This page contains a Flash digital edition of a book.
gerucht dat de NSB het vliegveld zou bezetten en dat er Duitse para- chutisten zouden landen.” Dagelijks kwamen Britse en Duitse vliegtui- gen over. Je hoefde geen waarzegger te zijn om te weten wat er stond te gebeuren. Onmiddellijk na de Duitse inva- sie schilderde de bemanning het schip in grijze camouflagekleuren. Vervolgens werd koers gezet naar Brits-Indië om daar het geschut te laten installeren: 4 inch (10 cm) kanonnen tegen onderzeeërs en 20 mm Oerlikon snelvuurkanonnen tegen vliegtuigen. “Ik dacht nog toen die jongens in de jaren negentig naar Joegoslavië gingen: wij hadden zwaardere spullen aan boord.”


Geluk Had hij ooit het verontrustende gevoel dat zijn terugkeer naar Neder- land wel eens lang kon gaan duren? “Eigenlijk nooit aan gedacht”, ant- woordt Bruinvis zonder aarzelen. Op grond van de vaarplicht moes- ten de koopvaardijbemanningen onmiddellijk gaan deelnemen aan de geallieerde strijd. Veel keus had men niet. Voor de getrouwde man- nen met kinderen was dat inderdaad lastig, aldus Bruinvis, maar voor hem als vrijgezel een stuk minder. Hij zou overigens in 1941 zijn toe- komstige vrouw Elizabeth-Mary (‘Lilly’) leren kennen in Liverpool. Zoals veel van haar leeftijdsgenoten was ze in dienst gegaan. Elizabeth- Mary was kwaliteitsinspecteur van motoronderdelen voor de Hawker Typhoon jachtbommenwerper. Het was stukwerk, dus meer inspecties betekenden meer geld. “Best interes- sant werk”, valt Bruinvis’ eega bij. “Maar we keurden ook veel af. Dan maakte je ook wel vijanden.” Ze zouden in december 1945 trouwen en naar Nederland vertrekken. De geallieerde koopvaardijschepen voeren steeds in konvooien. De tochten brachten Bruinvis over de gehele wereld. De ruimen konden


van alles bevatten: bevroren vlees, munitie, jeeps of vliegtuigen. Bruin- vis weet dat hij heel veel geluk heeft gehad. Ruim 3400 bemanningsleden van de koopvaardijvloot verloren tijdens de oorlog het leven. De voor- oorlogse vloot werd meer dan gehal- veerd. De grote oceaankonvooien


de lucht in. Een voltreffer! Het schip ging onmiddellijk ten onder met enkele tientallen bemanningsleden aan boord. “Een paar minuten later: bam! Het Nederlandse vrachtschip rechts van ons werd geraakt door een torpedo. Die trof de achterkant, bij het bemanningsverblijf. Het


Het schilderij met de drie koopvaardijschepen waarop Piet Bruinvis tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft gevaren: de Waterland, de Eemland en de Westland.


– van enkele tientallen tot soms wel meer dan 150 schepen – boden de relatieve veiligheid van aantallen. Dat was echter niet altijd mogelijk. De Middellandse Zee bijvoorbeeld bood niet de ruimte die de massale konvooien nodig hadden. “Op een bepaald moment voeren we met drie schepen in de Middel- landse Zee”, herinnert Bruinvis zich. Hij was zelf bemanningslid van de Eemland. Plotseling vloog de Amerikaanse vrachtvaarder links


voortdurende waakzaamheid en naderend onheil


Een slopend gevoel van


schip bleef uiteindelijk drijven, maar er vielen wel een paar doden.” Bruinvis sprak later met een van de overlevenden. Ze hadden op het andere schip de torpedo op een paar meter langs de Eemland zien sche- ren. “Toen heb ik onze machinist nog de schuld gegeven dat we niet geraakt waren”, zegt Bruinvis gek- scherend. De bedoeling was immers om strak op één lijn te blijven varen om de trefkansen te verkleinen. Dan was de instructie aan de machine- kamer: ‘Klappie erbij, klappie eraf.’ In lekentaal: een schroefomwente- ling per minuut meer of minder. De Eemland was op precies het juiste moment een paar meter achterge- raakt, juist genoeg om de torpedo te doen missen. “Geluk moet je heb- ben.” Bruinvis vertelt dat er wel meer gekke dingen gebeurden. Zo voer hij eens langs de Amerikaanse


april 2016 45


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65