This page contains a Flash digital edition of a book.
Column


Checkpoint Barry


Gastvrijheid H


et dorpje waar ik vandaan kom, ligt vlak bij Vaassen en in Vaassen woont een grote Molukse gemeenschap. In


het weekend kwamen de Molukse jon- gelui uit Vaassen naar de discotheek in ons dorp en dat was iedere week weer een spektakel. Ze droegen de hipste kleren en tofste schoenen en maakten gehakt van ons bleekscheten op de dansvloer. Meisjes waren dan ook erg van ze onder de indruk. Ze straalden een eenheid uit die nog eens extra werd onderstreept door het feit dat ze een andere huidskleur had- den – extra opvallend op de Veluwe. Als je vrienden was met één, dan was je vrienden met allemaal en als je ruzie had met één, dan had je ook ruzie met allemaal. Ze woonden in een ‘kamp’, zoals dat in de volksmond werd genoemd. Wist ik veel dat ze ooit echt in kampen had- den gewoond. Ik wist niet veel van de geschiedenis van Molukkers in Neder- land. Ze waren er en het feit dat ze in ‘kampen’ woonden, suggereerde dat ze er niet helemaal bij hoorden, dat ze graag bij elkaar woonden of zo. Zoals woonwagenbewoners. Maar hoe ze hier ooit terecht waren gekomen, wist ik niet. Politiek, daar praatten we niet over, al was het maar omdat een 16-jarige zich daar in het algemeen niet voor interes- seert. Van treinkapingen en gijzelingen had ik geen benul. Je had de Molukkers en je had ons inboorlingen. Het was een wederzijds wij- en zij-gevoel, waarbij het wij-gevoel bij de Molukse jongeren groter leek dan bij ons. Ze hadden ook iets rebels over zich en ze waren trots. Van vrienden die bij enkelen van hen op school zaten, hoorde ik wel eens verhalen. Ze lieten zich niks aanleunen en aan autoriteit hadden ze een broertje dood. Ze waren eigen baas over hun levens en hun afkomst was een duidelijk en groot onderdeel van hun identiteit. Niet zo vreemd als je ontheemd en stateloos


Foto: Birgit de Roij


Barry Hofstede maakte van november ’92 tot mei ’93 als dienstplichtig chauffeur deel uit van het 1e NL/BE VN Transportbatal- jon in Centraal-Bosnië, waarna hij tien jaar nodig had om die periode enigszins een plek te geven. Sinds 2002 ontplooit hij zich als (toneel)schrijver. Hij schrijft over uiteen- lopende zaken, maar oorlog en veteraan zijn in Nederland zijn terugkerende thema’s in zijn werk. In 2013 verscheen zijn eerste boek, NL-Peacekeeper. Daarnaast is hij hartstochtelijk muziekliefhebber. Hij denkt nog iedere dag aan wat hij heeft gezien en meegemaakt tijdens zijn uitzending.


Het was een


wederzijds wij- en zij-gevoel, waarbij het


wij-gevoel bij de Molukse jongeren groter leek dan bij ons.


bent, wat ongetwijfeld een groot thema was bij ieder van hen thuis. Als de uitdrukking ‘het beloofde land’ ergens op van toepassing is, dan is het op de Republiek der Zuid-Molukken. Gewone mensen als speelbal van de (internationale) politiek. Polen was het ook overkomen, aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. In Jalta werd het land aan Rusland vergeven zonder dat het daar zelf iets over te zeggen had. De communistische dictatuur was een feit en Poolse militairen die aan geallieerde zijde hadden meegevochten, waren in een klap verraders die met de vijand meegevochten hadden. Terugkeren was geen optie en veel Polen zijn gebleven. Als bevrijders werden ze met open armen ontvangen en hoe erg de pijn ook was van het verraad van Jalta en het ver weg van eigen land zijn, hier waren ze welkom. De KNIL-militairen hadden niet het aura van bevrijders toen ze hierheen kwamen, eerder dat van dood gewicht. Ze waren niet alleen stateloos, maar ook statusloos en ze werden actief en bewust buiten de samenleving gehou- den. Ze hoorden hier niet, zouden zich toch nooit aan kunnen passen en moes- ten zo snel mogelijk weg. Welkom in het dorp Nederland. De eerste generatie Molukkers, de KNIL-militairen, was goed genoeg om te sneuvelen voor Nederland, maar daar hield de liefde van Nederlandse kant dan ook op. Eenmaal hier werden ze min of meer aan hun lot overgelaten. Dat zette kwaad bloed en jongeren uit de daaropvolgende generaties radicali- seerden. Als het niet goedschiks kan, dan maar kwaadschiks. Striptekenaar Willy Vandersteen zei ooit dat je de samenleving niet veran- dert door jezelf erbuiten te plaatsen. Omgekeerd geldt hetzelfde: wanneer je mensen buitensluit, ze hun kans om een normaal leven op te bouwen en hun waardigheid ontneemt, dan roep je als samenleving het onheil over jezelf af. En het getuigt van slechte manieren.


april 2016 23


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65