This page contains a Flash digital edition of a book.
dat allemaal vanwege een vijand die toch niet zou komen – weten we met de kennis van nu. Daar zorgde MAD wel voor: de wederzijds verzekerde nucleaire afschrikking die regisseur Stanley Kubrick zo meedogenloos op de hak nam in zijn briljante film Dr. Strangelove, or: how I learned to stop worrying and love the Bomb (1964).


Neutraliteit


Natuurlijk, vroeger was alles beter. Of in elk geval overzichtelijker. Vanaf de stichting van het Koninkrijk der Nederlanden in 1815 zette de landmacht zich aan een duidelijke taak: de verdediging van de lands- grenzen. De Belgische afscheiding (1830-1839) was een vervelend inter- mezzo, dat ons land weinig goodwill opleverde in Europa. Daarna hulde het koninkrijk zich in een warme deken van neutraliteit. Wie ook uit


een van de vier windstreken naderde met slechte bedoelingen, dát was de vijand. De landmacht trok zich terug achter de Hollandse Waterlinie. Niet helemáál trouwens. Het was wel degelijk de bedoeling om de aanvaller in het ‘strategische voorter- rein’ (lees: heel Nederland behalve Noord- en Zuid-Holland en Utrecht) alvast daadkrachtig op te vangen en te slijten.


Een tikkeltje opportunistisch was dit Hollandse vertrouwen in het neutraliteitsbeginsel wel. Het uit- gangspunt was immers dat geen van de grote buurlanden de verovering van Nederland door een ander zou toestaan. In een noodgeval schoten ze ons land dus toch wel te hulp. Tegenwoordig zouden we zeggen: Nederland was een freerider. Dit zette natuurlijk kwaad bloed in Europa. Niet voor niets eiste België na afloop van de Eerste Wereldoorlog flinke stukken van Nederland op: Zuid-Limburg, Zeeuws-Vlaanderen en de Westerschelde. Nederland moest gestraft worden voor die erger- lijke afzijdigheid terwijl heel Europa in brand stond. De Belgische wraak- zucht leverde trouwens weinig op.


Liefst vrijwillig


Hoe werd de Koninklijke Landmacht gevuld? Uit de Franse tijd (1795- 1813) erfden we de dienstplicht, hoewel deze pas in 1898 echt per- soonlijk werd. Tot die tijd moesten de jonge mannen lootjes trekken. Wie geld had, kocht een vervanger (remplaçant). Voor de verre oorlogen in Nederlands-Indië was er een apart beroepsleger, het KNIL. Daar hoefden dienstplichtigen hun handen niet onvrijwillig aan vuil te maken, zo was de consensus in het moederland. Naar de West (Suriname en de Antil- len) stuurde de landmacht eveneens uitsluitend vrijwilligers. Ook in de Korea-oorlog was vrijwilligheid de stelregel. Voor het Nederlands Deta- chement Verenigde Naties – dat van 1950 tot 1953 in Korea vocht – meld- den zich genoeg gegadigden aan. Het uitzenden van dienstplichtigen onder dwang naar Indonesië (1945-


Dutch Approach: commandant Task Force Uruzgan brigadegeneraal Mid- dendorp en civiel vertegenwoordiger Wijnands in vergadering met Afghaanse stamoudsten. Foto: ministerie van Defensie


Peter Sellers als Dr. Strangelove in de gelijknamige film uit 1964. Bron: Columbia Pictures


1949) en Nieuw-Guinea (rond 1960) leverde dus voorspelbaar flink wat politieke en maatschappelijke heisa op. Duizenden weigerden te gaan. De naweeën van dit alles waren jaren later nog merkbaar. De VN benader- den in 1979 onverwacht Nederland om het toegezegde bataljon blauw- helmen naar Libanon te sturen voor UNIFIL. De regering hield voet bij stuk: ongeveer 120 dienstplichtigen moesten onder dwang naar het Midden-Oosten.


Intussen ging de landmacht voort in een haast routinematig Koude Oorlogsritme van keuren, opleiden, paraat staan en afzwaaien. De land- machtsoldaat had misschien wel lange haren en groette te weinig, maar hij deed het tijdens schietoefe- ningen toch maar prima. In 1961 had Rijk de Gooyer nog een hit met zijn nostalgische Brief uit La Courtine: ‘Je kan niemand hier vertrouwen. Zijn het rooien, zijn het blauwen? En de Fransen staan te blèren. Want die zien ons aan voor Duitse militairen.’ In het Franse La Courtine oefenden tienduizenden dienstplichtigen voor de grote oorlog. Compleet met bom- bardementen door lichte vliegtuigen. Met meelzakjes, dat wel.


Eind aan zekerheid Het einde van de Koude Oorlog


(1989-1990) gooide alle relatieve zekerheden weer overhoop. Tijdens de Koude Oorlog was het standpunt van de landmacht duidelijk: de NAVO-taak ging boven alles. Moest dan toch worden deelgenomen aan


OKTOBER 2014 9


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65