This page contains a Flash digital edition of a book.
Het overschot van de Nederlandse Militaire Missie afdeling zeemacht, Jakarta september 1953. Jan Mulder staat leunend tegen een pilaar. Foto: privécollectie Jan Mulder


gelaten militaire materieel. Daarbij hoorde ook het fregat Hr.Ms. Tjerk Hiddes. Het werd door Indonesië omgedoopt tot Gadjah Mada. Het kreeg daarmee de naam van een in de 17e eeuw op Java door de vorst Rajasanagara hogelijk gewaardeerde krijgsman. “Nederlandse marine- mensen zoals ik moesten de Indone- siërs leren hoe ze met dat fregat om moesten gaan. Het resultaat was niet om over naar huis te schrijven. De Gadjah Mada liep op een rif met als gevolg een scheur in de scheepshuid van 12 meter! Gelukkig was ik niet betrokken bij deze aanvaring. In 1961 is het fregat gesloopt”, aldus Mulder.


Vakantie in Lembang Eens per half jaar moesten de


NMM’ers verplicht met vakantie in Lembang, boven Bandoeng. “We vlogen er met een oude Dakota heen en gingen met de trein terug. Op een keer in april 1953 keek ik toevallig tijdens de lunch door het raam naar de oprijlaan van ons huis De Donk en zag tot mijn grote schrik een groep van zeker dertig man gewapend met knuppels en kapmessen op ons huis afkomen. Wij waren met vier man met verlof in Lembang met als enige wapen een mesje om je brood door te snijden”, vertelt Mulder. “Ik kan je verzekeren dat de angst toesloeg, omdat het duidelijk was dat die groep niets aardigs kwam vertellen en we voelden ons terdege bedreigd. Lang had deze bedreiging niet kun- nen duren, want met een mesje om ons brood te snijden, hadden


48 OKTOBER 2014


we ons niet tegen de knuppels en kapmessen kunnen verweren.” Mulder vervolgt: “Gelukkig, maar wel echt op het nippertje, kwam een groep van pakweg twintig militai- ren ons uit onze hachelijke situatie verlossen. Ze reden op motoren, maar ook met jeeps met voorop een mitrailleur. Het waren voormalige KNIL-militairen die meteen een cordon om De Donk legden en de aanvallers verdreven. Twee of drie mitrailleurs werden opgesteld om een aanval van de TNI te voorkomen. We waren natuurlijk erg opgelucht door de komst van de oud-KNIL- militairen. Ik weet nog goed dat ze zeiden: ‘Nou jongens, ga gerust sla- pen, want wij houden de omgeving van het huis wel in de gaten.’ De volgende morgen moest ik terug naar Jakarta en werd ik ontboden bij de commandant Zeemacht van de NMM om verslag uit te brengen van het incident in Lembang.”


Tweede vaderland


Niet lang daarna werd het duidelijk dat president Soekarno een eind wilde maken aan de aanwezigheid van de NMM in Indonesië. “We kre- gen te horen dat we in oktober 1953 het land moesten verlaten. Voorlo- pig bleven we bij de missie van de marine wachtlopen. Je zat dan aan de voorkant van het huis achter een tafeltje met een knuppel die in een granaathuls stond onder een felle lamp en vormde daarmee vanaf de straat een pracht van een schiet- schijf. Met president Soekarno had-


den we een toevallige ontmoeting toen wij uit de Willemskerk kwamen en hij met zijn gevolg de kerk pas- seerde. Wij maakten natuurlijk halt en front om hem de militaire groet te brengen. Hij groette ons netjes terug!” De Oranje bracht Mulder op 5 november 1953 weer thuis in Amsterdam. “Niemand vroeg hoe we het hadden gehad in onze voorma- lige kolonie. Na afloop van mijn tro- penverlof moest ik me melden bij de Onderzeedienst in Rotterdam-Waal- haven. Indonesië is de afgelopen jaren mijn tweede vaderland gewor- den. Ik ben er vanaf 1989 negen keer geweest. Als oud-NMM’er heb ik twee jaar geleden bij het Bureau Onderscheidingen gevraagd of er voor deze eerste Nederlandse Mili- taire Missie in de geschiedenis een herinneringsmedaille bestond of dat ze desnoods het uitgeven van een oorkonde overwogen. Een dame van het Bureau stond me min of meer lacherig te woord. ‘Maar meneer, u wilt uw missie toch niet vergelijken met de andere militaire missies?’, zei ze. Ik ben toen echt boos geworden. Ik heb gezegd: ‘U wilt ons verblijf daar toch niet vergelijken met een bezoek aan de Efteling, mevrouw? Deze missie vond plaats voordat u op deze wereld kwam.’ Goed, we hebben daar weliswaar geen helden- daden verricht, maar doodzwijgen van deze missie doet ons geen recht!”


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65