search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
telt Van Beek. De verwachting is dat met de RTD1007-4 meer – verbeterde – flexibele voegovergangen zullen wor- den ontwikkeld en beschikbaar komen in de markt. Nieuw is de toepassing van een gietasfalt overgangsconstructie tus- sen flexibele voegmassa en het asfalt bij de veel toegepaste onverankerde voeg- overgangsystemen. Van Beek: “Bij dit soort systemen is de aanhechting met het aangrenzend asfalt een belangrijk aandachtpunt. In de winterperiode ont- staan hoge trekkrachten op deze flan- ken doordat de voegmassa zich dan stijver gedraagt. Gebleken is dat open deklagen onvoldoende in staat zijn deze krachten op te nemen, waardoor scheu- ren ontstaan met blijvend functieverlies. Een gietasfalt overgangsconstructie voorkomt dat, maar maakt de voegover- gang wel duurder. Dat verdien je ech- ter terug door de langere levensduur.” Flexibele voegovergangen gebaseerd op een flexibele kunststof worden nog niet toegepast bij Rijkswaterstaat. Van Beek: “Er is nog nader onderzoek ver- eist om de effecten van een aantal as- pecten te beoordelen. De verwachting is dat met dit type voegovergang een con- stantere kwaliteit kan worden bereikt, omdat het minder gevoelig is voor fluc- tuaties in materiaalkwaliteit. Ook heeft dit type een hogere levensduurverwachting.”


Circulariteit niet hoofdissue In de huidige tijd ligt het voor de hand om ook voor voegovergangen duur-


zaamheid nader te beschouwen en in de toekomst mee te laten wegen in de keuze. “Bitumineuze materialen en staal zijn in principe heel goed hoogwaardig te hergebruiken, maar het is de vraag of dat ook geldt voor bijvoorbeeld kunst- stof”, stelt Makkink. “Weliswaar staan CO¬2-reductie, minder grondstoffen- gebruik en circulariteit steeds explicie- ter op de agenda, maar als je met hoge kwaliteit de levensduur verlengt, levert dat ook een flinke besparing op.” RWS wil kunststof voegovergangen wel on- derzoeken. Van Beek: “Tot nu toe heb- ben we voegovergangen vooral met elkaar vergeleken op functionele pres- taties. Circulariteit is de volgende stap.” Beiden achten het wel opportuun om de aandacht voor circulariteit vooral te richten op de grote volumes beton, staal en asfalt. “Daar valt meer winst met betrekking tot duurzaamheid te be- halen dan in het relatief kleine volume van voegovergangen.”


Kwaliteitsissue rubber opleggingen


Hetzelfde geldt voor rubberen opleggin- gen die, mits goed geproduceerd en in- gebouwd, de levensduur van een kunst- werk mee kunnen. “Over honderd jaar is het weliswaar een afvalstof, maar ook hier gaat het om kleine volumes. Boven- dien hebben we nog geen ervaring in het opnieuw toepasbaar maken ervan”, stelt Van Beek. Die hoge levensduur is echter geen vanzelfsprekendheid. On-


danks de regelgeving en certificering op Europees niveau gaat er nogal eens wat mis bij de productie van opleggin- gen. “Ze zien er aan de buitenkant pri- ma uit, maar het is een black box. Voor de functionele prestaties en levensduur gaat het om de eigenschappen aan de binnenkant. Of opleggingen goed ge- fabriceerd zijn, kun je vooral controle- ren door ze te testen”, aldus Makkink. Om die reden heeft Rijkswaterstaat in de RTD1012 aanvullende eisen opgeno- men met betrekking tot het testen van deze opleggingen. “De grootste winst is dat foutief geproduceerde opleggingen worden afgekeurd voor ze ingebouwd worden”, aldus Van Beek. “Foute op- leggingen na het inbouwen vervangen kost veel overleg, tijd, energie en geld, waarbij de totale herstelkosten de pro- ductiekosten vele malen overschrijden. Met als bijkomende ongewenste maat- schappelijke last dat vaak verkeers- maatregelen nodig zijn om de opleg- gingen met steiger en vijzelwerk te vervangen.”


Wandelende opleggingen Een groot risico met rubber opleggin- gen is dat deze niet plaatsvast zijn: een ‘wandelende’ oplegging. Zo’n opleg- ging verschuift langzaam van zijn plek en kan uiteindelijk geheel verdwijnen tussen dek en oplegpoer, waardoor het dek met voegovergang fors zakt. Dit heeft aanzienlijke schade en een onvei- lige verkeerssituatie tot gevolg. “De oor-


Het ‘wandelen’ van opleggingen is een heel traag proces maar stopt zelden.


24 Nr.1 - 2019 OTAR


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56