This page contains a Flash digital edition of a book.
STUDIE NAAR NEDERLANDSE OORLOGSVLIEGERS ‘Eenige wakkere jongens’


In het jaar dat het honderdjarig bestaan van de militaire lucht- vaart gevierd wordt, verschijnen er verschillende publicaties over dit onderwerp. Op 15 november promoveerde Erwin van Loo van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie op het onderzoek Eenige wakkere jongens. Nederlandse oorlogsvliegers in de Britse luchtstrijdkrachten 1940-1945.


Door: Jan Schoeman Foto: Birgit de Roij


O


pmerkelijk detail: bij de verdediging van het proefschrift waren twee van deze oorlogsvlie-


gers aanwezig. Van Loos onderzoek richtte zich op de sociale achter- grond en gevechtservaringen van hen én hun ruim negenhonderd Nederlandse collega-oorlogsvliegers die meevochten in de Royal Air Force (RAF) of de Fleet Air Arm. Het onderzoek, waarvan de titel verwijst naar een wervingsposter, richtte zich daarbij niet alleen op de vliegers zelf, maar ook op boordschutters, telegra- fisten en ander vliegend personeel.


Bijgeloof Heeft Van Loo nog opvallende zaken


ontdekt? “Zeker. Zo vond ik het ver- rassend dat het sociale profiel van de Nederlanders die tijdens de oorlog bij de Britten vlogen, op veel punten overeenkwam met het profiel dat je zag bij de vooroorlogse Nederlandse militaire luchtvaart”, aldus Van Loo. “Ik had juist verwacht dat tijdens de oorlogsjaren kandidaten uit álle lagen van de bevolking zich zouden melden en ook zouden worden aan- genomen, juist omdat het aanbod klein en de vraag groot was. Bij de RAF gebeurde dat, maar onder de Nederlanders niet. Zeker als het ging om vliegers en waarnemers waren het vooral goed opgeleide jongens uit de hogere welstandsklassen, door- gaans afkomstig uit een protestants milieu uit West-Nederland.” Veel Nederlanders begonnen tamelijk blanco, om niet zeggen bleu, aan hun vliegende carrière. “Dat veranderde razendsnel na plaatsing bij een ope-


rationeel squadron. Dan zie je dat het besef van gevaar ontstaat, inclusief allerlei riten, symbolen en bijgeloof om dat gevoel van gevaar hanteer- baar te houden. Een van die riten was bijvoorbeeld voor het opstijgen collectief tegen het landingsgestel aan plassen. De oorlogsvliegers leefden onder voortdurende span- ning die zich na behouden terugkeer regelmatig ontlaadde in woeste fees-


hele jonge jongens. “De door de Britten rijkelijk gedecoreerde over- levenden voelden zich vervolgens in eigen land nauwelijks erkend en gewaardeerd. Daar kwam nog bij dat zich allerlei geestelijke problemen als slaapstoornissen, isolement en relatieproblemen gingen openbaren. Zaken die we nu zouden omschrij- ven als PTSS. Ook schuldgevoel kwam voor, bijvoorbeeld naar aanlei- ding van burgerslachtoffers.” En wat gebeurde er vervolgens met de groep? “Ze dienden bij twee krijgsmachtdelen dus het was geen eenheid die zich duidelijk zichtbaar presenteerde. Ze verlieten de dienst en waaierden uit, ook letterlijk: hun internationale achtergrond stelde veel vliegers in staat te emigreren, wat ook gebeurde.” Pas na 1990, toen


Erwin van Loo bij het graf van een oorlogsvlieger, Johannes Christiaan Sillevis, op het militair ereveld Grebbeberg.


ten en rokkenjagen. Ook kameraad- schap speelde een voorname rol. Wat niet veel mensen zich realiseren, is dat het een bestaan was dat vooral bestond uit wachten en verveling. En als je als enige Nederlander bij een Brits squadron was geplaatst, dan kwam daar ook nog eens een fikse portie eenzaamheid bij.”


Na de oorlog


Uiteindelijk zouden ruim 235 oor- logsvliegers omkomen, waaronder


het Nederlandse veteranenbeleid van de grond kwam, was er een begin van aandacht voor de kleine en op dat moment al flink uitgedunde groep ‘wakkere jongens’.


Eenige wakkere jongens. Neder- landse oorlogsvliegers in de Britse luchtstrijdkrachten 1940-1945 – Erwin van Loo, e 34,90, Uitgeverij Boom, www.uitgeverijboom.nl, ISBN 9789461059260.


DECEMBER 2013 13


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64