search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
RUNDVEEHOUDERIJ ACTUEEL RFC lost ledenobligaties-vrij af


FrieslandCampina gaat een deel van de ledenobligaties-vrij aflos- sen. Daardoor daalt het eigen vermogen en daarom kijkt RFC uit naar andere financieringsvormen.


R


oyal FrieslandCampina gaat voor een bedrag van € 72 miljoen aan ledenobligaties-vrij aflossen uit eigen middelen. Dit wordt ge-


daan om de liquiditeit in de interne obliga- tiemarkt te kunnen garanderen. Door deze aflossing daalt het eigen vermogen van de onderneming. Daarom onderzoekt RFC andere financieringsvormen waarmee het bedrijf in het eerste kwartaal naar buiten zal komen.


De zuivelonderneming verwacht op de handelsdag in februari op de interne markt voor ongeveer € 30 miljoen aanbod van ledenobligaties-vrij. Deze komen van leden die eind 2019 via de DMF-vertrek regeling afscheid namen. Deze € 30 miljoen aan obligaties-vrij lost de onderneming uit contanten af.


Naast de aflossing van de € 30 miljoen is ook besloten om een bedrag van rond de € 42 miljoen aan ledenobligaties-vrij af te lossen die door marktmeester en liquiditeitsverschaffer Rabobank worden gehouden. Daarmee is er weer € 50 miljoen


FrieslandCampina lost in totaal voor zo’n € 72 miljoen ledenobligaties-vrij af om zo liquiditeit op de obligatiemarkt te kunnen garanderen.


liquiditeit volledig beschikbaar voor op- koop van door overige leden aangeboden obligaties-vrij. “Hoewel FrieslandCampina geen verplichting heeft om de ledenobliga- ties-vrij af te lossen of terug te kopen, wil de onderneming wel een oplossing bieden voor de huidige situatie”, aldus het bericht aan de leden op Melkweb. Die situatie licht het later toe: “Op het moment dat de liquiditeitsfaciliteit vol is, kunnen leden


niet meer met elkaar handelen in leden- obligaties.”


FrieslandCampina ziet deze stap van zelf opkopen van ledenobligaties-vrij als een tussenoplossing. Het wil in de komende maanden de liquiditeit op de interne obli- gatiemarkt verzekeren maar ook de eigen vermogenspositie van de onderneming op peil houden. Daarom onderzoekt het bedrijf nieuwe financieringsvormen.


Geen hogere uitval bij vermindering antibioticumgebruik


Het is niet te verwachten dat het sterftepercentage op vleeskalverbedrijven stijgt bij vermindering van het antibioticumgebruik.


De kalfsvleessector in België denkt dat een snelle en sterke daling van het antibioticum- gebruik kan leiden tot een hogere uitval op de bedrijven. Volgens een studie van de Uni- versiteit Gent, gepubliceerd in Journal of Dairy Science, is een lager antibioticumgebruik, dat vereist wordt door de Europese autoriteiten, echter geen aan- wijzing voor een hogere uitval. De onderzoekers hebben data van 76 rondes, op 29


32


bedrijven die leveren aan twee kalfsvleesketens onderworpen aan analyse. Het gaat om data van 45.000 kalveren uit de melkveesector in de periode 2014-’16. Bij de ene keten lag het gemiddelde uitvalspercen- tage met 4,1% duidelijk hoger dan bij de andere keten die 2,3% uitval kende. De gemid- delde dierdagdosering over alle bedrijven is 30,1. Tussen de ketens zit wel verschil. Zo gebruikte de keten met het hoogste uitvalspercentage 22,4 dierdagdosering terwijl de keten met het laagste uitval- spercentage gemiddeld 35,9 dierdagdosering toepast. Doorrekenen van de data op basis van modellen toonde


cefalosporinen risicofactoren op een hogere uitval. Gebruik van langwerkende macroliden werkt juist positief op een lager uitvalpercentage.


Sterftepercentage onder vlees- kalveren hoeft niet te lijden onder verminderd antibioticumgebruik.


een verband tussen antibioti- cumgebruik in de keten met de laagste sterfte, maar niet in de andere keten. Uit de modellen blijken toenemende bedrijfs- grootte en hoger gebruik van derde en vierde generatie


BOERDERIJ 105 — no. 16 (14 januari 2020)


De verschillen in bedrijfsom- vang en andere management- factoren worden door de onderzoekers dan ook aange- wezen als de oorzaak tussen de bestaande verschillen in kalversterfte tussen de twee ketens, meer dan het antibioti- cumgebruik.


Het is volgens de onderzoe- kers dan ook niet te verwach- ten dat vermindering van het antibioticumgebruik in België oorzaak zal zijn voor een toena- me van de sterfte op vleeskal- verbedrijven.


FOTO: BERT JANSEN


FOTO: PETER ROEK


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76