This page contains a Flash digital edition of a book.
het leven’


Joustra als korporaal-chauffeur van de gewondenwagen eerst terecht in Haris en vervolgens in de Alpha-cie bij post 7-11 in Yatar. “Het was daar natuurlijk wel een complexe situatie met soennieten, sjiieten, christenen en Palestijnen. Maar dat wist je des- tijds allemaal niet. Er zijn kansen gemist om ons daar beter over te informeren, maar de laatste missie was Korea, dus die ervaring was weggezakt.”


Joustra vindt dat juist Nederlanders een positieve rol konden spelen in Libanon. “Op medisch gebied boden we hulp, maar met sociale patrouil- les werd ook de cohesie bevorderd. Daar zijn wij Nederlanders goed in. De kracht van de Libanezen is dat ze steeds weer opnieuw hun huizen weten op te bouwen. We hebben daar destijds ook bij geholpen door een schooltje en een ziekenhuis te renoveren. Je zag ook jongens die terug van verlof spullen voor de locals meenamen.” Nu, 35 jaar later, heeft dat leuke gevolgen. “Via social media worden er weer contacten gelegd met die Libanezen. Zij vinden het dan weer leuk om foto’s uit die tijd te zien. Dat heb ik zelf ervaren en het gaat allemaal via via.”


Carrière


Joustra herinnert zich nog dat ze bij terugkeer op Schiphol werden toegesproken door generaal Berk- hof. “Daarna ging ik terug met mijn ouders naar Friesland. ’s Avonds zat ik weer achter de aardappels, de spi- nazie en de gehaktbal. Ik kon gelijk weer in de zaak beginnen, want ik zwaaide kort daarna af.” Die ‘zaak’ was een watersportcentrum annex surfschool. “We hadden een mooi bedrijf. Ik heb daar twee jaar met veel plezier gewerkt. Maar ik wist door Libanon dat er na Lemmer nog een wereld was.“


Joustra kreeg in 1983 een baan bij de RAI waar hij met een team de HISWA ontwikkelde. “Mooi om te zien dat het tot de grootste buiten- watersporttentoonstelling ter wereld


is uitgegroeid.” In 1990 begon hij bij Krauthamer international. “Daar heb ik het vak geleerd dat ik nog steeds beoefen, coach, consultant en vooral ondernemer. Mensen begeleiden in veranderingsprocessen.” Met enkele collega’s doet hij dat al acht jaar met een eigen bedrijf, BIT, dat staat voor Business Impact Training. “Men- sen zijn mijn passie, die maken het verschil. Het is dankbaar werk om daarmee bezig te zijn. Voor mensen is niet altijd duidelijk waarom die verandering ingezet moet worden. Dat speelt bij Defensie ook.” Vandaar dat hij in deeltijd reserve- officier is bij het 1 CMI-command (Civil Military Action) in Apeldoorn, dat voortgekomen is uit CIMIC/IDEA, de afdeling die wordt ingezet voor militair-civiele samenwerking in het missiegebied. “Wij worden ingezet voor het leggen van verbindingen tussen partijen, ook tijdens missies.”


Vereniging Verbinden is ook wat hij wil als voor-


zitter van de NUV. Hij wijst op de goede contacten met de commandan- ten van het regiment infanterie Johan Willem Friso, maar ook op de ban- den met het Veteraneninstituut, het Veteranen Platform en het Comité Nederlandse Veteranendag. “We zijn nu nog met 8000 van de ruim 9000 die uitgezonden zijn geweest naar Libanon. De vereniging is de laatste jaren gegroeid naar ruim 1100 leden. Wat dat betreft is er fantastisch werk verricht door mijn voorganger Louis Verhoeven. Ik heb dat twee jaar geleden over mogen nemen met een geweldig team medebestuurders. In mijn aanstelling heb ik gezegd dat het bijzonder is om leiding te mogen geven aan een veteranenvereniging die groeit vanuit vergrijzing. Wij zijn qua leeftijd – als ik het heb over de dienstplichtigen – allemaal eind 40, midden 50. Het kader vanaf die leef- tijd tot in de 80 en de 90.” Joustra benadrukt dat ook de zorg voor veteranen met wie het minder goed gaat, hoort bij de erkenning


voor en waardering van veteranen. “Maar ook die grote groep met wie het goed gaat, krijgt behoefte om kameraden weer te ontmoeten of wil een plek om met kameraden samen oud te worden. Of dat nou Bronbeek is of hier in Doorn bij de Basis. De mannen die hier nu zitten, hebben de leeftijd van mijn vader en dat komt er voor ons ook aan. Dus ik vind dat daar niet op bezuinigd mag worden.”


In zijn eigen omgeving zag hij ook veteranen met wie het minder ging. “Ik heb zelf ook dingen meegemaakt die je nooit meer wil meemaken. Maar ik was wel iets ouder dan de meesten en het allerbelangrijkste is dat je erover kunt praten. Ik had mijn vader en dat groepje van twaalf, zo probeer je het een plek te geven.” In de wandelclub van de NUV die onder meer de Nijmeegse Vierdaagse


‘Ook die grote groep met wie het goed gaat, krijgt behoefte om kameraden weer te ontmoeten’


loopt, gebeurt dat op grotere schaal, aldus Joustra. Dat is wat hem betreft ook de core business van de NUV: “Je moet als vereniging je leden faci- literen in het elkaar ontmoeten, hel- pen wanneer nodig, dan wel daar brengen waar ze die hulp kunnen vinden. En een stuk ontspanning in de reünies. Daarom verheug ik me ook op de grote reünie in Soesterberg van 18 oktober, want dankzij het Nationaal Militair Museum en het ministerie van Defensie is er van- wege het aanwezige militair materi- eel en de boot camp ook voor de familieleden veel te beleven.”


Voor aanmelding en meer info over de reünie: www.unifilvereniging.nl.


OKTOBER 2014 21


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65