search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Wie is Lindy Molenkamp? Lindy Molenkamp is directeur Wegen en Kanalen bij de Provincie Overijssel. Na de NHTV (Verkeerskunde) studeerde zij economische geografie in Utrecht. Eerder was zij in dienst bij achtereenvolgens TU Delft, Arcadis, TNO, en het Ministerie van VenW /Rijkswaterstaat. Tot haar expertises behoren: planstudies (speciaal de inpassing van infrastructuur in de omge- ving), verkeersmanagement, asset management, smart mobility, data en innovatie. Onder de ministers Peijs en Eurlings trok zij een landsbreed programma voor de aanpak van files. In Overijssel voerde zij asset management in: de provincie mag sinds 2016 een ISO-55001 cer- tificaat voeren. Zij vervult diverse bestuurlijke en adviserende nevenfuncties op nationaal niveau, onder meer bij de Nationale Bewegwijzeringsdienst, Platform WOW, de Bouwagenda en het Fonds Collectieve Kennisontwikkeling Civiele Techniek.


Waar zijn nog meer voordelen te behalen? “Er ligt voor honderden miljarden eu- ro’s aan infrastructuur in Nederland. Die heeft ook intrinsieke waarde. Door- dat wij geneigd zijn lineair te denken, en niet circulair, ontsluiten we die waarde niet ten volle. Mijn stelling is: een slim- me ondernemer weet dat er geld in de grond zit, zoals schoon zand en recy- clebare materialen. Er kunnen gevallen zijn waarin instandhouding en verbe- tering van de functie van infrastructuur gedurende tientallen jaren te bekostigen valt uit exploitatie van overtollige mate- rialen. We kunnen ons bewuster worden dat we buiten een kapitaal aan materiaal hebben liggen. En dat andere beheer- en exploitatiemodellen daarbij aan de orde kunnen zijn.”


Hoe gaat de provincie Overijssel de komen de jaren om met de vervangingsopgave? “Dat is zo’n enorme opgave, dat geen enkele beheerder deze in spendid iso- lation tot een goed resultaat kan bren- gen. Dat zou je ook niet moeten willen, denk ik. Daarom is het mooi dat er al- lerlei partijen en initiatieven zijn waarop we als beheerders kunnen terugvallen, zoals de Bouwagenda, de Bouwcam- pus en de Bruggenstichting. Om die vervangingsopgave het hoofd te bie- den zou naar mijn idee een aantal din- gen moeten gebeuren. Ten eerste is dat een kennisagenda maken. Met daarin een overzicht van wat alle beheerders de komende jaren gezamenlijk willen bereiken. En als afgeleide daarvan een opsomming van de kennisvragen die hiermee samenhangen. Antwoorden op deze vragen kunnen komen van de ken- nisinstituten, marktpartijen en de infra- beheerders zelf.”


8 Nr.1 - 2019 OTAR


Wat moet er naast een kennisagenda nog meer gebeuren? “Laten we proberen om terug te bewe- gen van het Angelsaksische naar het Rijnlandse model. Ik investeer liever in goede samenwerking en mooi werk dan in advocaten en rechtszaken. Vertrou- wen is het sleutelwoord, maar wel op basis van expertise, transparantie en zakelijkheid, niet uit naïviteit. Dit vraagt om een cultuuromslag, niet in de laatste plaats aan opdrachtgeverszijde. DBFM is lange tijd in de mode geweest; ik vind dat dit te zeer als panacee is toegepast. Soms is het een goede keuze, maar vaak overheeren de nadelen: ‘geld le- nen kost geld’, innovatie aan de vraag- zijde wordt in praktijk geremd. En als- of we al niet genoeg bestuurlijke drukte hebben, komt er nog weer een (privaat- rechtelijke) quasi-bestuurslaag bij. Dat betekent geenszins dat ik terug zou wil- len naar algemene toepassing van de traditionele RAW-systematiek. Deze tijd vraagt juist om innovatieve arrangemen- ten. Graag in de geest van Adolf Loos: ‘Form follows function’, en niet in die van Procrustes: ‘One size fits all’.”


Hoe functioneren innovatieve arrange menten?


”In deze arrangementen kun je experi- menteerruimte bieden met als doel inno- vatie te stimuleren. We kunnen namelijk niet duizenden kunstwerken herzien op de manier waarop we dat altijd hebben gedaan, stuk voor stuk. Eenvoudigweg omdat de middelen, mensen en materi- eel, daarvoor niet vrij te maken zijn. Laten we dus op een andere manier de vervan- gingsopgave vormgeven om een hoge ef- fectiviteit en efficiency te waarborgen.”


Kunt u een voorbeeld geven van een in novatief arrangement? ”Een recent voorbeeld is de samenwer- king die we zijn aangegaan met Dura Vermeer. Zij gaan een stuk provincia- le weg van circa tien kilometer circulair onderhouden ‘as a service’, waarbij het de intentie is dat de restwaarde van de weg zo hoog mogelijk is. Aan het ein- de van een af te spreken termijn stellen we samen die restwaarde vast: hoe ho- ger die is, des te meer vergoeden wij de aannemer. Het is een leertraject; voor iedereen inzichtelijk trouwens, want het komt tot stand met publiek geld. Het is een manier van samenwerken die bei- de partijen de ruimte geeft. Een volgen- de stap is dan van prototyping naar op- schaling.”


Hoe zou bij de vervangingsopgave het proces van prototyping naar opschaling kunnen verlopen? “Dit kunnen infrastructuurbeheerders gezamenlijk voor elkaar krijgen door de kunstwerken die onderdeel zijn van de vervangingsopgave te bundelen en te sorteren. Dan krijgen we een comparti- ment bruggen type A, bruggen type B, enzovoort. Vervolgens kunnen we tegen aannemers zeggen: hier hebben we vijf- tig bruggen van hetzelfde type; verzin een list die al deze bruggen future proof maakt, dus een oplossing die we kun- nen opschalen.”


Waarom is het opschalen noodzakelijk? “Op dit moment vervangt praktisch geen infrabeheerder zijn areaal in een dusdanig tempo dat de vervangingsop- gave op tijd is gerealiseerd. Het tempo van de vervanging heeft dus een inten-


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56