This page contains a Flash digital edition of a book.
niet vergeten is’


zijn broer Jan op het ereveld Thanby- uzayat in Zuidoost-Birma.


De hel van Dante


Geboren in 1922 en opgeleid als hospik bij de Militair Geneeskun- dige Dienst van het KNIL opende zich voor krijgsgevangene Daniël Cordus in 1943 in Birma de hel van Dante. Hij werkte in de ziekenbarak van kamp 108 van de Thailand- Birmaspoorweg waar alleen pijnstil- lende middelen aanwezig waren voor het in het uiterste geval ampu- teren van ledematen van tijdens het zware werk aan de spoorweg ernstig gewond geraakte krijgsgevangenen. “We werden als verplegers gecon- fronteerd met besmettelijke ziekten als cholera, dysenterie en tyfus, maar voor het bestrijden daarvan waren geen geneesmiddelen aanwezig. De eerste twee jaar had ik grote steun aan mijn twee jaar oudere broer Jan. Hij werkte aan de spoorweg. Met hem heb ik afwisselend twee jaar in vier kampen doorgebracht. Op een gege- ven moment werd hij van kamp 108 overgeplaatst. Het is me nooit gelukt om vanuit kamp 108 contact met hem op te nemen. Je kon wel schrijven, maar brieven werden niet bezorgd. Telefoneren was niet mogelijk.” De Japanners lieten met dynamiet ook rotsen springen. De gevangenen moesten van de grote brokken kleine stukken steenslag kloppen voor het opvullen van de rails van de spoor- weg. Dat leidde tot veel verwon- dingen en grote etterende tropische zweren. “We hadden geen middelen om die wonden schoon te maken en ze te genezen. De etter moest er let- terlijk met een scalpel uitgelepeld worden. Op een gegeven moment werd zelfs overwogen om maden in te schakelen voor het schoonmaken van die wonden. Tegen malaria en diarree was in de ziekenbarak ook geen kruid gewassen. Elke dag kwam er wel een chirurg kijken hoe het stond met die tropische zweren en om als het nodig was een been of een voet te amputeren. Dan bleef er een


verse wond over, die redelijk goed te genezen viel.”


Machteloos


De werkomstandigheden in kamp 108 werden hoe langer hoe zwaar- der, vertelt Cordus. “Het eten werd ook steeds slechter. Hetzelfde gold voor de weersomstandigheden en de toename van het aantal zieken. Als ziekenverpleger kon je weinig meer doen dan de zieken zo goed mogelijk verplegen. Dat kwam neer op eten geven, kleden, wassen en het ver- zorgen van hun wonden. Verschrik- kelijk was de toename van het aantal stervenden. Als jongeman stond je volkomen machteloos tegenover de doodstrijd van zo velen van je mede- gevangenen. Je hoorde wel over het doodgaan van mensen. Het ging over


terug zou zien. Ik had ook nog een andere broer. Ik hoopte dat we met z’n drieën naar huis zouden gaan. In plaats van de ontmoeting met Jan hoorde ik dat hij op 31 december 1944 was overleden.” Thuis bij zijn ouders in Nederlands-Indië hoorde hij dat zijn vier jaar oudere broer Jozef Jan een militaire actie op Suma- tra niet had overleefd. “Ingedeeld als tropisch adviseur bij 4 RI van de Koninklijke Landmacht was hij tij- dens een actie zwaargewond geraakt en hij had die verwondingen niet overleefd”, aldus Cordus. “Ik had me na de capitulatie van Japan opgegeven om als ziekenver- pleger bij twee te vormen Neder- landse bataljons naar Java gestuurd te worden. Daar is door het Britse verbod om Nederlandse troepen naar


Daniël Cordus met familieleden bij het graf van broer Jan. Foto: Griselda Molemans


de manier waarop dat in de zieken- barak ging. Helemaal verlaten. Ster- ven zonder medicijnen. Het was een ervaring die je nooit meer vergeet. Daarom wilde ik ook naar het ere- veld waar mijn broer ligt. Laten mer- ken dat hij niet vergeten is. Op 15 augustus 1945 capituleerde Japan en werden we afgevoerd naar een basis- kamp om vandaar naar huis te gaan. Ik rekende erop dat ik mijn broer Jan


Java te sturen niets van terechtgeko- men. Het werden Bali en Lombok en de eerste politionele actie. In april 1948 heb ik als korporaal een punt gezet achter mijn militaire loopbaan. Ik ben na mijn demobilisatie blijven werken in Indonesië. In 1954 zijn wij ten slotte met ons gezin naar Nederland vertrokken, omdat er in Indonesië helaas geen toekomst meer voor ons was.”


DECEMBER 2013 51


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64