This page contains a Flash digital edition of a book.
verjagen en is er een deel van gevan- gengenomen.” Tot hun verbazing volgde op de herovering van het vliegveld een bombardement door Britse vliegtuigen.


Zuiveringsacties


De eenheid van Appel moest onder- tussen richting Delft oprukken, binnendoor langs Naaldwijk via het Westland. Hij zat in het middelste voertuig. Appel vertelt over het tra- gische misverstand met motorrijder


met gevoel voor understatement: “Ja, dat doet je wat.” Na de oorlog heeft Appel zijn graf op het ereveld op de Grebbeberg nog bezocht. Veel tijd om erbij stil te staan, werd ze niet gegund, want ze moesten verder richting de Schie waar aan de andere kant Duitse parachutisten stelling hadden genomen. Ze zaten in een lijmfabriek die ze met hun kanon- nen ‘in elkaar hebben geschoten’. Het was de eerste keer dat ze met die kanonnen schoten en in de woorden van Appel ging dat wel goed. “Je zag eerst niets door de kruitdamp, we konden ook niet luchten. Maar het effect was wel zichtbaar, dat wilde wel branden, lijm.”


Dick de Vlieger als jonge militair. Foto: privécollectie familie De Vlieger


De pantserwagen had een storing gekregen en was moeilijk bestuur- baar. Appel en de rest van de bemanning moesten het voertuig verlaten en zich dekken voor een aanval van Stuka’s en er was ook nog gasalarm doordat de gashouder in de buurt geraakt was. “Ik zag de lichtspoormunitie voor mijn voeten langs gaan”, vertelt Appel. Ze waren gedwongen dekking te zoeken in een kelder. Voor hen was het toen verder afgelopen. De andere pantserwagens moesten de strijd voortzetten in de richting van Rotterdam en Appel en zijn groep werden teruggestuurd naar Scheveningen.


hebben daar geen schot gelost hoor.” Anders was het op 13 mei, toen ze deel moesten nemen aan de ‘oprui- mingsacties’ rondom Overschie waar een flinke groep Duitsers onder lei- ding van generaal Sponeck zich ver- schanst had. “Wij moesten die kant dus op, de infanterie daarvoor en wij als mortieren daarachteraan. Achter ons stond weer ander geschut en wij moesten dus over andere mensen heen schieten en het ging allemaal heel langzaam. Bij Schiebroek was een molen, daar was wat tegenstand en wij moesten in het geweer komen. Van die andere kant schoten ze dus in onze richting”, aldus De Vlieger. “We moesten vuren op een of andere fabriek. Daar moesten we vuur op leggen, kregen we te horen, daar zaten Duitsers. Dat hebben we toen maar gedaan.”


Capitulatie


In die positie waren ze getuige van het bombardement op Rotterdam. In eerste instantie tot hun opluchting gooiden ze de bommen op Rotterdam en niet op hen. Het gevecht ging door, maar al spoedig werd er gezegd: ‘Hé jongens het is afgelopen’, vertelt De Vlieger. Hij vervolgt: “Nou, pfoe, tranen! Tranen! Bij de jongens, want wij waren aan de winnende hand.” De Vlieger vertelt dat ze ook niet goed begrepen hoe de strijd in de rest van Nederland verliep en toen drong de impact van het bombardement goed tot ze door. Appel en zijn groep hadden zojuist een nieuw pantser- voertuig toegewezen gekregen en de opdracht ook richting Rotterdam te gaan toen zij het nieuws van de capi- tulatie hoorden. “Jammer, helaas, maar toch een soort opluchting”, stelt Appel. “We wisten toen wel dat het niet goed ging.”


Klaas Appel, 2e van rechts met mascotte. Foto: privécollectie Klaas Appel


en wachtmeester Procee, die voorop reed als verkenner en doodgescho- ten werd door militairen van het bataljon Jagers bij Naaldwijk. “Bij een post werd hij niet vertrouwd. Hij was een Limburger en met de geruchtenstroom toen werd hij voor een Duitser aangezien.” Hij vervolgt


48 DECEMBER 2013


Voor De Vlieger was het zeker nog niet afgelopen. Nadat zij de eer- ste dagen na de herovering in zijn woorden als een soort politiedienst werden ingezet en burgers moesten controleren, werden ze geacht de acties bij Wassenaar te ondersteunen. “Maar”, zo vertelt De Vlieger, “we


Beide mannen werden gedemobili- seerd en ook wisten ze zich uit her- nieuwde krijgsgevangenschap te ont- trekken en de rest van de oorlog aar- dig ongeschonden door te komen. De Vlieger bleef in de wiskunde bezig en werd chef van een pensioenfonds in Nijmegen. Appel kwam in de expedi- tie terecht en zat op de vrachtwagen. Hij woont nu op een steenworp afstand van waar zijn wieg stond.


Dick de Vlieger heeft de verschijning van dit artikel helaas niet mogen meemaken. Hij overleed op 9 november.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64