This page contains a Flash digital edition of a book.
besteden, dat we maximaal innovaties, vernieuwingen en verbeteringen toepas- sen. Soms zullen we projecten schrap- pen, soms zullen we het accent op slim- mer leggen, en daarmee goedkoper of sneller, en soms zullen we ons richten op een kiene inkoopstrategie, zodat je maximaal gebruik maakt van prijscon- currentie.” De SG is zich ervan bewust niet zo zuinig te worden dat partijen in grote getalen omvallen. “Als je de markt verstoort door successievelijke faillisse- menten, hebben wij daar zeker geen be- lang bij.”


Kwaliteit


Dasbach vraagt zich vervolgens af of er geen kwaliteitsverslechtering zal ont- staan doordat vaker de prijs wordt ge- drukt. Maar volgens Riedstra zijn de Emvi-criteria zo ingericht dat het niet mogelijk is om louter alleen op prijs de inkoopstrategie te bepalen. “Dat kan natuurlijk wel, maar dan heb je ook de kans dat je niet alleen mindere kwali- teit krijgt, maar ook dat partijen halver- wege een klus omvallen. Dat is niet in ons belang.” De leukste elementen van het werk als het gaat om prijsstellingen vindt Riedstra én dezelfde, of liefst ho- gere kwaliteit te leveren, en gebruik te maken van innovaties, én scherp aan de wind te zeilen. Volgens de SG is er een verandering in de manier waarop RWS de markt tegemoet treedt. “In het ondernemingsplan 2011-2015 gold de


term ‘de markt tenzij’, maar nu is de be- weging gemaakt naar: ‘hoe kan je maxi- maal de markt inschakelen en tegelij- kertijd de samenwerking opzoeken?” Als voorbeeld noemt Riedstra de pro- blemen met de tunnel-technische in- stallaties. “Het was een probleem van de overheid, dat we niet precies scherp konden krijgen wat we wilden, waardoor de markt niet goed kon offreren. Dan moet je de samenwerking zoeken, of in contractvorm, of in escalatievorm, of in uitwisseling van kennis. Een goede op- drachtgever, met een goede marktpar- tij leidt tot maximaal resultaat. Dus als de overheid met zijn rug naar de markt staat, of andersom, dan gebeurt er niet veel goeds.” Riedstra legt uit dat het wel belangrijk is de aanbestedingsprocedu- re altijd correct te doorlopen. “De hele criterialijst wordt afgelopen, dat wordt geobjectiveerd, en dat gaat heel scherp. Je moet het eerst aan de partijen uit kunnen leggen en vervolgens moet je het ook stand kunnen houden voor de rechter.”


Resultaatgericht organiseren Roy van der Voort en Joe Remmits, stu- denten Civiele techniek aan de Avans Hogeschool in ’s Hertogenbosch zijn benieuwd naar Riedstra’s mening over het effect van het Resultaatgericht Or- ganiseren bij aannemersbedrijven. Ried- stra vindt dat voor RWS de externe ori- entatie belangrijk is. “Wat doe je als


De deelnemers komen van verschillende opleidingen.


‘IK BEN OVERTUIGD DAT HEEL VEEL NEDERLANDERS HEEL REDELIJK ZIJN, OVER WELK PROBLEEM DAN OOK’


infrabeheerder, bouwer of onderhouder om dat goed in te richten? Je kunt veel energie organiseren als je dezelfde taal spreekt, als je de koppeling van de ke- tens goed kunt organiseren.” Riedstra vertelt over een bouwer die verbaasd was over de inrichting van processen in de bouw. Hij had toevallig privé een huis laten bouwen door een concurrent en was verbijsterd over hoe vaak mate- riaal weer terug moet worden genomen. “Dat is verspilling pur sang.”


Nacht of dag? Van der Voort en Remmits stellen ver- volgens dat bij infrastructurele projec- ten steeds meer wordt verwacht dat er nacht- en weekendwerk wordt verricht, om de belemmering voor de weggebrui- ker te minimaliseren. Beseft de overheid dat door de eis van nacht- en weekend- werkzaamheden de kosten van de pro- ductie hoger zijn, dit in tegenstelling tot werkzaamheden overdag? Van der Voort: “Uit de aannemerij vernemen wij namelijk, dat er nu een tegenstrijdigheid wordt gecreëerd tussen de ‘moderne’ vragen aan de markt door de opdracht- gever (24 uurs-economie) tegenover de ‘traditionele collectieve afspraken in de van toepassing zijnde CAO´s.” Hij vraagt Riedstra hoe hij hier tegenaan kijkt. Riedstra realiseert zich het probleem terdege en stelt dat het altijd een lastige afweging is die tot op het niveau van de minister wordt bediscussieerd. “Er zijn 17.000.000 Nederlanders en die kun- nen we nooit allemaal tevreden houden. Op elke verjaardag krijg ik opmerkingen over de Fyra, of over het werken aan de weg. Het interesseert mensen en ze kunnen zich daar enorm over opwinden. Dat maakt het lastig, maar ook leuk.”


Draagvlak


In aansluiting daarop vraagt Marga van den Hurk, afgestudeerd in Technische bestuurskunde en nu trainee bij RWS, hoe draagvlak wordt gecreëerd. “Vaak


34 Nr.4 - 2014 OTAR


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64