search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
STUDIE TOONT GEBRUIK ‘LANGDURIG EN EXTREEM GEWELD’ AAN IN NEDERLANDS-INDIË


De brandende kampongs van Spoor


Onlangs verscheen de Nederlandse vertaling van het proefschrift De bran- dende kampongs van Generaal Spoor waarop de Zwitsers-Nederlandse his- toricus Rémy Limpach aan de Univer- siteit van Bern promoveerde. Al in de inleiding onderstreept de auteur dat de meerderheid van de militairen die deel uitmaakten van de Nederlandse krijgsmacht niet betrokken was bij wat hij noemt extreem geweld in de periode 1945-1949. Hij kwam tot de keuze voor dit onderwerp omdat dit beladen thema nog niet eerder wetenschappelijk was onderzocht, terwijl er ook lacunes zijn in de kennis van de oorzaken en de wijze waarop het militair en justitieel apparaat daarmee omging.


Door: Gerrit Valk


grote schaal en langdurig (struc- tureel) extreem geweld toe tegen Indonesische burgers, militairen en milities. Dit geweld kon niet terug- gevoerd worden op een beperkt aan- tal excessen, maar was structureel en vooral als het ging om de Neder- landse inlichtingendiensten zelfs systematisch.


D 10


Extreem geweld Vormen van extreem geweld waren executies op grote schaal, doorgaans


november 2016


e conclusies van Lim- pach zijn hard: tussen 1945 en 1949 paste het Nederlandse leger op


Een marinier trekt op 16 augustus 1946 een Indonesische strijder aan zijn haren omhoog die vanuit een greppel op zijn maten en hem zou hebben gevuurd (Oost-Java). Foto (afgebeeld in het boek): NIMH


zonder vorm van proces, martelin- gen, plunderingen, verkrachtingen, brandstichtingen van kampongs en het met zwaar militair geschut onder vuur nemen van doelen waar opstandelingen vermoed wer- den, maar waar zeker ook talrijke onschuldige burgers het slachtoffer van werden. De daders en aanstichters werden aangetroffen onder alle geledingen van de krijgsmacht, maar vooral bij de inlichtingendiensten, het Korps Speciale Troepen en de KNIL- eenheden. Zo executeerde kapitein Westerling naar eigen zeggen zelf liefst 563 mannen. Toch waren ook dienstplichtigen betrokken bij geweld-dadigheden. Limpach gaat in een zevental case- studies, waaronder Zuid-Celebes en Rawagede, in op het toegepaste


geweld. Ook elders in het boek komen vele vormen van geweld aan de orde. Vaak gaat het hier om mis- daden die al in andere publicaties of egodocumenten aan de orde waren gekomen, maar nu in een systema- tisch en samenhangend onderzoek worden belicht.


Collectief wegkijken De hoofdverantwoordelijkheid voor het extreem geweld legt Limpach vooral bij de ‘grote drie’, te weten procureur-generaal Felderhof, gene- raal Spoor en gouverneur-generaal Van Mook. Zij traden niet of onvol- doende op tegen gerapporteerde ont- sporingen en faalden in het invoe- ren van een krachtig preventief beleid. Toch was er van hoog naar laag – krijgsraden, commandanten, geestelijk verzorgers, enzovoort –


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65