This page contains a Flash digital edition of a book.
oostkust. “Toen kwam er een snelle MTB (motor torpedo boat; red.) met een Britse marinevlag voorbij. De bemanning zwaaide nog naar ons.” Een staaltje Duitse misleiding. In de buurt van de kust draaide de MTB om, maar nu wapperde plots de Duitse oorlogsvlag op het achterste- ven. “Dat gaven we natuurlijk direct door aan de commandocentrale. Even later vloog een Amerikaans vliegtuig over. Een paar minuten later keerde het terug en schudde als teken even met zijn vleugels heen en weer.” Toen wist Bruinvis genoeg: de aanval op de MTB was geslaagd.


Waakzaamheid De dreiging kwam soms ook uit de lucht. Bruinvis stapte op een koele ochtend midscheeps uit een deur. Uit de laaghangende bewolking zag hij plotsklaps een vliegtuig aanko- men. “Onder het toestel gingen twee luikjes open. Ik kon de scharnieren zien zitten: tien centimeter vanaf de voorkant en tien centimeter vanaf de achterkant van de luikjes. Zo dichtbij was hij!” Er rolden vijf of zes dwarsliggende bommen uit een rek. De eerste onbewuste gedachte van Bruinvis was: wat een stom- merd! Het toestel lag namelijk in een bocht en de bommen vlogen daarom rakelings langs het schip. Niet eentje was raak. Achteraf kwam Bruinvis tot de conclusie dat het dieptebommen geweest moeten zijn. Die lagen inderdaad vaak dwars in het bommenruim. Bruinvis vermoedt dat zijn schip tijdens een van de tochten ook een Duitse onderzeeër heeft overvaren. “De Chinezen onderin het ruim kwamen in paniek naar boven gevlogen.” In Zuid-Amerika werd het schip geïnspecteerd. De schade leek inderdaad aan een onderzeeër te wijten. “Die lieten zich vaak afzakken om in de konvooien te komen”, wist Bruinvis inmiddels uit ervaring. Trouwens, nog even dreigde de Eemland een betrekkelijk roemloos zeemansgraf tegemoet te gaan. Het schip werd aangewezen om te worden afgezonken voor de Normandische kust en zo als golfbreker te dienen tijdens de geal- lieerde invasie. Daar kon Bruinvis een stokje voor steken. De Eemland was een vrachtschip uit 1906 en dus inderdaad geen jonkie meer. Als scheepswerktuigkundige had Bruin- vis echter enkele aanpassingen


46 april 2016 Vrachtschip ss Eemland (1906-1951) van de Koninklijke Hollandse Lloyd. Foto: NIMH


gepleegd, waardoor de Eemland een kwieke elf mijl liep. Dat terwijl veel konvooien niet sneller konden dan zeven mijl. Afijn, Bruinvis maakte er werk van en de Eemland ontliep zijn zilte lot. Werd er ooit speciaal getraind op aanvallen met torpedo’s of op bom- bardementen? Bruinvis kan het zich niet herinneren. “Ik geloof ook niet dat ik voortdurend bang was.” Het was eerder een slopend gevoel van voortdurende waakzaamheid en naderend onheil. De kapitein op een van de schepen bleef voortdurend heen en weer lopen op de onder- brug. “Die zag tijdens de hele reis van Liverpool naar Afrika zijn bed niet eens. De marconist in de hut eronder werd gek van dat eeuwige ijsberen van de kapitein.” Hoe voor de hand liggend ook, Bruinvis koos na afloop van de oor- log toch niet voor een verdere car-


rière in de koopvaardij. In november 1945 keerde hij na vijf lange jaren terug in Nederland. Hij had het in de koopvaardij wel gezien. Zoals zovelen was hij ook teleurgesteld dat alles na de oorlog weer zo snel terugkeerde naar het oude. “Dan zei meneer pastoor op straat: maar nu gaan we alles weer gescheiden doen. Hadden we daarvoor de oorlog gewonnen?” Na nog een jaar kweek- school stapte hij over naar Rijkswa- terstaat. Met zijn technische achter- grond kon hij zich naar hartenlust uitleven in allerlei projecten, zoals het bouwen van sneeuwploegen en het ontwikkelen van zwaailichten. “Voor dat laatste heb ik toen nog contact opgenomen met de Ameri- kaanse vliegtuigbouwer Boeing. Want die monteerden als een van de eersten zwaailichten onder hun vliegtuigen als navigatielichten. Ze kostten 72 dollar, toch een koopje.”


Piet Bruinvis is vóór publicatie van dit artikel overleden. Met toestemming van zijn familie is zijn ooggetuigenverslag in deze Checkpoint geplaatst.


Koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog Kort nadat Nederland in 1940 door de Duitsers was bezet, werd het vaarplichtbesluit van kracht. Zeelieden waren hierdoor verplicht te blijven varen bij wijze van dienstplicht. Dit had grote gevolgen voor de koopvaardij: op het moment van het besluit ging het om zo’n 850 schepen met in totaal 18.000 bemanningsleden, van wie 12.000 Nederlanders. De schepen en de bemanning werden ingezet voor het transport van troepen, materieel en goederen. Tijdens deze levensge- vaarlijke taak kwamen ruim 3.400 zeelieden om en raakten nog eens 400 blijvend gehandicapt.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65