This page contains a Flash digital edition of a book.
Op 4 september 2015 kreeg Dick Buchel van Steenbergen uit handen van IGK Bart Hoitink het Oorlogs-Herinneringskruis met de gesp Nederlands-Indië 1941-1942 en het Ereteken Orde en Vrede met de gespen 1947 en 1948. Foto: Erik Kottier


sneeuw. Je stond daar altijd in weer en wind te werken.” Het was dan ook niet vreemd dat de ziekenboeg continu vol lag. Vooral met gevallen van long- ontsteking, maar natuurlijk speelden de slechte voeding, de lange dagen, de bestraffingen en de slechte huisvesting ook een rol. Buchel van Steenbergen kwam zelf met dysenterie in de zie- kenboeg terecht. Hij kreeg helemaal geen medicatie, behalve opium om de pijn te verzachten. “Daar lag je dan met al die ellende om je heen, stervenden zelfs. Ik was nog niet klaar om dood te gaan, ik wilde naar huis.” Hij gebruikte een methode om weer beter te worden die hij nog kende uit Indië. Hij liet de gekookte rijst van hun rantsoen steeds door een zakdoek persen en dronk de uitgeperste dikke vloeibare massa op. “Dat wist ik uit Indonesië”, vertelt hij, “want de kinderen die moeilijk aten, kregen dat ook.” Hij kwam erbovenop, maar besefte dat het wel eens niet goed met hen kon aflopen op deze manier. Alhoewel er geruchten waren dat de krijgskansen voor Japan keerden, betekende dat voor hen ook dat ze aan het gevaar van bom- bardementen blootgesteld konden wor- den. Hetgeen ook gebeurde, waarbij ze benauwde momenten in ontoereikende schuilkelders moesten doorbrengen. Hij was er getuige van dat een van hen hierbij omkwam. Ze leken in een hope- loze toestand te verkeren.


Atoombom Tot het moment aanbrak dat de eerste bom op Hiroshima werd gegooid. “We wisten dat er iets was, maar we wisten niet wat. Er gingen geruchten, we wisten niet dat die stad er niet meer was, maar er was iets verschrikkelijks gebeurd.” Dat ze zelf aan de beurt zouden komen, wist hij natuurlijk niet. Op de bewuste dag werden ze aan het werk gezet om het terrein te fatsoeneren dat geleden had onder een bombardement. Nadat er een eerste luchtalarm was geweest, werden ze opnieuw aan het werk gezet. Toen klonk er weer een luchtalarm. “In tweede instantie stoof iedereen weg.” Hij rende de nabijgelegen fabriek in. “Sommigen bleven kijken en anderen zochten een schuilplaats op het terrein. Ik ben die fabriek ingelopen, daar ben


46 januari-februari 2016


ik over mijn eigen benen gestruikeld. Ik zag die flits nog, heel helder, net als een flitsapparaat van een fototoestel, alleen dan sterker natuurlijk. En toen ben ik schijnbaar een beetje buiten bewustzijn geraakt om een of andere reden, want verder heb ik niets meer gehoord.” Even later kwam hij weer bij en merkte dat de gehele fabriek was ingestort waarbij hij gespaard was gebleven doordat hij in een vak van de dakconstructie lag. Hij wist er half klauterend uit te komen. “Ik kwam in een geheel verduisterde wereld terecht, je zag niks. Het leek wel nacht. Later toen het wat helderder was, zag je dat alles plat was en dat er geen stad meer was.” Dat het nu wel snel afgelopen zou zijn, beseften ze wel, maar voorlopig was aan hun beproeving nog geen einde gekomen. Eerst werden ze nog ingezet bij de reddingswerkzaamheden, waarbij Buchel van Steenbergen en zijn kamera- den een in de brandende fabriek klem- zittende, nog levende krijgsgevangene door de rook gedwongen waren achter te laten. Daarna was er nog de verzorging van de mannen met de meest verschrik- kelijke brandwonden en het maken van brandstapels voor het verbranden van de lijken.


later blijken. Na tal van omzwervingen, via Balikpapan en Australië, kwam hij eindelijk met een tussenlanding in Bandoeng aan. Daar bracht hij een kort bezoek aan zijn vader en moeder. “Ik zag mijn ouders. Ik was zo emotioneel hè, verschrikkelijk. Mijn vader was een stuk groter dan ik. Maar ja, ik had een goede tijd in Australië, dus daar was ik echt weer boven mijn gewicht gekomen, en toen kon ik hem op zijn kruin kijken. Zo klein was hij geworden en mager. Ik vergeleek hem eigenlijk met die ‘Dachau-mensen’.” De oorlog met Japan was voor hem voor- bij, maar spoedig zou hij alweer ingezet worden bij de dekolonisatiestrijd in Nederlands-Indië. Hij werd gestatio- neerd bij Medan op Sumatra, waar hij menige vlucht mee mocht maken, van pamfletten uitstrooien tot verkennen en opgehaald worden met een watervlieg- tuig. Nog steeds wordt dit door hem als een prachtig avontuur beschouwd. Ook zou hij vrijwillig dienen als chauffeur van de auto die bij de acties in de mili- taire colonnes meereed waarmee de luchtsteun kon worden ingeroepen. Dit was niet geheel zonder gevaar en “toen heb ik wel een kruis geslagen, moet ik


‘Wat gaat er gebeuren? Waar gaan we naartoe? Dat was de vraag.’


Thuis Uiteindelijk kwam de dag dat de Japanse commandant op een tafel klom en ‘plechtig’ bekend maakte dat het afgelopen was. “Ik had het een beetje laconiek over me heen laten gaan. Ik zei: het is vrede, maar ik ben nog niet thuis.” Ze zaten er nog meer dan een week waarbij ze leefden van de door de Amerikanen gedropte voedselpakket- ten, voordat ze met en vliegdekschip werden opgehaald. Hij ging eerst naar Okinawa waarna een plezierige tijd in Manilla volgde, waarvan hij zich nog steeds de ‘Rode Kruismeisjes’ herinnert. Daar kwam hij zijn jongere broer weer tegen en ook zijn oudere broer had het overleefd, zou


zeggen”, is zijn reactie op een van de gebeurtenissen. In 1950 koos ook Buchel van Steenber- gen voor het Nederlandse leger in Nederland. Hij zou tot 1968 dienen. In 1955 trouwde hij en kreeg drie dochters. Ook is hij twee keer terug geweest in Nagasaki. Daarbij werd hij ook geïnter- viewd. “Ik vind het verschrikkelijk”, had hij daarbij gezegd, “maar het is goed dat hij gevallen is, anders had ik het niet overleefd.” Met gevoel voor understate- ment voegt Buchel van Steenbergen daar nu aan toe “dat ze daar niet blij mee waren.” Als hem nu gevraagd wordt terug te kijken, antwoordt hij: “Ik hoop dat mensen hiervan geleerd hebben.”


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65