This page contains a Flash digital edition of a book.
Figuur 3. De behoefte aan zorg per 100 veteranen.


de ‘hoog risico’-groep. Hoe meer risicofactoren op een veteraan van toepassing zijn, hoe lager de kwa- liteit van leven, hoe meer behoefte aan zorg en hoe groter de kans dat de veteraan professionele hulp krijgt voor die behoefte.


Figuur 4. Vier risicogroepen.


het maatschappelijk werk van de Basis. Deze veteranen zijn over het algemeen tevreden over de hulp- verleners. Als verbeterpunt voor de zorg noemen ze de aandacht voor en het bij de zorg betrekken van het thuisfront. Er zijn dus ook veteranen die geen hulp zoeken voor hun klachten. Grofweg geven ze daarvoor de vol- gende redenen: men wil het zelf oplossen; men wacht nog af; men verwacht negatieve consequenties van het zoeken van hulp (bijvoor- beeld voor hun loopbaan) of men heeft onvoldoende vertrouwen in de hulpverlening.


Risicofactoren Uit het onderzoek komen risicofac- toren naar voren die samenhangen met een verminderde kwaliteit van leven bij veteranen. Deze risicofac- toren hangen ook samen met meer


24 januari-februari 2016


behoefte aan zorg en het krijgen van professionele hulp voor het vervul- len van die behoefte. Er zijn risico- factoren die samenhangen met de uitzending of met de huidige situ- atie van de veteraan. Een veteraan heeft bijvoorbeeld zes risicofactoren als hij of zij op dit moment (1) werk- loos is, (2) alleenstaand en (3) geen sociale steun ontvangt en hij of zij (4) op jonge leeftijd voor het eerst op uitzending ging, (5) negatief terug- denkt aan de uitzending en (6) na de uitzending geen positieve reacties kreeg. Op basis van het aantal risicofac- toren dat een veteraan heeft, zijn veteranen in te delen in vier risi- cogroepen, zie figuur 4. Ongeveer driekwart van de veteranen valt in de ‘zeer laag risico’- of ‘laag risico’- groep en ongeveer een vijfde in de ‘middelhoog risico’-groep. Ongeveer 3 procent van de veteranen valt in


Thuisfront Op basis van dit onderzoek zien de onderzoekers de volgende aan- dachtspunten. Een deel van deze zorgvragen bevindt zich bij vetera- nen die zich mogelijk in een sociaal isolement bevinden (weinig sociale steun, alleenstaand, werkloos, arbeidsongeschikt, et cetera). Een meer actief uitnodigende veteranen- zorg kan eraan bijdragen dat meer veteranen met zorgvragen vanwege de uitzending de weg naar de zorg bewandelen. Een invulling van deze vorm van zorg kan een informeel contact zijn dat men op gezette tijden legt met elke veteraan. De nuldelijnshulp – het netwerk van ondersteunende collega-veteranen – kan hierbij een rol spelen, zeker als deze veteranenhelpers goed geïnfor- meerd zijn over risicofactoren, zodat zij daar alert op kunnen zijn. Een deel van de veteranen met een zorgbehoefte die geen zorg zoekt, blijkt de behoefte te hebben om zelfstandig de problemen aan te pakken. Dit past bij de ‘can-do’-men- taliteit die veel militairen en vete- ranen kenmerkt. De zorg kan hierop inspelen door dat te respecteren en te inventariseren hoe zelfredzaam- heid versterkt kan worden. Last but not least, het thuisfront is voor veteranen een belangrijke fac- tor. Het thuisfront zorgt er ongetwij- feld mede voor dat het met veel vete- ranen zo goed gaat en speelt vaak een doorslaggevende rol bij het in gang zetten van zorg als die nodig is. Het thuisfront verdient echter ook zelf steun. Het is de vraag of het huidige zorgsysteem voldoende inspeelt op de behoeften en de rol van het thuisfront.


De onderzoekers danken de veteranen die hebben deelgenomen aan het onderzoek. Wilt u meer weten? Via de website van het Veteranenin- stituut kunt u de publiekssamenvat- ting van het onderzoeksrapport, het rapport zelf en een uitgebreid ach- tergrondrapport met extra analyses downloaden.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65