This page contains a Flash digital edition of a book.
om naar alternatieven voor ingen te zoeken


logisch, omdat ons beheergebied een aantal meter beneden NAP ligt. Onze ge- malen moeten dagelijks veel water uit onze polders pompen, waarbij een hoog- teverschil van een aantal meter over- brugd moet worden. Ook het zuiveren van afvalwater kost veel energie. Wij on- derzoeken voortdurend of we kunnen be- sparen op onze energierekening, door bijvoorbeeld het optimaliseren van de ge- malen en zuiveringen. Daarnaast bespa- ren we ook door slim in te kopen of door zelf energie te produceren uit onder an- dere zuiveringsslib of met zonnepane- len.”


“De polders van Flevoland staan er goed voor: de moderne dijken verkeren in goe- de staat en beschermen de inwoners en economie van Flevoland tegen overstro- mingen. Het watersysteem van de polder kan de hevigere buien als gevolg van de klimaatverandering voorlopig goed aan. Ook droogte is geen groot probleem, omdat altijd kwelwater de polder binnen- komt en de meren om ons heen voldoen- de water bieden. Maar Flevoland is niet af. De veiligheidsbenadering van het ka- binet heeft ook gevolgen voor Flevoland. Met de groei van de bevolking en de eco- nomie zullen de dijken nog meer veilig- heid moeten gaan bieden. Op termijn worden daarom waar nodig Flevolandse dijken versterkt.”


“Als dijkgraaf houd ik me er mee bezig wat de nieuwe normen voor de watervei- ligheid voor onze dijken betekent, en wel- ke opgave daarbij hoort. In de komende jaren springen er voor Waterschap Zui- derzeeland twee thema’s uit.


Ten eerste de overstap naar de risicobe- nadering in de bescherming van Neder- land tegen overstromingen. De afgelopen jaren hebben we samen met de landelijke


overheid op grond van een uitgebreide ri- sicoanalyse gekeken waar in Nederland qua veiligheid extra geïnvesteerd moet worden. Zo kan het wenselijk zijn dat in een gebied waar grote groepen slachtof- fers kunnen vallen of grote schade kan optreden door overstromingen, een ho- ger beschermingsniveau geldt. De vraag is wat deze nieuwe normen voor de wa- terveiligheid voor onze dijken betekent, en welke opgave daarbij hoort.”


“Het tweede belangrijke punt waar ik me als dijkgraaf mee bezighoud, is de min- der-meer-doelstelling van 12,5 procent in de afvalwaterketen - met minder midde- len, meer doen. De zes Flevolandse ge- meenten en het waterschap beheren het afvalwatersysteem in Flevoland, ofte- wel de afvalwaterketen. Gemeenten en het waterschap werken intensief samen om de samenwerking in de afvalwater- keten op een slimme, betaalbare en ro- buuste wijze te optimaliseren. Hierdoor wordt de verwachte kostenstijging be- perkt met 12,5 procent. De doelstelling is namelijk om in 2020 12,5 procent te be- sparen op de totale kosten in de afval- waterketen ten opzichte van de in 2010 geraamde kosten voor 2020. Dit is in het Bestuurs Akkoord Water en het Regiona- le bestuursakkoord afvalwaterketen Fle- voland opgenomen. Daar hebben we ons als waterschap vol overtuiging toe ver- plicht.”


“Sterker nog, ons algemeen bestuur heeft aangegeven 12,5 procent als minimum te willen zien. Voor beide thema’s geldt dat de lat hoog zal liggen en dat Waterschap Zuiderzeeland de ambitie heeft om het maximale te bereiken voor zo min mo- gelijk euro’s van haar belastingbetalers. Wij zijn ervan overtuigd dat innovatie en duurzaamheid hand in hand moeten gaan om deze ambitie waar te maken.”


“Als waterschappen zijn wij zeer zeker blij met onze minister van Infrastruc- tuur en Milieu. Ze is deskundig en heeft een aantal belangrijke dossiers door de Tweede Kamer geloodst. Een goed voorbeeld hiervan is het Deltaprogram- ma.”


“Kortom, weinig problemen. Als ik dan toch een aandachtspunt moet noemen, dan is het wel het belang van de Wa- tertoets. Deze Watertoets is er om te borgen dat in ruimtelijke ontwikkelin- gen water goed geïntegreerd wordt. Wij vinden het essentieel dat de Watertoets ook in de nieuwe omgevingswet een goede en stevige plek krijgt.”


REAGEREN?


Mail naar info@otar.nl Nr.3 - 2015 OTAR


O Nr.3 - 2015TAR 41


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64