This page contains a Flash digital edition of a book.
volgens Wecke de Wereld Het zandhazenleger Z


andhazen hebben geen hol, maar wel een leger. Een leger dat de laatste decennia steeds leger werd. Toch bestaat de Koninklijke Landmacht tweehonderd jaar! De vraag is echter wel of het krijgs- machtdeel nog eens tweehonderd jaar zal overleven. Een onzinnige vraag natuurlijk, want welke computer kan alle factoren van belang bevatten die het voortbestaan van een nationale landmacht bepalen; een landmacht, dat deel van de krijgsmacht dat zich over land voortbeweegt: voetvolk, cavalerie, artillerie. Alhoewel, om land te kunnen bereiken, werd steeds meer de mede- werking van marine en luchtmacht een noodzakelijke voorwaarde. Het was 9 januari 1814 toen prins Wil- lem Frederik, de latere koning Willem I, de organisatie van een nieuw te vormen leger vaststelde. Het was de geboorte- dag van de landmacht. De Koninklijke Marechaussee volgde op 26 oktober 1814 toen Willem I ter vervanging van de Franse gendarmerie het Korps Mare- chaussee oprichtte, het latere vierde krijgsmachtdeel. Een zeemacht hadden we al veel eerder: de uitvaardiging van de Ordonnantie op de Admiraliteit in 1488 geldt als het geboortejaar van de Nederlandse zeemacht. Als het om bekendheid en historische waardering bij het Nederlands volk gaat, dan wint die zeemacht het per definitie van de landmacht. Nog steeds zijn in elke zichzelf respecterende stad wijken met de namen van onze zeehelden terug te vinden: Michiel de Ruyter, Maarten Har- pertszoon Tromp en Piet Hein. Wie kent ze niet? Landheldenbuurten zijn even- wel bijna niet te vinden. Dito geldt voor militaire zondebokbuurten: het ‘Karre- mansgat’ valt nergens te ontdekken. Onze landmacht kon haar onderschatte aandeel in de overwinning op Napoleon bij Waterloo als een succes bijschrijven, terwijl ten aanzien van de Tiendaagse Veldtocht, zoals bekend, de oorlogs- doelen en daaraan verbonden politieke


doelen niet gehaald werden. Er volgde een eeuw van neutraliteit, met een korte mobilisatie in 1870 en een lange gedu- rende de Eerste Wereldoorlog. Pas in mei 1940 volgde, ondanks de onvermijde- lijke capitulatie, een succesvolle neder- laag toen onze landmacht veel langer weerstand aan de Duitse overvaller bood dan deze tevoren gedacht had. Na de oorlog volgden onze eigen, in feite ver- late koloniale onderdrukkingsoorlogen, zoals praktisch de hele wereld, behalve de Nederlandse regering, dat zag. En na Korea en de Koude Oorlog volgde het tijdperk van participatie in ‘vredesope- raties’. Redenen voor geharde tegenstan- ders van de krijgsmacht om tot steun aan diezelfde krijgsmacht verleid te worden. Een belangrijk feit in de geschiedenis van de landmacht – trouwens van de gehele krijgsmacht – was het opschorten van de dienstplicht. Dat gebeurde op 1 mei 1997 en hield feitelijk het einde van het dienstplichtigenleger in. Dienst- plichtigen waren voordien slechts op basis van vrijwilligheid inzetbaar voor de uitvoering van crisisbeheersingsope- raties buiten het NAVO-verdragsgebied. De dienstplichtige kon zich op de vliegtuigtrap nog bedenken. Een andere reden was dat maar een klein deel van de dienstplichtigen daadwerkelijk onder de wapenen kwam, een op vier werd geraamd, hetgeen een aantasting van het maatschappelijk draagvlak tot gevolg had. De dienstplicht werd desondanks door velen als een eervolle plicht ten aanzien van het vaderland gezien, maar


door anderen als een legale vrijheids- beroving, die veelal andere belangen diende dan die welke onder het mom van de Nederlandse driekleur gepresen- teerd werden. Uw columnist behoorde tot de laatste categorie. Overigens, zand- zakken vullend tijdens de watersnood, ervoer hij echter wel hoezeer de land- macht, indien noodzakelijk, dijken in plaats van zandkastelen bouwt. Met vredesoperaties, onder het mandaat van de Verenigde Naties, in het vaandel kon ook de landmacht in de armen van veel van haar vroegere tegenstanders gesloten worden. Helaas blijkt het begrip ‘vredesoperaties’ verbleekt en worden we heden geconfronteerd met selectief bepaalde en uitgevoerde sancties die soms ook een militair aspect hebben. De bezuinigingen hebben de krijgsmacht naar veler mening geen goed gedaan. Het is wel de vraag of kunstmatig uitver- grote dreigingen de reden moeten zijn om niet meer op Defensie en wel op alle andere beleidsgebieden – zoals afgespro- ken – te bezuinigen.


De weg van de landmacht wordt, zoals bij alle krijgsmachtdelen, mede bepaald door wat als wapen realiseerbaar is. Het duurt enige tijd, maar dan heeft het onbemande vliegtuig de piloot uit de cockpit verdrongen. De tank, het overja- rig slagschip uit eerdere oorlogen, zal plaatsmaken voor volautomatische, bewegende gevechtswapens. En nog even, dan zullen de boots on the ground vervangen zijn door zelfdenkende en -beslissende robotten. Onze primaire veiligheidsvraag in de toekomst zal dan zijn hoe die zelfdenkende landmacht (en andere krijgsmachtdelen) in bedwang te houden en van een actie ‘retour afzender’ te doen afzien.


Drs. Leon Wecke is docent aan de Radboud Universiteit Nijmegen en oud-directeur van het Studiecentrum voor Vredesvraagstukken.


OKTOBER 2014


17


Column


Foto: William Moore


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65