This page contains a Flash digital edition of a book.
op wond PTSS’


nen RoderSana, er werken nog drie veteranen. Naast het behandelcen- trum in Oirschot biedt RoderSana ook ambulante begeleiding en er is een speciale groep voor veteranen die kampen met verslavingsproble- matiek die wekelijks in Oirschot bijeenkomt.


Angststoornis Verslaving en PTSS is een combi-


natie die vaak voorkomt. Volgens De Vries ontwikkelt 60 procent van de PTSS’ers een verslaving. “Ik zie PTSS als een open wond. Iemand heeft daar als pleister een verslaving overheen geplakt. PTSS is een angst- stoornis, met middelen wordt die angst gedempt. Veteranen doen fei- telijk aan zelfmedicatie. Als je angst- level steeds 100 is en met een fles wijn of met cocaïne is het 50, dan doe je dat. Dat snap ik. Maar je kunt niet de pleister eraf halen zonder iets aan de wond te doen. Wij pakken de verslaving aan, maar als iemand ook PTSS heeft, dan zorgen we dat die ook daarvoor behandeld wordt. Binnen RoderSana kan dat niet, maar we werken daarin intensief samen. Als een veteraan hier zeven weken is, kan hij al tijdens zijn verblijf beginnen met therapie voor PTSS binnen een ander behandelcentrum.” RoderSana werkt hierin bijvoorbeeld samen met het psychotraumacen- trum van de Reinier van Arkel groep in Den Bosch. Ook veteranen in werkelijke dienst kunnen kampen met verslavingspro- blematiek, waaraan soms PTSS ten grondslag ligt. Onlangs werd dit nog breed uitgemeten in de media, toen bekend werd dat militairen op de kazerne in Schaarsbergen dealden en gebruikten. De Vries snapt het zerotolerancebeleid van Defensie rond drugsgebruik, maar plaatst er ook een kanttekening bij. “Verslaving is een ernstige, chronische hersen- ziekte die professioneel behandeld moet worden. Sommige militairen gebruiken om overeind te blijven na traumatische ervaringen die ze


opdeden tijdens hun uitzending. Als Defensie die militairen ontslaat vanwege drugsgebruik, worden ze eigenlijk ontslagen vanwege de pleis- ter op de PTSS. Zonder adequate medische hulp is dat onverkoopbaar. Deze discussie moet gevoerd worden binnen de organisatie. Defensie biedt veel op het gebied van PTSS, maar verslaving kan daar een onderdeel van zijn. Dat wordt onvoldoende onderkend.” De psychologe vindt dat deze militairen eigenlijk behan- deld zouden moeten worden voor hun verslaving én PTSS. “Ook deze militairen moeten de tijd krijgen om behandeld te worden binnen Defen- sie. Die tijd kreeg ik ook na mijn ongeluk in Bosnië.”


Uitzending met SFOR De Vries ging in 2003 met SFOR 14


naar Bosnië, standplaats Bugojno. Ze ging als enige psycholoog mee met 1.200 man. “Die kun je dus niet allemaal spreken.” Ze ging langs alle kampen. “Een gemeenschappelijke vijand is goed voor de groepsbin- ding, maar in die tijd was het in dat gebied niet zo spannend, dus de grootste vijand was de verveling. Iedereen ging op elkaar letten, dus onder meer pesten was een van de problemen. En mensen worstelden met de zingeving van deze missie.” De Vries had het ontzettend naar haar zin in Bosnië. “Ik was nuttig en het was een enorme uitdaging.” Tijdens een verlofweekend ging De Vries naar Split, waar ze meedeed aan een canyoningtocht. Aan het eind zaten twee sprongen van een rots in het water. Die van 8 meter ging goed. Die van 14 niet. De Vries kwam verkeerd terecht en brak haar rug. Het is één op één hetzelfde verhaal als in de laatste serie Wie is de Mol, waar ook een deelneemster haar rug brak. “Naar die beelden heb ik nooit kunnen kijken.” Ze werd teruggebracht naar Nederland en er volgde een lange periode van reva- lidatie. “Het ergste vond ik dat ik mijn uitzending niet af heb kunnen


Annemarie de Vries tijdens haar uitzending naar Bosnië. Foto: privécollectie Annemarie de Vries


maken. Ik had een enorm schuldge- voel.” Ze wilde weer op uitzending, maar dat vond niemand een goed idee. Na bijna twee jaar dreef ze het op de spits en zei ze weer op uitzen- ding te willen. Haar commandant stelde voor haar medisch te keuren. Ze werd tot haar grote verdriet afge- keurd op haar rug en ze moest de dienst verlaten. “Het leger is nog steeds belangrijk voor me. Dat gevoel is nooit gestopt. Als er hier een Chinook overvliegt, springen de tranen me soms nog in de ogen. Daarom vind ik het zo belangrijk dat ik binnen RoderSana met veteranen kan werken, dat komt tegemoet aan mijn groene hart. Van veteranen hoor ik vaak dat zij het ook fijn vinden om met iemand te kunnen praten die het wereldje kent. Veteranen verdienen het dat we ons met passie voor hen inzetten. In Nederland moeten veteranen zich vaak verdedigen. Dan zijn we het niet eens met hoe het bijvoorbeeld in Srebrenica is gegaan en dan spreken we daar de veteranen op aan. Men wijst dan niet enkel de missie af, maar ook de veteranen die daar geweest zijn. Dat klopt niet. Vetera- nen verdienen erkenning en dus de beste behandeling.”


www.rodersana.nl MEI 2013 27


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64