search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
telijke beelden van de boven- en onder- grond in de zogenaamde ‘digital twin van de leefomgeving’ leidt tot nieuwe inzichten, betere oplossingen en meer draagvlak voor besluitvorming. Een mooi voorbeeld is de digital twin van de Lekdijk.


Gegevens integreren Bij grote infrastructurele projecten en andere activiteiten van de bouwsec- tor, kunnen digitale ontwerptekenin- gen in BIM al in de vroege verkenning- en planfase gekoppeld worden aan de 3D modellen van de ondergrond uit de BRO en de digitale ruimtelijke informatie (GIS) van de leefomgeving. Bart van der Roest, projectmanager implementatie BRO bij Rijkswaterstaat: “Hierdoor kun- nen de kansen en risico’s beter in kaart worden gebracht en kunnen de onze- kerheden gedurende de realisatie van het bouwproject beter worden beheerst. Door hiermee een 3D dataroom van het te realiseren project op te bouwen gaat geen informatie verloren en heb je van de verkennings- tot onderhoudsfase alle gegevens in onderlinge samenhang bij elkaar. In zo’n 3D dataroom kun je ook real time informatie van sensoren weer- geven, wat helpt om verschillende pro- cessen optimaal af te stemmen.”


Ontwikkelingen rond de BRO Onder het motto ‘samen maken we de BRO’ worden stapsgewijs steeds meer gegevens aangeleverd en gebruikt. Sinds 1 januari 2018 is daartoe een wet- telijke verplichting van kracht. Zodoen- de worden de reeds beschikbare gege- vens telkens verder aangevuld en wordt het beeld van de ondergrond steeds completer. Het nut en de noodzaak daarvan worden steeds meer gezien en ervaren. Inmiddels ontstaat de roep om nog meer gegevens in de BRO onder te brengen, zoals de locaties van warm- te- en koudeopslag en de bodemsane- ringsgegevens. Ook zijn er geluiden te horen over het in de BRO opnemen van archeologische gegevens en de locaties waar mogelijk niet gesprongen explosie- ven aanwezig zijn. Alle facetten van de ondergrond vormen samen een geheel dat bepaalt welke plannen je waar kunt maken.


Geo-kennis-op-maat wint InfraTech Innovatieprijs Onlangs ontving de procesinnovatie geo-kennis-op-maat rond de Basisregistratie Ondergrond, de InfraTech Innovatieprijs uit handen van minister Cora van Nieuwenhuizen (IenW).


Informatie uit de Basisregistratie Ondergrond (BRO) en de 3D-vertaling hiervan in een virtuele, zichtbare ondergrond, maakt de ondergrond transparant, overzichtelijk en toegankelijk. Kansen ontstaan als je deze informatie combineert met data uit andere basisregistraties en 3D-vertaling van de bovengrond. En de informatie met kennis toepast, vroeg in het planproces. Dit is geo- kennis-op-maat.


Juryvoorzitter Maxime Verhagen (Bouwend Nederland) prees de inzending om het vernieuwend karakter: “Voor de jury is dit de winnaar, omdat gezamenlijk een stap is gezet naar waardecreatie met data. Het levert van de genomineerden de samenleving, bedrijven en opdrachtgevers het meeste ‘profijt’ op in reductie van fouten en kosten. Vanuit deze afspraken en verzamelde data kunnen nieuwe innovaties/toepassingen/diensten ontstaan. De jury meent dat het proces als voorbeeld dient voor een procesversnelling bij de totstandkoming van de digitalisering van de bovengrond.”


Kansen en risico’s


Iwan Klein, adviseur Geotechniek en GeoRisicoManagement bij Rijkswater- staat: “Elk project kent zijn onzeker- heden. Voorheen gingen we daarmee om door in de contractvoorbereiding pas grondonderzoek te doen. Je moet dat naar voren halen: kijk in de verken- ningsfase al naar de ondergrond. Er zit- ten niet alleen risico’s maar ook kan- sen in de ondergrond. Beiden moet je zo goed mogelijk in beeld zien te krij- gen. Dat doet de BRO: die brengt data en informatie bijeen waarmee je kennis en inzicht kunt ontwikkelen. Die kennis en inzichten kun je toepassen in sce- nario’s. Zodoende genereer je wijsheid waarmee je betere beslissingen kunt nemen en de onzekerheden beter kunt managen in een vroeg stadium van het MIRT-traject. Als je daarmee de faal- kosten van de investeringen vanuit het


Nr.1 - 2019 OTAR


Rijk in grote infrastructurele projecten (ca.5 miljard euro per jaar) en het Delta- programma (ca. 2 miljard euro per jaar) met een paar procent kunt reduceren, spreek je meteen over een substantieel bedrag. Door gedurende het project van verkenning tot realisatie en beheer de effecten van het bouwproject op de on- dergrond en de directe leefomgeving te monitoren, kun je tijdig bijsturen en zo- wel de onzekerheden als de kansen be- ter managen. Bij elke stap verzamelen we meer gegevens, kennis en inzicht. Zo worden de kansen benut en kunnen de risico’s steeds beter worden inge- schat en beheerst. Deze aanpak scheelt niet alleen veel tijd en geld, maar helpt ook om het draagvlak voor maatregelen te vergroten.”


Meer informatie: www.basisregistratieondergrond.nl


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56