search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
sprake van een collectief wegkijken en werden daders van misdrijven hooguit in een enkel geval aange- pakt. Klokkenluiders werden tegen- gewerkt, geïsoleerd en bestraft. De oorzaken van het structureel toegepast extreem geweld waren divers. Zo waren er veel te weinig manschappen in Nederlands-Indië om de hen opgelegde taak te kun- nen uitvoeren. Limpach komt met de schatting dat gemiddeld een bataljon verantwoordelijk was voor een gebied ter grootte van de pro-


na langdurige inzet gedaald: het zware werk, de gevaren, de te lange diensttijd (in praktijk drie in plaats van de beloofde twee jaar), kortom, de geestelijke en fysieke uitputting waar veel dienstplichtigen onder gebukt gingen, kon ook bijdragen aan ontsporingen. Ten slotte wijst Limpach erop dat de systematiek van het geweld ook valt terug te voeren op de lange traditie van de koloniale oorlogen, zoals bijvoor- beeld de Atjeh-oorlog (1873-1914) die ongeveer 100.000 doden eiste.


Het leven van een Indiër was in de ogen van verantwoordelijken voor het


extreem geweld minder waard dan dat van een Nederlander


vincie Utrecht. In feite stond de Nederlandse krijgsmacht voor een onuitvoerbare opdracht. Ook omdat er veel te weinig soldaten waren, werden mannen die volstrekt onge- schikt waren voor hun werk niet geweerd uit de krijgsmacht.


Racisme Limpach stelt dat ook racisme en vooroordelen ten opzichte van de ‘inlanders’ bijdroegen aan het geweld: het leven van een Indiër was in de ogen van verantwoordelijken voor het extreem geweld minder waard dan dat van een Nederlander. Een andere oorzaak van het geweld was dat veel KNIL-militairen getor- menteerd uit de Japanse krijgsgevan- genkampen kwamen en vervolgens onmiddellijk weer werden ingezet in de nieuwe oorlog, ditmaal tegen de Republikeinen. Dit was onverant- woord, zo oordeelt Limpach. Ook onder de zogenoemde oorlogsvrijwil- ligers (OVW’ers, de vrijwilligers die werden ingezet voorafgaand aan de invoering van de dienstplicht) zaten personen die de discipline al jaren verleerd hadden, zoals voormalig leden van het gewapend verzet. Daarnaast gaat Limpach in op de moeilijke positie van de dienst- plichtigen. Zeker ook onder veel dienstplichtigen was het moreel


Republikeins geweld Limpach gaat trouwens niet alleen in op het Nederlands geweld, maar beschrijft daarnaast uitgebreid het geweld dat van Republikeinse zijde werd toegepast. Ook dat geweld was extreem en structureel van aard, maar het geweld dat van Neder- landse zijde werd toegepast, mag maar ten dele als reactie daarop worden verklaard. Wel droeg het geweld van Republikeinse zijde bij aan frustraties en angst onder de Nederlandse militairen. Voor veel Indiëveteranen zal het overigens goed zijn om te lezen dat de auteur herhaaldelijk stelt dat de meerder- heid van de ingezette Nederlandse militairen zich niet heeft schuldig gemaakt aan extreem geweld. Ten slotte doet Limpach nog enkele suggesties voor vervolgonderzoeken. Zo bepleit hij internationaal verge- lijkend onderzoek naar geweld dat in andere kolonisatieoorlogen na de Tweede Wereldoorlog werd toege- past. Hoe deden de Fransen in ver- gelijking met ons land het bijvoor- beeld in Algerije? Daarnaast stelt hij voor om onderzoek te verrichten naar Indonesisch massageweld, als- mede het geweld dat werd toegepast door de Nederlandse inlichtingen- diensten.


Excessennota Hoe goed is deze studie? In De brandende kampongs van Generaal Spoor wordt overtuigend aange- toond dat geweldsontsporingen geen uitzonderingen waren, maar struc- tureel onderdeel uitmaakten van het Nederlandse militaire optreden in de Oost. Wat dat betreft is het een gedegen en wetenschappelijk uitge- voerde studie die terecht de conclu- sies van de Excessennota uit 1969 onderuithaalt. Natuurlijk is er op onderdelen kri- tiek mogelijk. Hoewel hij het wel aanstipt, miste ik bijvoorbeeld aan- dacht voor het feit dat dienstplich- tigen na vijf jaren oorlog net weer bezig waren hun leven op orde te krijgen (werk, verkering), om ver- volgens daaruit geplukt te worden en voor drie jaar een nieuwe oorlog ingestuurd te worden en nota bene ook nog in een land dat zij alleen van horen zeggen kenden. Wat dat met onze soldaten deed, daar kun- nen we ons alleen maar een voor- stelling van maken. Dat neemt niet weg dat we Limpach erkentelijk mogen zijn voor de gede- gen en genuanceerde wijze waarop hij deze studie heeft uitgevoerd. Daarmee heeft hij recht gedaan aan een gevoelig onderwerp uit onze recente geschiedenis waarover het laatste woord nog lang niet is gezegd.


De brandende kampongs van Generaal Spoor - Rémy Limpach 900 pagina’s, geïllustreerd € 39,90 (e-book € 29,90) Uitgeverij Boom, Amsterdam (tel: 020-5218938) www.boomgeschiedenis.nl ISBN 9789024407170


november 2016 11


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65