This page contains a Flash digital edition of a book.
Ooggetuige KOOPVAARDIJVETERAAN PIET BRUINVIS OVERLEEFDE WO II OP ZEE ‘Geluk moet je hebben’


Piet Bruinvis voer op de Waterland in Zuid-Amerika toen de Tweede Wereld- oorlog losbarstte. De koopvaardij- bemanning moest deelnemen aan de geallieerde strijd en dat betekende dat er geschut aan boord kwam. Voor Bruinvis begon een periode van het varen van door bombardementen levensgevaarlijke konvooien.


Door: Christ Klep


drie schepen waarop Piet Bruinvis (96) tijdens de Tweede Wereldoor- log heeft gevaren: de Waterland, de Eemland en de Westland. Ze voeren alle drie bij de Koninklijke Hol- landsche Lloyd. Zijn vrouw heeft het schilderij laten maken. Het panorama is ‘genomen’ vanaf een begeleidende Britse torpedoboot- jager. De konvooierende schepen voeren ongeveer vijfhonderd meter uit elkaar, geflankeerd door oorlogs- schepen. Voor en achter het konvooi kruisten Britse torpedobootjagers heen en weer. De boeggolf van een jager is zichtbaar in de hoek. Een hectische maritieme bedrijvigheid vereeuwigd in een verstild schilde- rij.


A


Oorlog Bruinvis begon in september 1939 als leerling-machinist bij de koop- vaardij. Dat was overigens niet zijn eerste keus: hij had eigenlijk ingezet op een carrière als luchtvaarttech- nicus. Op die opleiding was het aantal plaatsen echter beperkt. Dus werd het een carrière als scheeps- werktuigkundige bij de Hollandsche


44 april 2016


an de muur prijkt een prachtig schilderij met drie koopvaardijsche- pen. Het zijn precies de


Piet Bruinvis eind 2015. Foto: Birgit de Roij


Lloyd. Bruinvis zat in Zuid-Amerika toen de oorlog losbarstte. Het koel- schip Waterland waarop hij voer, transporteerde bevroren vlees naar Groot-Brittannië. Voor de Duitsers was dat natuurlijk contrabande. Het Duitse vestzakslagschip Admiral Graf Spee speurde in die maanden het zuidelijke deel van de Atlanti- sche Oceaan af op zoek naar prooi. “Als de Graf Spee ons toen had ontdekt, was het slecht met ons afge-


lopen.” De Duitse invasie van mei 1940 was voor Bruinvis geen verrassing. Hij verbleef maart 1940 in Nederland tussen zijn eerste en tweede reis. De tochten duurden doorgaans een week of zeven. “Ik hoopte dat ik op tijd weg zou zijn”, herinnert Bruin- vis zich. Hij woonde in de buurt van het Noord-Hollandse Bergen, waar men bezig was een militair vlieg- veld aan te leggen. “Toen al ging het


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65