This page contains a Flash digital edition of a book.
naar overige havens wellicht niet meer noodzakelijk. Geen wachttijden meer door slecht weer of getij. De waterkering heeft ook een regulerende functie door het waterniveau in de Westerschelde op goede hoogte te houden. Een belangrij- ke bijdrage aan de nautische veiligheid. Daarmede weerlegt dit plan alle opmer- kingen als zou de waterkering een be- lemmering zijn in het kader van de on- belemmerde doorvaart!


Overigens zal die onbelemmerde door- vaart op termijn toch gevaar lopen van- wege het aanslibben in de Westerschel- de, de toegankelijkheid van de havens en de steeds groter wordende schepen. Je mag een verdrag uit 1839 gebaseerd op zeilschepen nu niet meer van toe- passing laten zijn met schepen van bijna 400 meter lang en 50 meter breed met rond de 20.000 containers aan boord!


Balans


Herinrichting van de Westerschelde wordt een absolute noodzaak. Er moet gewerkt worden aan een nieuwe balans tussen veiligheid, economie en ecolo- gie! Aangemoedigd door deze stelling durven wij het aan u te laten kennis ma- ken met ons idee van een multifunctio- nele waterkering als integraal antwoord op alle uitdagingen waarvoor de Wes- terschelde ons plaatst. Zoals prof. drs. ir. J.K. Vrijling reeds aankondigde is ook Zeeland in de toekomst niet meer gega-


randeerd veilig als er geen beschermen- de maatregelen worden genomen, zoals bijvoorbeeld door de bouw van een ke- ring als toegangspoort van de Wester- schelde. Daarmee kan dan weerstand geboden worden aan de optredende stormvloeden en tevens aan de conse- quenties van de aangebrachte verdie- pingen in de Westerschelde alsmede de verwachte zeespiegelrijzing en de daling van het land.


1/70 kans op overstroming De kans op een overstroming van het Scheldebekken is 1/70 per jaar. Dat is onaanvaardbaar hoog, gezien de ge- volgen die dit thans en in de toekomst zal hebben. Het gaat per slot om de be- scherming van 2 miljoen inwoners van het Scheldebekken. Het belang van die beschermende stormvloedkering wordt nog eens onderstreept door de studie die Antwerpen heeft gemaakt om zelf een kering aan te leggen binnen het to- tale Sigmaplan.


Niet ontpolderen? Vandaar het idee om een waterkering te bouwen in de monding van de Wester- schelde in combinatie met een groots sluizencomplex waarlangs elk schip onbelemmerd zijn weg visa versa kan volgen richting de achterliggende zee- havens. Enerzijds worden daarmee de Zeeuwen en onze zuiderburen tegen de gevolgen van klimaatsveranderin-


DE KANS, OM


VEILIGHEIDSSTRATEGIE TE KOPPELEN AAN RUIMTELIJKE EN SOCIAALECONOMISCHE ONTWIKKELINGEN, MOET GEPAKT WORDEN


gen beschermd, anderzijds betekent dit ook dat er niet ontpolderd hoeft te wor- den. Dijken verhogen alsmede het bag- geren van de Westerschelde kan mo- gelijk deels achterwege blijven omdat het waterniveau gereguleerd kan wor- den. Daardoor zal de scheepvaart op de gehele Westerschelde veel minder hinder hebben van het getij en verde- re sluispassages. Hierdoor wordt een eventuele wachttijd bij de sluizen ruim- schoots gecompenseerd. Wij denken dat het kostenplaatje voor de bouw van deze kering beperkt kan blijven, waar het de overheidsfinanciën (van Neder- land en België) betreft. Wij voorzien na- melijk in het aanleggen van kunstmatige eilanden met daarop belangrijke, ren- dement generende activiteiten. Tevens kunnen middels de bouw van deze ke- ring andere noodzakelijke investeringen elders (voor de bescherming van het achterland en de nautische veiligheid) worden gereduceerd of geëlimineerd. Daarenaast kan de aanpassing en in- vestering in een nieuwe zeesluis bij Ter- neuzen en elders gereduceerd worden.


De kans op een overstroming van het Scheldebekken is 1/70 per jaar.


Investeerders? Waarmee kunnen de kosten worden te- rugverdiend of investeerders worden aangetrokken? De kering wordt ge- bouwd op bestaande zandplaten met ruimte voor natuur, recreatie, een zee- jachthaven, alternatieve energiewinning, vestiging van industrie, een tweede noord-zuidverbinding en een buiten- gaatse zeehaven voor op- en overslag


Nr.4 - 2014 OTAR O Nr.4 - 2014 TAR 53


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64