This page contains a Flash digital edition of a book.
de infrastructuur wordt in de toekomst bepalend, zo is de verwachting. Als we inzoomen, dan zien we dat veel van de oudste kunstwerken, zoals bruggen, vi- aducten en sluizen, nog steeds in bedrijf zijn. En dat terwijl ze de leeftijd van 80 tot 100 jaar naderen. (Zie figuren leef- tijdsopbouw op pagina 23). Dit is de ge- bruiksduur waarvoor ze oorspronkelijk zijn ontworpen, de zogenoemde ont- werplevensduur.


Toch blijven deze objecten cruciale schakels in het netwerk. Net zoals de rest van het netwerk, worden deze ob- jecten bovendien steeds intensiever ge- bruikt en daardoor ook zwaarder belast. Zeker deze oudere objecten zijn hier niet op ontworpen. Het aantal objecten dat het einde van zijn levensduur na- dert, neemt zienderogen toe. Tegelijker- tijd zijn er nog geen plannen om ze te vervangen. Wat betekent dit in de prak- tijk? Een paar voorbeelden:


Structurele oplossing? Veel stalen brugdekken vertonen slij- tageverschijnselen. We zien vermoei- ingsscheuren in de rijdekken. Rijkswa- terstaat spoort deze scheuren op en repareert ze. In andere gevallen kiest RWS voor een meer structurele oplos- sing en vervangt de asfaltdeklaag door hogesterkte beton. In het project Reno- vatie stalen bruggen pakt RWS 14 brug- gen zo aan. Een deel van deze bruggen is al gereed. Denk bijvoorbeeld aan de Muiderbrug in de A1. De Galecopper- brug in de A12 bij Utrecht is nu in uit- voering. Rijkswaterstaat grijpt de gele- genheid in beide gevallen aan om de capaciteit van de brug te vergroten. RWS versterkt bovendien de draag- constructie. Na renovatie zijn de brug- gen voor minimaal 30 jaar weer geschikt voor de verwachte verkeersdrukte. Een aantal oudere betonnen bruggen en viaducten is zover in sterkte achter- uit gegaan, dat vervanging noodzake- lijk is. Vaak komt dit door een combina- tie van materiaalproblemen (‘betonrot’ in de volksmond) en slijtage door zwa- re belasting. Hierdoor komen er scheu- ren in het beton. De wapening is als ge- volg daarvan onvoldoende beschermd en gaat roesten. Een voorbeeld uit deze categorie is het viaduct in de Wilhelmi- nalaan over de A15.


22 Nr.4 - 2014 OTAR


OPTIMAAL GEBRUIK VAN BESTAANDE INFRASTRUCTUUR WORDT IN DE TOEKOMST BEPALEND


Rijkswaterstaat vervangt dit object op dit moment.


Risico’s in kaart gebracht Rijkswaterstaat rondde begin dit jaar een uitgebreide risico-inventarisatie van sluizen, stuwen en gemalen (‘natte kunstwerken’ in Rijkswaterstaatjargon) af. Dit project RINK, met een looptijd van vijf jaar, leidt nog niet tot de vervan- ging van complete kunstwerken. Wel is duidelijk dat delen van de onderzochte objecten moeten worden vervangen of gerenoveerd. Het gaat dan bijvoorbeeld om versleten bewegingswerken, aange- taste staalconstructies en beschadigde bodemverdedigingen. Een voorbeeld is de Koninginnensluis in Nieuwegein (bouwjaar 1885) die Rijkswaterstaat de komende jaren grondig gaat renoveren.


Een interessante vraag is waarom we spullen afdanken. Auto’s en apparaten zijn meestal technisch nog wel op te knappen. Maar vaak is dat zo duur, dat het niet meer de moeite waard is. De re- den kan ook zijn dat er geen onderde- len meer te krijgen zijn. Iedereen kent de gesprekken op verjaardagen of tijdens de lunchpauze waarom afdanken beter is dan blijven gebruiken, of juist anders- om.


Zo objectief mogelijk Een vergelijkbaar gesprek voeren we ook binnen Rijkswaterstaat over objec- ten als bruggen, viaducten, tunnels en sluizen. Rijkswaterstaat streeft ernaar om de criteria die we gebruiken zo ob- jectief mogelijk te maken. We zijn daar- om bezig met het ontwikkelen van een kader einde levensduur. De criteria in dit kader moeten aansluiten op de af- spraken die zijn gemaakt tussen de ei- genaar van de infrastructuur - de minis- ter van IenM - en Rijkswaterstaat. RWS is verantwoordelijk voor het in bedrijf houden van de infrastructuur. Deze af- spraken zijn vastgelegd in een contract over de prestatie van de infrastructuur en de kosten die daarmee gemoeid zijn.


MIRT


Einde levensduur? Wanneer bereikt een object het einde van zijn levensduur? Je kunt het be- grip levensduur vanuit verschillende in- valshoeken bekijken. Voor auto’s en ap- paraten zoals een wasmachine of een cv-ketel, wordt vaak de gebruiksduur gehanteerd. Die eindigt als mensen de auto of het apparaat definitief afdan- ken. Je kunt het moment waarop dit ge- beurt statistisch analyseren. Dit levert de gemiddelde levensduur op. Rijkswa- terstaat heeft deze analyse uitgevoerd voor betonnen bruggen en viaducten. De gemiddelde levensduur blijkt onge- veer 80 jaar te zijn.


Het programma Vervanging en Reno- vatie is vanaf begrotingsjaar 2014 op- genomen in het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT), als onderdeel van de begro- ting van het ministerie Infrastructuur en Milieu (IenM). Voor elk van de drie netwerken (hoofdwegennet, hoofd- vaarwegennet en hoofdwatersys- teem) is een zogenaamd MIRT-blad aangemaakt: http://mirt2014.mirtpro- jectenboek.nl/mirt_2014/project_en_ programmabladen/index.aspx?proje ctregion=Nationaal.


Zie de bijlagen voor deze 3 pro- ductbladen.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64