This page contains a Flash digital edition of a book.
De broers zijn zo met elkaar verweven dat ze allebei afzonderlijk van elkaar aan een tekening kunnen beginnen – de een links en de ander rechts – en dan pre- cies in het midden uitkomen. Rudolf: “Dat is eigenlijk een wonder. We hebben op die manier tekeningen gemaakt van hele ingewikkelde hoogovens. Het gek- ke is dat wij dat vroeger niet zo gek von- den. Zo is het altijd gegaan. Nu zien we dat het echt een godswonder is.” Zelfs kenners kunnen niet zien welke tekening van de hand van welke broer is. Volgens Rudolf is Robbert iets beter in de details en is hijzelf iets sterker in de grote lij- nen. “Maar dat verschil is echt minimaal hoor.”


Geen computer


Robbert en Rudolf – ze lijken enorm veel op elkaar, qua uiterlijk, maar ook in hun manier van praten, hun stemmen - zijn verknocht aan het tekenen met de hand. Aan het werken met de computer heb- ben ze nooit kunnen wennen. Rudolf: “Lijndiktes kun je accentueren door ze wat dikker en voller te maken en ande- re wat vager op de achtergrond. Zulke kleine details doet de computer niet. Het ergert mij dat een computer in zo- verre verkeerd is geprogrammeerd dat hij op een perspectieftekening de de- tails in de verte precies even scherp wil weergeven als op de voorgrond. Dat wordt raar. En nog een belangrijk ver- schil: bij ons zit er echt een artistieke


component in. Wij gooien er gekke en bijzondere dingetjes doorheen. Net zo- als de natuur dat ook doet. Een compu- ter is toch beperkter.”


De gebroeders Das hebben geen spe- ciale taakverdeling. Bij de boeken – ze- ven hebben ze er inmiddels gepubli- ceerd - maken ze beiden 50 procent van de tekeningen. Robbert doet de onder- schriften en de nummering en Rudolf de broodtekst. Wel hebben ze zich ver- schillend gespecialiseerd. Robbert heeft zich, nadat hij in Frankrijk is gaan wo- nen, op de jachtbouw toegelegd, terwijl Rudolf voornamelijk met architectuur bezig is.


Futurologen


Ooit begonnen ze als technisch illus- trator, later werden ze futurologen. “Te- gen wil en dank”, stelt Rudolf. “Een paar keer maakten we tekeningen van dingen die uitkwamen. Het begon met een vliegtuig.” Dat was in 1953. Met de publicatie van gedetailleerde, open- gewerkte tekeningen van de gehei- me, nieuwe straaljager Supermarine- Swift van de Britse Royal Air Force in het internationale Zwitserse luchtvaart- tijdschrift Interavia, kregen de broers meteen wereldwijd aandacht. “Wij kon- den vrij nauwkeurig aangeven hoe zo’n straaljager er van binnen uitzag. Dat werd een geweldige rel.” Alhoewel ze ooit een tijdje vliegtuigbouwkunde stu-


‘VAN DE VLIEGTUIGEN DIE IN DE OORLOG ZIJN NEERGESTORT, HEBBEN WIJ VRESELIJK VEEL GELEERD’


deerden, was dat niet de reden waar- om ze konden vertellen hoe zo’n vlieg- tuig eruit zag. “We hebben in de Tweede Wereldoorlog ondergedoken gezeten in Beekbergen op het moment dat daar de oorlog in volle hevigheid los barstte met de slag om Arnhem. Van de vliegtuigen die daar zijn neergestort, hebben wij vreselijk veel geleerd. We konden aan de vliegtuigresten precies zien hoe de constructies in elkaar zaten. Bovendien hadden we een foto van een onbeschil- derd prototype in ons bezit, waarop je elke klinknagel kon zien.”


Kleine autootjes


Maar ze voorzagen veel meer. Bijvoor- beeld dat de mensen op een gegeven moment met kleine telefoontjes aan hun pols zouden lopen die ook beelden zou- den kunnen versturen….ofwel de smart- phone. Of dat auto’s veel kleiner zouden worden met korte neuzen en een rech- te achterkant…. Zoiets als de Renault Twingo en de Smart. Rudolf: “Ik tekende ooit zulke autootjes bij een nieuw pand voor een bank. De klant was ontevre- den vanwege die kleine wagentjes, die moesten eraf. Dat heb ik geweigerd en onlangs belde hij dat hij trots is dat hij de tekening nog steeds heeft.”


Futurologen Rudolf en Robbert Das.


In de rij De broers voorspellen ook dat de rol van de bestuurder in de auto steeds kleiner wordt. “Niet meer dan logisch”, stelt Robbert. “De verkeersdichtheid blijft alsmaar groeien. Er komen op deze planeet steeds meer mensen, er komt steeds meer behoefte aan verkeer en aan comfortabele manieren van ver- plaatsen. Als je die lijn doortrekt, dan kun je stellen dat die mensen dus dich- ter op elkaar komen te zitten. De capa- citeit van de weg wordt overspoeld door de hoeveelheid auto’s. Wat gebeurt er dan? Dan komen ze dichter op elkaar te zitten of ze staan stil. De reactiesnelheid van de mens is te traag om dichter bij elkaar te kunnen rijden.” De gebroeders Das verwachten daarom dat er snelwe-


Nr.4 - 2014 OTAR O Nr.4 - 2014 TAR 13


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64