This page contains a Flash digital edition of a book.
MAATREGELEN ROND DE WERKLOCATIE MOETEN DUIDELIJK ZIJN VOOR AL HET VAARVERKEER


gelen voor de scheepvaart bij Traffic & More benadrukt: “We moeten er niet aan denken dat een schip een onderhouds- platform of ponton onder een brug raakt, omdat bij de vaar- weggebruiker niet duidelijk was dat een beperking van de vaarweg in bijvoorbeeld doorvaarthoogte of -breedte van kracht was.”


Verschil vaarwegen en wegen Het nemen van tijdelijke maatregelen op de Nederlandse vaarwegen is een hele andere discipline dan de bekende tij- delijke verkeersmaatregelen op het wegennet. Op de weg zijn de te nemen maatregelen vastgelegd in onder anderen de CROW-publicaties 96a en 96b. Afhankelijk van de positie van het werkvak is nauwkeurig beschreven wat er aan maatrege- len getroffen dient te worden, inclusief snelheidsbeperkingen, afstanden en aanvullende veiligheidsmaatregelen. Denk bij- voorbeeld aan het gebruik van een vaartuig om botsingen op te vangen, een bots-absorber.


Richtlijnen scheepvaarttekens Voor tijdelijke verkeersmaatregelen op en langs de vaarweg zijn het uiterlijk, formaat en zichtbaarheid van de scheepvaart- tekens wel vastgelegd in regelgeving, waaronder de Richtlij- nen Scheepvaarttekens, het Binnenvaart Politie Reglement en de IALA richtlijnen voor vaarwegmarkering. Deze regels zijn vergelijkbaar met de NEN-EN 12899-1 voor het wegverkeer.


Maatwerk De daadwerkelijk in te zetten specifieke vaarverkeersmaatre- gelen en de locatie daarvan worden per werk bepaald. Wis-


40 Nr.8 - 2016 OTAR


sink: “Bij grotere werken op de belangrijke vaarwegen wer- ken we het uit in een Vaarwegmanagementplan. Bij kleinere werken bepalen we de maatregelen in overleg met de vaar- wegbeheerder, voorzien van een tekening en een korte be- schrijving van de verkeersmaatregelen. Per situatie kan dus ook een ander plan uitgevoerd worden. Sterker nog, de tij- delijke maatregelen bij eenzelfde soort werk kunnen in Fries- land verschillen van de maatregelen in Zuid-Holland. De ene vaarwegbeheerder hanteert bijvoorbeeld een bordafstand van 500 meter, terwijl de ander 200 meter wil. De ene aannemer wil bij een stremming voor de veiligheid van zijn medewerkers een extra ballenlijn in het water, de ander vindt een aantal A1 (‘doorvaart verboden’) borden voldoende. Een standaard, zo- als de CROW op de weg, ontbreekt.”


Niet iedere schipper heeft een vaarbewijs Een ander verschil tussen vaarwegverkeersmaatregelen en wegverkeersmaatregelen, is de kennis die verkeersdeelne- mers hebben van (tijdelijke) verkeersborden en -markering. Een gemotoriseerde weggebruiker heeft voor zijn of haar rij- bewijs theorie- en praktijkexamen gedaan. Alle verkeersbor- den zijn daarin behandeld. Ook al is het lang geleden dat men voor het rijbewijs slaagde, door de regelmaat en hoeveelheid verkeersborden die men in het wegverkeer tegenkomt, is de kennis van verkeersborden en -markering over het algemeen redelijk tot goed. Ook als een weggebruiker de borden hele- maal niet herkent, dan rijdt men mee in de verkeersstroom en lift zo mee op de kennis van andere weggebruikers.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64