search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
lijk maken – is doorgaans niet het pro- bleem. De meeste schades hebben be- trekking op een of meer van de andere functies. Bijvoorbeeld dat het schort aan waterdichtheid, dat er een toena- me van geluid is of dat delen eruit wor- den gereden door het verkeer”, verklaart Frank van Beek, senior adviseur bij de afdeling bruggen en viaducten van de Dienst Grote Projecten en Onderhoud bij Rijkswaterstaat en tevens lid van het kennisplatform Voegovergangen en Op- leggingen (PVO, zie kader).


Meerkeuzematrix


Om de verschillende functies van een voegovergang bij elk project te vereni- gen tot de juiste keuze, moeten afwe- gingen worden gemaakt. “Kies je voor een harde of een flexibele voegover- gang? Flexibele voegovergangen zijn stiller, harde voegovergangen hebben een langere levensduur”, zegt Martin Makkink, voormalig senior adviseur bij Heijmans, nu als zelfstandig onafhan- kelijk adviseur actief binnen Makkink In- fra Techniek. “Daarom heeft RWS sa- men met de markt binnen het PVO de meerkeuzematrix ontwikkeld, een web- based tool waarmee ontwerpende en uitvoerende partijen kunnen bepalen welke voegovergang het meest geschikt is voor hun project.” De meerkeuzema- trix voorziet in een objectieve uitkomst, voorkomt dat belangrijke aspecten ver- geten worden en verkleint zo de kans op verkeerde keuzes. Makkink: “Welke aspecten het zwaarst wegen, verschilt per situatie. In een stedelijke gebied we- gen de geluidsprestaties zwaarder dan in de polder.” De ideale voegovergang bestaat niet volgens de heren. “De bes- te voegovergang is geen voegovergang. Voegloos bouwen dus, zoals is gedaan bij diverse viaducten in de A50 en de A73 door toepassing van integraalvia- ducten. Maar dit is alleen een optie voor nieuwe kunstwerken en dan maar tot een bepaalde lengte. Bestaande kunst- werken zijn niet meer aan te passen”, zegt Van Beek.


Geluidsarm belangrijker De behoefte aan stillere voegovergan- gen groeit, doordat het asfalt ook steeds stiller wordt. Voor een stille voegover- gang is het nodig dat voertuigbanden voortdurend contact houden met de


Nr.1 - 2019 OTAR O Nr.1 - 2019TAR 23


DE VERWACHTING IS DAT MET DE RTD1007-4 MEER VERBETERDE


FLEXIBELE VOEGOVERGANGEN IN DE MARKT ZULLEN KOMEN


ondergrond. “Harde (stalen) voegover- gangen kunnen daartoe voorzien wor- den van sinus- of wybertvormige platen. Een nadeel van harde voegovergangen blijft echter dat er bij de aansluiting op het asfalt hoogteverschillen ontstaan die een geluidtoename geven”, aldus Van Beek. “Ook blijken de bevestigingen van sinusplaten soms gevoelig voor schade met bijkomende onverwacht hoge her- stelkosten.” Voor een betrouwbaar stille voegovergang met weinig tot geen on- derhoud zijn flexibele voegovergangen een betere keuze. “Deze bestaan uit een steenskelet gevuld met polymeer-gemo- dificeerd bitumen, een min of meer elas- tisch materiaal dat bewegingen goed kan volgen doordat het zich makkelijk laat vervormen. Maar in tegenstelling tot een stalen voegovergang heb je bij flexi- bele voegovergangen eerder te maken met degeneratie”, aldus Makkink. “Als geluidsarm het voornaamste aspect is, dan accepteer je als beheerder met


deze keuze een kortere levensduur. Dat hoeft niet erg te zijn, zolang onderhoud aan voegovergangen- en asfalt maar synchroon lopen. Maar nog niet zo lang geleden had dit type voegovergang in autosnelwegen slechts een levensduur van één tot vijf jaar.”


Betere aantoonbaarheid Dit kwam met name doordat er in het verleden te weinig eisen werden gesteld aan flexibele voegovergangen en de le- vensduur niet aantoonbaar gemaakt kon worden. Met een prijsvraag zette Rijkswaterstaat in 2007 samen met de markt een belangrijke stap naar duur- zame stille voegovergangen; sindsdien zijn de inzichten verder toegenomen. “De nieuwe RTD1007-4 die naar ver- wachting eind maart dit jaar wordt ge- publiceerd, vormt de nieuwe basis om aan te tonen dat een flexibele voeg- overgang gedurende de gewenste le- vensduur goed blijft functioneren”, ver-


Kennisplatform PVO PVO is hét kennisplatform voor voegovergangen en opleggingen in de infrastructuur. Hierin wer- ken opdrachtgevers en opdrachtnemers samen aan kwaliteitsverbetering van beide onderdelen. PVO geeft voorlichting en treedt daarnaast op als initiator en klankbord voor richtlijnen en onder- zoek. Doel is het bevorderen van betrouwbare, duurzame en goed functionerende voegovergan- gen en opleggingen. Frank van Beek en Martin Makkink zijn beiden docent bij de cursus voeg- overgangen en opleggingen van het PVO. Meer informatie: www.pveno.nl


Martin Makkink (Makkink Infra Techniek, links) en Frank van Beek (RWS).


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56