This page contains a Flash digital edition of a book.
Wie is Sander den Blanken? Sander den Blanken (1973) leidt de Nederlandse vestiging van Arup,


dat kantoren in Amsterdam en Groningen heeft. Wereldwijd heeft Arup veertienduizend werknemers, waarvan er circa 300 in Nederland werken. De omzet van Arup in Nederland zou volgens Den Blanken goed zijn voor een plaats in de top vijftien van bouw gerelateerde bedrijven, als Arup haar cijfers niet in Londen zou publiceren. Bijzonder is dat alle medewerkers bij Arup een winstaandeel krijgen waardoor betrokkenheid wordt gecreëerd. Voordat Den Blanken in 2008 de overstap naar Arup maakte, heeft hij ruim tien jaar voor ver- schillende adviesbureaus op het gebied van civiele techniek gewerkt waar hij onder meer grote en middelgrote steden, Projectbureau Zuidas, ProRail en Rijkswaterstaat op diverse technische terreinen adviseerde. Den Blanken studeerde civiele techniek aan de TU Delft en de Universiteit van Amsterdam.


meer kennis afgestoten omdat zij zelf steeds minder in de uitvoering doen en dat hebben uitbesteed aan de markt. Die beperkte kennis heeft tot gevolg dat die grote opdrachtgevers minder goed in staat zijn een inhoudelijk goede uit- vraag te doen aan de markt en zicht te hebben op de risico’s. De evaluatie uit- gevoerd door De Algemene Rekenka- mer over de Botlekbrug A15 MAVA, geeft een duidelijk, maar ook zorgwek- kend beeld van de huidige situatie. Daar bleek onder andere dat inschrij- vers geen fysiek ontwerp hoefden aan te leveren bij inschrijving. Dat is eigenlijk ondenkbaar, maar het is toch gebeurd. Dan zou je kunnen zeggen dat de be- langrijkste opdrachtgevers op het ge- bied van infrastructuur in Nederland in- middels vervreemd geraakt zijn van de praktijk. Eventuele vragen hoe en wat de inschrijvende partij wil bouwen, wat de consequenties en risico’s zijn van het ontwerp, hoe het ontwerp wordt uitge- werkt en op welke manier risico’s be- heerst worden, zijn natuurlijk relevant, maar kunnen maar in heel beperkte mate aan de orde worden gesteld tij- dens de aanbesteding. De aanbeste- ding is dan misschien geslaagd, uitein- delijk heeft het project een valse start gemaakt en de rest is inmiddels een be- kende en publieke geschiedenis.”


8 Nr.8 - 2016 OTAR


Is de aanbesteding van de Botlekbrug een voorbeeld van een trend? “Het gebrek aan kennis bij opdrachtge- vers en de focus op inkoop in plaats van het borgen van de kwaliteit van een pro- ject is zorgwekkend. In die zin is sprake van een trend. Maar er zijn ook uitzon- deringen. Het Zuidasdok in Amsterdam is daar een voorbeeld van. Daar is lang en goed nagedacht over wat het ont- werp op moet leveren en welke eisen daar bij horen. Overigens is daar ook een kritische opmerking bij te maken. In de aanbesteding heeft Rijkswater- staat vooraf een fi nanciële bovengrens en een ondergrens gesteld, waardoor mogelijk de concurrentie op prijs uit de markt wordt gehaald. Het tekent de kramp, waarin markt en overheid zich op dit moment bevinden: beiden zijn op dit moment niet in staat om goed in te schatten wat de echte risico’s van een dergelijk groot en complex project be- helzen. En met name waar deze zijn be- legd en hoe ze gezamenlijk het beste zijn te beheersen. Mijn verwachting is dat we hier de komende jaren doorheen moeten, totdat we weer voldoende ver- trouwen hebben opgebouwd in elkaar.”


Hoe doet men dat dan in het buitenland?


“Een oplossing kan zijn dat je alleen het hoognodige specifi ceert op bijvoorbeeld een A4-tje, waarbij de opdrachtgever er voor kiest om bepaalde specifica- ties minder hard te maken, of als wen- sen te markeren zolang er maar binnen tijd en budget gewerkt wordt. Een ande- re mogelijkheid die in Nederland binnen de infrastructuur nauwelijks ontwikkeld is, is public-private-partnership (PPP). In Noord- en Zuid-Europese landen zijn PPP-constructies veel normaler, daar bouwen opdrachtnemers bijvoorbeeld een mooie nieuwe snelweg inclusief tunnels en bruggen, maar daar moeten gebruikers dan natuurlijk wel voor be- talen. In Nederland is dat nog niet echt van de grond gekomen, hoewel er op dit moment wel initiatieven in gang zijn ge- zet om iets vergelijkbaars te doen, met behulp van nieuwe smart technologie.”


In hoeverre heeft dat met PPS- constructies te maken?


“Het gaat om slimme wegen, waarbij gebruikers met nieuwe digitale mogelijk- heden eenvoudiger kunnen betalen, het betreft eigenlijk de inverse van spitsmij- den en een eigentijdse vorm van reke- ningrijden. Wat ik daar interessant aan vind is dat het om het gebruik gaat en


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64