search.noResults

search.searching

note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Volgens Jan de Boer, directeur van KWS en voorzitter van de werkgroep Bitumineuze Werken, zal de asfaltbranche van belang blijven voor de Nederlandse mobiliteit en economie. Bovendien kun- nen andere sectoren een voorbeeld nemen aan de asfaltbranche als het gaat om duurzaamheid. Tekst: Joost Zonneveld


De asfaltsector staat niet bekend als de meest duurzame sector. Is dat terecht?


“Mensen die niet in de asfaltsector wer- ken zien direct roet en dampen voor zich als je het over asfalt hebt en den- ken direct aan ongezond werk dat niet goed kan zijn voor het milieu. Maar dat is een beeld dat niet meer past bij de re- aliteit van vandaag. De asfaltbranche is volledig veranderd. Onze sector is een voorbeeld geworden voor Nederland.”


Op welke manier? “Het hergebruik van grondstoffen is van groot belang als het om duurzaamheid gaat. Het streven is om een circulaire economie te creëren waarin alle mate- rialen opnieuw gebruikt kunnen worden en dus niet als afval verwerkt hoeven worden. In de asfaltbranche geldt dat als een oude weg wordt vervangen, dat er niets wordt weggegooid. Alles wordt opnieuw gebruikt. Steen wordt gebruikt voor nieuwe funderingen en het oude asfalt wordt verwerkt in nieuw asfalt. Nieuwe wegen bestaan tegenwoordig voor vijfendertig procent uit oud asfalt. Wij zijn een koploper op het gebied van hergebruik en een zeer duurzame sector geworden. Voor KWS is dit ook één van de belangrijkste pijlers.”


Oud asfalt wordt volledig hergebruikt?


“Daar zijn voorbeelden van. Er zijn be- drijven die asfalt bijna honderd procent hergebruiken. Wij kunnen dat bij KWS ook. Wij kunnen honderd procent her- gebruik realiseren met de door ons ont- wikkelde HERA-asfaltinstallatie met toe- passing van indirecte verwarming. Het is in zekere zin een geluk dat oud as-


falt hergebruikt kan worden, want het is oorspronkelijk niet met die gedachte ge- maakt, maar innovaties hebben ons ge- holpen dat voor elkaar te krijgen. Er zijn overigens ook nog grenzen aan, want hergebruik kan nog niet zomaar met alle soorten asfalt. ZOAB is bijvoorbeeld kwetsbaar voor kwaliteitsverlies.”


Is er nog verbetering mogelijk op het gebied van verduurzaming? “Bij de productie van asfalt is het nood- zakelijk om veel energie te gebruiken. Het materiaal bitumen moet immers eerst verhit worden om verwerkt te wor- den in een asfaltmengsel als boven- laag van een weg. De branche en ook KWS zijn hard bezig om ook op dat vlak duurzamer te werken en energie te gaan besparen. Daar wordt al hard aan ge- werkt. Met de sector zijn we al langere tijd bezig energie te besparen, wat we vastleggen in de meerjarenafspraken energie-efficiency. Eén veelbelovende mogelijkheid om meer energie te bespa- ren is door bepaalde stoffen aan het as- faltmengsel toe te voegen waardoor het mogelijk wordt om bitumen op een la- gere temperatuur te mengen en te ver- werken. Ook wordt volop geëxperimen- teerd met andere productietechnieken zoals het opschuimen van bitumen zo- dat geproduceerd kan worden met lage- re temperaturen. En op andere vlakken zijn wij als branche ook bezig te ver- duurzamen.”


Waar gaat het dan om? “Tijdens de Asfaltdag van de vakgroep Bitimuneuze Werken die in december is gehouden, hebben we met de VBW-lid- bedrijven een convenant ondertekend, waarin we hebben vastgelegd dat we


vrijkomend teerhoudend asfaltgranu- laat uit oude wegen niet meer in de ke- ten terug zullen brengen. Dat betekent in de praktijk dat alle vrijkomend teer- houdend asfalt wordt aangeboden aan thermische reinigers, aan verbranders. In Nederland is het al lang verboden om teerasfalt toe te passen, maar in som- mige Europese landen is hergebruik nog wel toegestaan. Het kan daarom econo- misch interessant zijn om teerhoudend asfaltgranulaat te exporteren. Wij heb- ben met elkaar afgesproken hier niet aan mee te werken in Nederland. Een ander voorbeeld is dat de VBW nu be- zig is een virtuele asfaltcentrale te ont- wikkelen. De Virtuele Asfaltcentrale is een softwaretool en biedt asfaltprodu- centen de mogelijkheid op een relatief eenvoudige manier inzicht te verkrijgen in de milieueffecten van duurzame as- faltmengsels en deze te vergelijken met traditionele mengsels. Gebruik makend van de Virtuele Asfaltcentrale kan een asfaltproducent het effect doorrekenen van bijvoorbeeld het vervangen van een traditionele grondstof door een grond- stof die duurzaam wordt geproduceerd of die bij de productie van het asfalt een lagere CO2-uitstoot geeft. Het is de be- doeling dat de gehele branche daar- van gebruik kan maken en een objec- tief hulpmiddel kan zijn om bij tenders duidelijk te krijgen welk asfalt het beste scoort op duurzaamheid.”


Duurzaamheid gaat ook om de levensduur van asfalt. Op welke manier wordt dat verbeterd? “CROW, het kenniscentrum voor ver- keer, vervoer en infrastructuur is de or- ganisatie die de regelgeving op het ge- bied van asfalt vaststelt en controleert. Nr.2 - 2017 OTAR


O Nr.2 - 2017TAR 7


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56