoals tussen het gewicht van biggen en de uitval en kosten voor voer en arbeid en aantal slachtbiggen.


De calculaties kunnen zeugenhouders helpen bij het maken van keuzes, maar geven in de eerste plaats meer inzicht en bewustzijn. Ter Haar noemt het in veel geval- len eyeopeners. “We merken dat ondernemers vooraf moeilijk kunnen inschatten hoe groot het effect van een kleine aanpassing op het totale resultaat is.” Om de mogelijkheden van het model te laten zien,


heeft Ter Haar vijf situaties doorgerekend. Ze zijn deels gebaseerd op de tientallen calculaties die inmiddels bij varkenshouders zijn gemaakt. “Maar in principe kunnen we alles simuleren. Als maar duidelijk is wat de uitgangssituatie en de aannames zijn.” De belangrijkste uitgangspunten en economische gevolgen staan samen- gevat in de tabel.


Scenario 1: investeren in koelen In het eerste scenario is de invloed van een hoge tem- peratuur op de productie doorgerekend. Daarmee is te bepalen wat een investering in koeling mag kosten. Op basis van praktijkervaring is uitgegaan van 0,2 big lager levend geboren, een daling van de worpindex met 0,01 en 1% meer sterfte bij zeugen, dus 1% meer vervanging. Voor het voorbeeldbedrijf met 800 zeugen betekent dat een inkomstenderving van € 14.124 per jaar. Bij 15% jaar- kosten mag een investering in koeling dus ruim € 94.000 kosten.


Scenario 2: meer biggen grootbrengen Het tweede scenario is redelijk rechttoe rechtaan; wat betekent het als het aantal grootgebrachte biggen per zeug met een halve per jaar toeneemt? Dat kan bijvoor- beeld door een andere zeug, maar ook door beter ma- nagement van de varkenshouder waardoor de zeug meer melk geeft. Het voordeel zit dan vooral in minder kosten voor moederloze opfok; er zijn geen zes maar slechts twee units nodig met € 688 aan jaarkosten per stuk. Ook vindt een besparing op voer en arbeid plaats. Onder de streep is de besparing € 15.454 per jaar, wat neerkomt op € 20 per zeug of € 0,60 per big. Dat zijn dus de kosten die een varkenshouder mag maken.


Scenario 3: week later spenen De speenleeftijd verhogen van vier naar vijf weken kan voordelen hebben voor de gezondheid van biggen. Dat is doorgerekend in scenario 3. Het betekent wel dat min- der zeugen kunnen worden gehouden. In dit voorbeeld betekent het terug naar 704 zeugen. Om het effect van 96 zeugen minder goed te maken (in de tabel is dat nog € 926 verschil), moet het aantal biggen met 1,5 toene- men, het aantal doodgeboren biggen met 0,2 zakken, de worpindex met 0,05 zakken en de voerconversie in de biggenopfok dalen met 0,1. Hierdoor is er onder- aan de streep nagenoeg geen negatief effect. Daarbij is geen rekening gehouden met het geboortegewicht. Het speengewicht ligt wel 1,5 kilo hoger.


Scenario 4: extra biggen of prijs Als een big meer opbrengt hoeft de focus wat minder op biggenproductie te liggen, is een gedachte. Hoe dat economisch uitpakt, staat in scenario 4. Hierbij stijgt het aantal gespeende biggen van 30,7 naar 32,2, dus 1,5 big meer per zeug. Dat betekent veel meer opbrengsten, maar ook meer kosten voor moederloze opfok, gezond- heid, biggenvoer en slachtbiggen. Om onder de streep op nul uit te komen (€ 659 in de


tabel), moet de biggenprijs met € 1 per big stijgen. In theorie is dat een kleine meeropbrengst die zich vrij gemakkelijk terug lijkt te betalen. In de praktijk is het echter lastig om een meerprijs uit de markt te halen.


Scenario 5: meer zorg kraamstal Het vijfde scenario gaat over meer arbeid. Uitval en vita- liteit worden vaak in één adem genoemd met voldoende zorg in de kraamstal. De vraag is hoeveel de resultaten moeten verbeteren als een zeugenhouder investeert in arbeid.


Een uur extra arbeid per zeug kost op het bedrijf met 800 zeugen op jaarbasis € 20.000 extra. Dat is 16 uur extra arbeid per week. Ook andere kosten nemen toe doordat er meer biggen zijn, zoals voor moederloze op- fok en voer. Om de extra kosten te compenseren moet de uitval tot spenen met 3% afnemen. In dit voorbeeld daalt deze van 12 naar 9%. Een ondernemer moet zelf bepalen of dat haalbaar is.


‘Bewustwording is het begin van de oplossing’


Deskundigen zijn positief over het model. Wel zijn ze kritisch op de waarde van de uitkomsten. Het model van Topigs Norsvin is volgens


Erik van der Hijden, directeur van adviesbu- reau Farmadvies, een mooi instrument om aspecten van de bedrijfsvoering inzichtelijk te maken. “Het is een handig stuk gereedschap dat helpt om keuzes te maken.” Wel plaatst Van der Hijden enkele opmerkingen. Zo verwacht hij dat het lastig is om de manage- ment- en omgevingsaspecten goed in te kunnen schatten. Verder zou hij vanuit zijn


48


eigen professie graag zien dat op basis van de actuele financiële situatie simulaties gemaakt kunnen worden. “Dat is interessant maar zou het model wel heel complex maken.” Remco Janssen, adviseur varkenshouderij bij ABAB, verwacht dat het model bijdraagt aan denken in rendement. “En het brengt de sterke en zwakke punten van een bedrijf goed in beeld.” De focus op bigvitaliteit vindt hij belangrijk, zeker gezien de maatschappe- lijke discussie. Kanttekeningen zet Janssen bij de aannames en de rol van de varkenshou- ders zelf bij het behalen van de resultaten.


“Verschillen tussen varkenshouders zijn gro- ter dan tussen genetica. Met name manage- mentvaardigheden van de varkenshouder spelen een essentiële rol.” Zijn collega Kees Ligthart staat in het alge- meen positief tegenover een dergelijke aan- pak. “We maken zelf varkenshouders meer bewust met het kengetal productieresultaat per € 1.000 huisvestingswaarde.” Hij vindt het belangrijk dat ondernemers nooit op één aspect focussen maar het brede beeld blijven zien. “Bewustwording is altijd het begin van een oplossing.”


BOERDERIJ 105 — no. 16 (14 januari 2020)


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76