search.noResults

search.searching

note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Wie is Jan de Boer?


Jan de Boer (1962) is directeur van KWS, een VolkerWessels- onderneming. Na een opleiding HTS Weg- en Waterbouw in Amsterdam begin jaren tachtig is De Boer bij Koop Tjuchem, sinds 2006 MNO Vervat dat inmiddels onderdeel is van Boskalis, begonnen als uitvoerder en is daar uiteindelijk algemeen directeur geworden. De Boer is gezien zijn ervaring bekend met de praktijk van infrastructurele projecten. In 2011 heeft De Boer de overstap naar KWS gemaakt. KWS is marktlei- der op het gebied van infrastructuur. Sinds 2012 is De Boer voorzitter van het bestuur van de vakgroep Bitumineuze Werken (VBW) van Bouwend Nederland. De VBW bestaat uit leden van Bouwend Nederland die zowel asfalt produceren als verwerken. De vakgroep beoordeelt de toepassingen van asfalt. Verder werkt de vakgroep mee aan regelge- ving, geeft aandacht aan het milieu en verzorgt voorlichting over het product asfalt.


De eisen aan het product asfalt wor- den door CROW omschreven. Vanuit de branche praten wij daar ook over mee, net als gemeenten, provincies en Rijks- waterstaat. Het is ook van belang dat iedereen aan dezelfde eisen moet vol- doen en die testen wij voortdurend op basis van het principe van specifice- ren en verifi ëren. Op die manier wordt de kwaliteit van het asfalt in Nederland voortdurend gemonitord en met de keu- ze van functioneel specificeren lopen we internationaal voorop. In grote we- genbouwcontracten worden nu vaker langjarige onderhouds- en garantieter- mijnen voorgeschreven. Dit is binnen de branche een prikkel om te zoeken naar asfalt dat langer meegaat. Rijkswater- staat heeft onlangs de campagne As- falt Impuls gelanceerd, waarbij we met opdrachtgevers, opdrachtnemers en kenniscentra gaan onderzoeken hoe we sneller kunnen verbeteren. Eén van onze ideeën is een asfaltkwaliteitsloket waarbij deskundigen op snelle en prak- tische wijze nieuwe innovaties goed- keuren voor gebruik. In de praktijk blijkt vaak dat iedere zelfstandige opdracht- gever zijn eigen afwegingen maakt en dat innovaties daarom vaak vastlopen. Eén mooie KWS-innovatie wil ik graag even noemen: op dit moment werken we hard aan de PlasticRoad. Een pro- totype willen we nog dit jaar lanceren in


8 Nr.2 - 2017 OTAR


de vorm van een fi etspad ergens in een gemeente in Nederland. Net als het her- gebruik van asfalt heeft deze innovatie ook te maken met het opbouwen van een circulaire economie: hergebruik van plastic afval.”


Hoe kijkt u aan tegen de toekomst van de asfaltbranche? “Onze focus ligt echt op verdere ver- duurzaming van de branche. Verder geldt dat de crisis een fors effect heeft gehad. Voorheen werd in Nederland zo’n tien miljoen ton asfalt per jaar ge- produceerd, nu is dat ongeveer acht miljoen ton. Wij denken wel dat asfalt belangrijk zal blijven in de toekomsti- ge mobiliteit in Nederland. Er zijn veel nieuwe ontwikkelingen die invloed zul- len hebben op de branche, denk aan digitalisering en robotisering zoals met de zelfrijdende auto, maar mobiliteit zal voor een belangrijk deel over de weg blijven plaatsvinden en asfalt zal daar een belangrijke rol bij blijven ver- vullen. Asfalt is ooit per toeval ontdekt, maar het is een ideaal product; het is erg goedkoop, de grondstoffen zijn vol- doende voorradig en de toepassing is erg effectief. Om die reden blijven wij ook graag met overheden praten over de manier waarop de toekomstige mo- biliteit en daarmee de bereikbaarheid van Nederland vorm krijgt.”


In hoeverre zijn nieuwe technieken van invloed denkt u?


“Er staan veel vragen open, maar als de zelfrijdende auto er massaal komt, dan is het de vraag wat dat betekent voor de belasting voor de wegen door onder an- dere de nieuwe vrachtwagens en daar- mee voor de levensduur van het asfalt. Een andere vraag is of voertuigen slim worden of dat bijvoorbeeld wegen sen- soren krijgen. Dat zijn ontwikkelingen waar de asfaltbranche over mee moet denken en op in moet spelen als die be- hoefte er is.”


Toch ligt er voornamelijk een vervangingsopgave.


“Dat klopt. In Nederland ligt al een heel goed wegennetwerk. In alle internati- onale vergelijkingen scoort Nederland zeer goed, zo niet als nummer één. Heel veel nieuwe wegen zullen er niet bij- komen, maar het op peil houden van goede infrastructuur vraagt wel om in- vesteringen want voor Nederland is de logistiekbranche van groot econo- misch belang. Wij zien dat met name lagere overheden hun budgetten heb- ben teruggeschroefd en dat leidt tot mobiliteitsproblemen nu de economie weer aantrekt. Daar zou meer geïnves- teerd moeten worden in nieuwe wegen. Neemt niet weg dat de vervangings- vraag het grootste deel van de uitvoe-


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56