search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
EEN RITUELE DANS ROND GEWELD IN NEDERLANDS-INDIË Ontwijken en confro


De brandende kampongs van Generaal Spoor van Rémy Limpach is een nieuwe steen in de roerige vijver in de discus- sie over een onderzoek naar geweld in Nederlands-Indië. Het boek is goed ont- vangen in de media: eindelijk kunnen de fluwelen handschoenen uit, lijkt de consensus. Hoog tijd voor een terugblik op zeventig jaar onderzoek naar geweld in Nederlands-Indië (1945-1949). Een relaas van ontwijking en confrontatie.


Door: Christ Klep


naar de politieke verantwoorde- lijkheid voor oorlogsmisdaden in Nederlands-Indië. Als een rasechte Houdini. Dat gladde ijs wilde hij niet op. Waarom wel al kort na de Tweede Wereldoorlog een parlementaire enquête over het regeringsbeleid in die oorlog, vinden critici, maar niet over Nederlands-Indië? Pas eind jaren zestig kwam de discus- sie over Nederlands-Indië los. De overheid had na 1949 geen enkele behoefte zich nog aan Nederlands- Indië te branden en aan ‘nestbe- vuiling’ te doen. De angst voor reputatieschade overheerste, al helemaal toen in 1962 ook Nieuw- Guinea verloren ging. In 1969 zette een interview met Indiëveteraan en wetenschapper Joop Hueting (zie pag. 14-16) de zaak voor het eerst echt op scherp. Niet eerder veroorzaakte een tv-uitzending zoveel reuring. ‘We waren vak- kundige killers’, zei Hueting, ‘en dat paste gewoon in het systeem van het leger.’ Vanwege bedreigin-


H 12 november 2016


et is een gevoelige kwes- tie. Premier Rutte ont- week begin september in Zomergasten elke vraag


gen na de uitzending dook hij een tijdje onder. Een parlementaire enquête kwam er niet. Wel een Excessennota, opge- steld door historicus en jurist Cees Fasseur. Hij inventariseerde in drie maanden de overheidsarchieven en telde 110 aanwijzingen voor oorlogsmisdaden. Het venijn zat echter vooral in zijn opmerking dat het onderzoekswerk nog lang niet af was. De regering vond het echter meer dan voldoende. ‘Oud nieuws’, sprak oud-premier Willem Drees. Hij had in 1954 zelf na juridisch onderzoek de mannen van Wester- ling vrijuit laten gaan. En Fasseur drong ook niet echt aan. In 1970 verscheen vervolgens Ont- sporing van geweld door Indiëvete- ranen Jacques van Doorn en Wim Hendrix. Deze sociologische studie sprak over een van bovenaf opgelegd systeem van contraterreur. Daarmee liepen Van Doorn en Hendrix dus al aardig vooruit op de conclusies van Limpach. De overheid deed echter alsof het boek niet bestond.


Gebeten hond Voor verschillende collega-onder- zoekers, zoals historica Stef Scagliola (Last van de oorlog, 2002), zou vooral Fasseur later de gebeten hond worden. Fasseur reageerde afhoudend: de kwestie had hem


verder niet meer geïnteresseerd en ‘iedereen wist het eigenlijk al wel’. Het was onmiskenbaar zo dat de meeste onderzoekers voorlopig niet stonden te popelen om het geweld in Nederlands-Indië aan te pakken. Dat was mogelijk slecht voor de carrière en men vreesde betrokken te raken bij een al te geëmotioneerd debat. Het standpunt van de overheid bleef onveranderd: de krijgsmacht had zich door de bank genomen netjes gedragen en veel geweld kwam door Indonesische provocaties. Zo ontwaren we elke paar jaar een rituele dans tussen enerzijds de overheid en de lobby van Indiëvete- ranen en anderzijds de klokkenlui- ders en individuele onderzoekers. Historicus Willem IJzereef publi- ceerde in 1984 De Zuid-Celebes Affaire over kapitein Westerling. Drie jaar later gebruikte Loe de Jong in het concept van het Indië-deel van Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog de term ‘oorlogsmisdrijven.’ Ook trok hij een parallel met Duitse oorlogsmisda- den. Onder zware druk wijzigde De Jong ‘oorlogsmisdrijven’ in ‘exces- sen’. Hij bood zijn excuses aan voor ‘de vele onevenwichtigheden’. Midden jaren negentig begon de dans opnieuw. Deserteur Poncke Princen kwam naar Nederland, koningin Beatrix ging op staatsbe-


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65