This page contains a Flash digital edition of a book.
‘Onze nieuwe rol vraagt om kennis over leefbaarheid en duurzaamheid’


zich op grote, landelijke projecten en een andere op programma’s en onder- houdsprojecten. Daarmee hebben we dus een uniformer aanspreekpunt naar de markt.”


Wat ziet u als de echte kerntaken die, ook in afgeslankte vorm, door Rijkswaterstaat zelf gedaan moeten worden?


“De afslanking van Rijkswaterstaat is niet van invloed op onze kerntaken. De samenhang tussen die taken is te groot om daar onderdelen uit weg te ne- men. Ons land moet beschermd wor- den tegen overstromingen. De zorg voor schoon en voldoende water is daarvan niet los te zien. Ook het Deltaprogram- ma kent die integrale aanpak. Ook onze ‘droge’ taken zijn innig met elkaar ver- bonden. De samenhang tussen het be- heer van het hoofdwegennet en het ver- keersmanagement neemt alleen maar toe. Daar komt nog bij dat de aanleg van infrastructuur in ons land direct raakt aan de inrichting van de openbare ruimte. In onze rol van uitvoeringsorga- nisatie van IenM, werkt Rijkswaterstaat nu ook aan een duurzame leefomge- ving. Dat takenpakket zal dus niet snel veranderen. Maar we kunnen het ons niet langer permitteren teveel zelfstan- dig te doen. Onze alliantie met ProRail laat goed zien hoe het anders kan. Bij het project Haak om Leeuwarden wer- ken we samen aan weg en spoor met


8 Nr.4 - 2014 OTAR


één contract en onder één projectma- nager. Dat maakt het project veel mak- kelijker te managen en pakt uiteindelijk voordeliger en veel minder tijdrovend uit.”


Sinds 2002 is RWS al met zo’n 30 procent afgeslankt. Daardoor is al veel kennis verdwenen. Zal er niet opnieuw heel veel kennis en kunde wegvloeien? Hoe gaat u ervoor zorgen dat de kennis geborgd is die ons land nodig heeft? “We hechten veel belang aan het ont- wikkelen, borgen en delen van onze kennis. Daarom beschikken we over een kennisstrategie. Daarin ligt vast welke vitale kennis en deskundigheid we zelf in huis moeten hebben: de kennis van ons areaal, van onze netwerken en van ons netwerkmanagement. Jaarlijks be- kijken we hoe het met onze kennis is gesteld en welke acties nodig zijn om onze kennis up-to-date te houden. Zo hebben we de afgelopen jaren geïnves- teerd in kennis over tunnelveiligheid, as- setmanagement en risicogestuurd wer- ken. Ook weg- en waterbouwkundige kennis blijft een aandachtspunt door de afnemende belangstelling voor techni- sche opleidingen en door de vergrijzing. Natuurlijk heeft een kleinere organisa- tie minder kansen om kennis in huis te houden. Maar we gaan er, gegeven de omstandigheden, zo slim mogelijk mee om.”


Welke nieuwe kennis zal de komende jaren nodig zijn? “De komende jaren komt het accent van ons werk minder te liggen op uit- breiding van onze netwerken en meer op professioneel beheer en onderhoud. Het beter benutten van de netwer- ken met nieuwe technologie, bijvoor- beeld. En nog professioneler assetma- nagement. Ook onze nieuwe rol van uitvoerings¬organisatie van Infrastruc- tuur en Milieu vraagt om nieuwe kennis over leefbaarheid, duurzaamheid en alle innovaties die daarvoor nodig zijn. Daar- naast gaan we investeren in onze ken- nis van bouwtechnologie. Professioneel opdrachtgeverschap vraagt van ons dat niet alleen de kennis van contracten goed voor handen is, maar vooral ook de kennis van bouwen en projectma- nagement.”


Wat gebeurt met de andere kennis die nodig is voor ons land? “Je hoeft niet alle kennis binnen de overheid zelf te organiseren. We kunnen dit land alleen samen veilig, bereikbaar en leefbaar houden. Ook de markt, ken- nisinstituten en medeoverheden heb- ben daarin een rol. Die kennis moet dan wel goed worden gedeeld. Wat dat be- treft zetten we een belangrijke mijlpaal met de oprichting van de Bouwcampus in Delft. Dat wordt het centrum van ons land voor bouwkennis, samenwerking en ketenintegratie. Eind 2014 kunnen


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64