This page contains a Flash digital edition of a book.
Ooggetuige KRIJGSGEVANGENE BUCHEL VAN STEENBERGEN MAAKTE ATOOMBOMAANVAL NAGASAKI MEE ‘Er was geen stad meer’


Dick Buchel van Steenbergen werd in de Tweede Wereldoorlog krijgsgevangen geno- men door de Japanners en moest in Nagasaki op de scheepswerven werken. Daar was hij getuige van de atoombomaanval op die stad op 19 augustus 1945. Daarna werd hij ingezet bij reddingsoperaties en het verzorgen van de gewonden.


Door: Gielt Algra "I


k had nog nooit iets met paar- den te maken gehad”, vertelt Dick Buchel van Steenbergen op 95-jarige leeftijd over de eenheid


bij het KNIL waar hij als dienstplichtige Indische Nederlander moest opkomen. Bij de artillerie-eenheid waar hij bij ondergebracht was, werd gebruikge- maakt van paarden waarmee de berg- houwitsers in delen vervoerd werden. Daar hoorde een paardenverplegings- eenheid bij en daarbij was hij inge- deeld. Zijn vader, die wel inzag dat het allemaal langer ging duren dan velen vermoedden, raadde zijn zoon aan om voor een langer verband te kiezen en over te gaan naar de beroepsstatus. Buchel van Steenbergen tekende voor zes jaar en kwam bij de luchtdoelartil- lerie terecht en vandaar ging hij door naar de vliegeropleiding. Daar bleek hij niet geschikt voor te zijn. “Ik had het gevoel niet”, legt hij uit. Iets wat hem aan de ene kant altijd is blijven spijten, maar hij realiseert zich achteraf ook heel goed dat de jongens van zijn klasje direct na de opleiding zonder verdere ervaring ingezet zijn in het gevecht met de Japanners. Buchel van Steenbergen bleef bij de Militaire Luchtvaart van het KNIL. Hij zou opge- leid worden tot luchtfotograaf. Inmid- dels was de oorlog voor Nederlands- Indië ook een feit geworden en werd hij van het ene militaire vliegveld naar het andere gestuurd, waarvandaan luchtverkenningen moesten worden uitgevoerd, om uiteindelijk in de stad Djokjakarta terecht te komen.


Bandoeng Bij die indeling ging het mis. Vandaag de dag begrijpt hij het nog altijd niet: “Ik moest in de stad blijven. Ik had


44 januari-februari 2016


helemaal geen band meer met de lucht- macht, ik vraag me nu nog af waarom. In de stad was een leeg pand van een fotograaf en daar hebben ze me inge- zet en ik deed niks.” In diezelfde tijd begonnen de krijgskansen zich ook tegen Nederlands-Indië te keren. Het gezamenlijke verband van de Konink- lijke Marine en de geallieerden had de Slag in de Javazee verloren en er volgde een invasie van Japanse troepen op Java. Op dat moment bevond Buchel van Steenbergen zich in het hospitaal omdat hij malaria had opgelopen. Net als alle andere patiënten die konden lopen, moest hij het hospitaal verlaten. Hij meldde zich bij de garnizoenscom- mandant, maar die wist ook niet goed wat hij met hem aan moest. “Toen kreeg je een exodus uit het oosten, die wilden namelijk allemaal naar Bandoeng. Daar zou een bolwerk zijn en dat zou tot het laatst toe worden verdedigd. En met die stroom ben ik toen meegegaan”, vertelt hij. In Bandoeng bevond zich ook zijn ouderlijk huis en samen met een neerge- schoten vlieger die een auto had weten te ‘organiseren’ en een vrouw van een militair arts, begaven ze zich naar Ban- doeng. “’s Middags zijn we vertrokken en om drie uur ’s morgens stond ik voor mijn eigen huis bij mijn ouders.” Van een verdere strijd zou het niet meer komen. De capitulatie werd getekend. De druk om je te melden, nam daarna al snel toe en ook Buchel van Steenbergen zou al spoedig afgevoerd worden als krijgsgevangene. In het begin was hun behandeling nog te doen, maar het werd al snel slechter. Ook werden er groepjes gevormd die op transport gesteld wer- den en aangezien ze niets wisten van hun lot nam de onzekerheid hierover toe. Buchel van Steenbergen zou via


Twee mensen lopen over een weg


door de totaal door de atoombom verwoeste stad Nagasaki. Japan,


na 1945. Bron: Nationaal Archief/ Collectie Spaarnestad/UPI/ Fotograaf onbekend


Dick Buchel van Steenbergen (l) met zijn jongere broer Christiaan in Manilla, 1945. Hun uniformen hadden ze van de Amerikanen gekregen. Foto: privécollectie Dick Buchel van Steenbergen


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65